Artistieke vrijheid is een van de pijlers onder onze democratische rechtsstaat. Ze heeft een essentiële functie in een open samenleving. Daarom moet die vrijheid actief worden gekoesterd en beschermd. Dat schrijft Raad voor Cultuur in een op 20 januari 2026 gepubliceerd advies. In het advies roept de raad politiek en overheid op om artistieke vrijheid actief te beschermen.

De Raad voor Cultuur ontving afgelopen jaren signalen van makers en instellingen dat hun werk steeds vaker onderwerp van scherp debat wordt. Zij ervaren dat de druk op artistieke vrijheid toeneemt, variërend van discussies over programmering tot intimidatie en bedreiging. De raad noemt dat een zorgelijke ontwikkeling die niet uniek is voor de kunsten, maar ook zichtbaar is in andere maatschappelijke domeinen zoals de rechtspraak, de journalistiek en de wetenschap. Hoewel veel waarborgen zijn vastgelegd in wetgeving en internationale verdragen, is ook het handelen van volksvertegenwoordigers en bestuurders van groot belang. De raad benadrukt het belang van terughoudendheid van de overheid om een inhoudelijk oordeel over kunstuitingen te geven, omdat dit de maatschappelijke druk op makers vergroot. De raad stelt onder meer handelingsperspectieven voor politiek, bestuur en overheid voor:

  1. Verdedig het publieke belang van de kunst en veranker het Thorbecke-adagium. Politiek en overheid dienen actief uit te dragen dat iedereen in Nederland volgens de Grondwet vrij is om elkaar verhalen te vertellen en kennis te nemen van andere perspectieven. Het is echter niet aan de politiek om zich een inhoudelijk oordeel aan te meten over de kwaliteit van artistieke uitingen. Om dit alles steviger te waarborgen, vindt de raad dat het Thorbecke-adagium in de wet verankerd moet worden, bijvoorbeeld in de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
  2. Wees terughoudend met aanvullende subsidie-eisen, los van artistieke of inhoudelijke kwaliteit. Wanneer de politiek toch extra eisen wil opleggen, is het van belang dat zij transparant is over de reden waarom zij die aanvullende eisen stelt.
  3. Verbreed het kunstbegrip. Een breed kunstbegrip en daarmee verruiming van het spectrum aan kunstuitingen die ondersteuning behoeven, zoals eerder voorgesteld in het besteladvies Toegang tot Cultuur, kan bijdragen aan de emancipatie en diversifiëring van makers en publieksgroepen en aan een groter draagvlak voor kunst.
  4. Versterk en verbeter het kunstonderwijs op school en koppel het aan burgerschapsvorming. De rol van kunstonderwijs moet breder en fundamenteler zijn dan kinderen alleen te laten kennismaken met kunst en cultuur. Het gegeven dat kunst en cultuur een wezenlijk onderdeel vormen van onze democratische samenleving is een reden om kunstonderwijs stevig te koppelen aan burgerschapsonderwijs.
  5. Verbeter de bescherming door de overheid tegen maatschappelijke druk. De overheid dient veiligheidsvragen van culturele instellingen serieus te nemen. Het helpt daarbij als de lijnen tussen instellingen en bijvoorbeeld de burgemeester kort zijn. In het verlengde daarvan zou de strafmaat voor het bedreigen van kunstenaars kunnen worden verhoogd. Verder adviseert de raad dat de overheid de digitale platforms zowel nationaal als in Europees verband stevig aanspreekt op hun verantwoordelijkheid jegens de vrijheid van kunst. Tot slot adviseert de raad een beschermingsfonds in te stellen. Dat fonds zou er moeten zijn voor onder andere instellingen, makers, ontwerpers en kunstenaars, maar ook voor medewerkers van kunstinstellingen, zoals bijvoorbeeld curatoren en programmeurs.

Maken (z)onder druk - Artistieke vrijheid als democratisch fundament

Bron: www.raadvoorcultuur.nl

Laatste nieuws