Nederlands Juristenblad 6
11 februari 2026
2026/2
Botsende uitspraken van hoogste rechters in verschillende kolommen
De doorwerking van een ondeugdelijke uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak in het ‘dossier granuliet’
In het zogeheten granulietdossier deden de bestuursrechter en de civiele rechter tegenstrijdige uitspraken. Waar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2021 oordeelde dat granuliet als ‘grond’ kan worden aangemerkt, kwam het Hof Den Haag tot een oordeel dat daar moeilijk mee te verenigen is. De daardoor ontstane spanning raakt aan fundamentele vragen over rechtseenheid, het gezag van uitspraken van hoogste rechters in verschillende rechtskolommen en de rol van de overheid bij de naleving van dwingend milieurecht.

[verder lezen in InView]

De bewijsmaatstaf ten aanzien van onderwijsfraude: ‘aannemelijk maken’ of ‘buiten redelijke twijfel’?
De manier waarop examencommissies vermeende fraude moeten bewijzen, is de afgelopen jaren onderwerp van stevige juridische discussie geweest. Hoewel onderwijssancties inmiddels niet meer als bestraffend maar als bestuurlijke herstelsancties gelden, houdt de Afdeling bestuursrechtspraak vast aan een strafrechtelijk aandoende bewijsmaatstaf. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering niet langer houdbaar is.

[verder lezen in InView]

Een naburig deepfake-recht. Echt?
Deepfake porno, politieke manipulatie en misinformatie reclame hebben verstrekkende gevolgen voor privacy, democratie en vertrouwen in media en wetenschap. Najaar 2025 is een initiatiefwetsvoorstel gepresenteerd dat voorziet in de invoering van een naburig recht op deepfakes van personen. Het voorstel kent aan iedere natuurlijke persoon een exclusief en licentieerbaar recht toe op ‘zijn’ of ‘haar’ deepfakes. Daarmee wordt een in wezen privacyrechtelijke aanspraak gegoten in het jasje van het intellectuele eigendomsrecht. Deze benadering roept vragen op. Is aanvullende bescherming tegen deepfakes echt nodig, nu het bestaande recht reeds een uitgebreid arsenaal aan bescherming biedt? Past een dergelijk verhandelbaar recht binnen de systematiek van het Nederlandse en Europese recht? En draagt zo’n nieuw naburig recht bij aan de beteugeling van deepfakes of normaliseert en commercialiseert het juist het fenomeen dat het zegt te willen reguleren?

[verder lezen in InView]

Van norm naar normatief
Reactie op H.U. Jessurun d’Oliveira, ‘Nederland wil het Vluchtelingenverdrag weer eens schenden’
Prof. mr. d’Oliveira windt er in zijn bijdrage ‘Nederland wil het Vluchtelingenverdrag weer eens schenden’ (NJB 2026/4, afl. 1, p. 23) geen doekjes om en verdedigt op twee pagina’s de gelijknamige stelling. Door het beoogde plan van D66 en het CDA (om de naturalisatietermijn, ook voor vluchtelingen, voortaan te verlengen naar tien jaar) als niets meer dan haatdragende ‘ideologie’ aan te merken, wordt het toepasselijke recht miskend. D’Oliveira is strenger dan nodig voor de Nederlandse wetgever en ziet beren die er niet zijn.

[verder lezen in InView]

Naschrift
De heer Van der Linden kapittelt mij om mijn interpretatie van artikel 34 van het Vluchtelingenverdrag en het Europees Nationaliteitsverdrag. Ik heb er de Travaux Préparatoires van het Vluchtelingenverdrag nog maar eens op nageslagen.

[verder lezen in InView]

Eerder verschenen
NJB 5 (2026)
4 februari 2026
NJB 4 (2026)
28 januari 2026
NJB 3 (2026)
21 januari 2026
NJB 2 (2026)
14 januari 2026
NJB 1 (2026)
7 januari 2026