Leven in tijden van corona

Aanvankelijk had ik me voorgenomen op deze plek iets te schrijven over de Wet USB als een illustratie waartoe onduidelijkheden in nieuwe wetgeving kunnen leiden.1 Maar wie heeft in deze tijd van wereldwijde maatschappelijke ontwrichting door een nieuw virus belangstelling voor zoiets praktisch juridisch als de mogelijkheid van hoger beroep bij tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen?

We hebben momenteel wel andere dingen aan ons hoofd. Aanvankelijk werd er nogal laconiek gereageerd op het nieuwe griepvirus, ook door onze regering. Op de sociale media circuleert momenteel een ijzersterk fragment uit de bekende Britse serie Yes Minister – The Civil Service. Twee ambtenaren leggen uit wat moet worden verstaan onder de Four Stage Strategy bij het bezweren van crises:

In stage one we say nothing is going to happen.
In stage two we say something maybe is going to happen but we should do nothing about it.
In stage three we say maybe we should do something about it, but there is nothing we can do.
In stage four we say maybe there is something we could have done, but it’s too late now.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we waarschijnlijk allemaal dit soort ontkenningsverschijnselen in meer of mindere mate hebben gehad. We zijn het gewoonweg niet meer gewend dat ons iets overkomt dat we écht niet meer in de hand hebben en zijn dan in eerste instantie geneigd de kop in het zand te steken. Velen vonden het zwaar overdreven, geen handen meer schudden. Daar werd toch wat lacherig over gedaan. Dat is nu wel anders. Wereldwijd wordt alles in het werk gesteld stage three het hoofd te bieden door het treffen van quarantainemaatregelen en het afgelasten van evenementen en bijeenkomsten. Italië en Spanje zijn compleet stilgelegd. We kunnen op dit moment nog helemaal niet overzien wat de (economische) gevolgen van de massale shut down wereldwijd zullen zijn. Ook de maatregelen van onze regering om de verspreiding van het corona-virus in te dammen, worden van dag tot dag aangescherpt. De meeste instellingen en bedrijven hebben zelf al sinds afgelopen week hun werknemers en medewerkers opdracht gegeven vanuit huis te werken. De heftig bekritiseerde maatregel van de regering om de scholen nog gewoon open te laten blijven om ervoor te zorgen dat de kinderen worden opgevangen, zodat hun ouders kunnen werken en de economie niet helemaal stil valt, is sinds maandag van de baan en zondag middag maakte de rechtspraak bekend dat ook rechtbanken en hoven dicht gaan tot 6 april.

Wat uit juridisch oogpunt opvalt is dat de wettelijke grondslag van de maatregelen en adviezen, die door de minister-president op 12 maart 2020 zijn bekendgemaakt, niet helder is. Het gaat, naast de mededeling dat scholen en kinderopvang open moeten blijven, om thuis blijven als je klachten hebt, het afgelasten van bijeenkomsten van meer dan 100 personen, de oproep om thuis te werken,  ‘social distancing’ vooral voor ouderen en mensen met verminderde weerstand, een oproep aan zorgpersoneel en personeel in vitale processen om pas thuis te blijven als ze koorts hebben en het verzoek aan hogescholen en universiteiten om online onderwijs aan te bieden.2 Vooralsnog lijkt het erop dat het dringende adviezen zijn die de geadresseerden al dan niet kunnen opvolgen. Zo waren er al scholen die op eigen gezag hadden besloten toch dicht te gaan. Ook het advies aan (zorg)personeel in vitale sectoren om pas bij koorts thuis te blijven is een wat vreemde maatregel. Gaat de regering daar wel over? Maar velen vragen zich ook af of het in een geval van een (inmiddels niet meer) dreigende noodtoestand wel wijs is om het aan de (verantwoordelijkheid van) de betrokken persoon of de betrokken instelling over te laten of de adviezen al dan niet worden opgevolgd. Dat leidt zeker in situaties waarin een grootschalige epidemie dreigt te ontstaan tot veel onduidelijkheid en onrust. De belangrijkste nationale wettelijke regelingen voor dit soort crises zijn de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Wet Veiligheidsregio’s (Wvr).3 De Wpg voorziet bij grootschalige uitbraken van gevaarlijke griepvirussen  in maatregelen die genomen kunnen worden door het bestuur van de veiligheidsregio en door de officier van justitie als het gaat om isolatie, medisch onderzoek en quarantaine, inclusief rechterlijk toezicht daarop. Daarnaast bevat art. 53 Wvr  (dwingende) aanwijzingsbevoegdheden van commissarissen van de koning en burgemeesters voor scenario’s waarin crisisbeheersing aan de orde is. Op grond van art. 54 Wvr kan de minister van Justitie en veiligheid al naar gelang de omvang van de crisis, de noodbevoegdheden van het decentrale gezag aan zich trekken. Op het moment dat ik dit schrijf, maandagochtend 16 maart, is nog onduidelijk of dat laatste is gebeurd.4  De mededeling van de minister-president bij het afkondigen van de maatregelen op 12 maart jl., dat er geen sancties in het vooruitzicht zijn gesteld, biedt evenmin helderheid. Stel dat dat op een gegeven moment wel nodig is? Wie is dan het bevoegd gezag? Het lijkt erop dat er nog onvoldoende tijd is geweest om dit allemaal af te stemmen en te doordenken. Maar de tijd dringt om knopen door te hakken. Als we de virologen moeten geloven dan moet het ergste nog komen. Het lijkt me geen aantrekkelijk vooruitzicht om met zijn allen in stage four te belanden. Wellicht dat op het moment dat dit vooraf verschijnt, de noodtoestand door de minister-president al is uitgeroepen. Wat de komende tijd wel zal blijven gelden is, om met de woorden van de Italiaanse premier Conte te eindigen, dat we vandaag afstand moeten houden om elkaar morgen met meer warmte te kunnen omhelzen.

 

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2020/686, afl. 11.

 

  1. Zie HR 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:389.
  2. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/12/nieuwe-maatregelen-tegen-verspreiding-coronavirus-in-nederland
  3. De gemeente Eindhoven heeft de noodbevoegdheden netjes op een rij gezet: https://eindhoven.parlaeus.nl/user/bdocument/action=showannex/gdb=1142/Bijlage_RBT_bevoegdheden_toelichting.pdf
  4. Zie het blog van Bart Roozendaal, van  12 maart 2020 op Omgevingsweb.nl https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/het-coronavirus-in-nederland-een-verbod-op-evenementen-100-welke-juridische-basis-heeft-dit-verbod-en-is-het-te-handhaven/
Over de auteurs
Taru Spronken
A-G bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht