Baas boven baas. Terwijl Koning Winter met een enkele kuch ons land met zijn zo veel geprezen infrastructuur plat legde, legde Keizer Donald met een enkele ‘briljante’ daad maar ook met woorden en treitertweets vanuit zijn entourage het westelijk halfrond lam. Nadat hij de Venezolaanse president had laten ontvoeren en de macht had overgedragen aan de toch ook bepaald niet brandschone vicepresident Rodríguez (‘zij doet precies wat wij willen’), richtte het boze oog zich al snel weer op Groenland, Colombia en Mexico. En, ‘make no mistake’, het blijft niet bij woorden.
In deze nieuwe Golden Age of America worden woorden in daden omgezet – waarbij de inzet van het ‘formidabele’ Amerikaanse leger, zo blijkt, niet wordt geschuwd – of op zijn minst in andere tastbare resultaten: ‘deals’ die in een regulier contractenrecht een serieuze kans zouden maken op vernietiging wegens misbruik van omstandigheden of (economische) bedreiging.
We verkneukelen ons wel eens over de korte aandachtsspanne van de Amerikaanse president en zetten in onze naïviteit daarop misschien ook wel eens ons geld (‘misschien is hij dit straks weer vergeten en blijft het bij deze woorden’), maar intussen blijkt niet alleen dat Trump door rancune wordt gedreven en daarbij profiteert van een geheugen als dat van een olifant, maar vooral dat er gewoon een plan is dat wordt uitgevoerd. Dat leidt tot het afbreken van een wereldorde (66 internationale organisaties ‘handelen in strijd met de nationale belangen van de VS’) die de VS ooit, niet alleen uit eigenbelang, hielpen opbouwen. Naast het al veel vaker genoemde Project 2025 is er de nieuwste Amerikaanse veiligheidsstrategie, waarin een blauwdruk en rechtvaardiging is te vinden voor wat er nu op het westelijk halfrond gebeurt. In de kern gaat het om een terugkeer naar de Monroe-doctrine, zij het dat de actuele versie niet zozeer gekant is tegen Europese bemoeienis op het westelijk halfrond, maar tegen de invloed van grootmachten als China en Rusland. Deze Donroe-doctrine doet het ergste vrezen voor andere delen van de wereld, omdat zij andere grootmachten in hun ‘regio’ ook ruimte geeft, die zij net als de Verenigde Staten op enig moment ook daadwerkelijk zullen gaan benutten.
Zonder schaamte wordt inmiddels door Amerikaanse politici gesproken over de vraag hoe Groenland er het beste bij kan worden getrokken. Door het militaire apparaat in te zetten en daarmee de NAVO op te blazen of door die goede oude tijd waarin Louisiana gewoon van de Fransen (1803) en Alaska van de Russen (1867) kon worden gekocht nieuw leven in te blazen? Eigendom is erg belangrijk heeft de Amerikaanse president al laten weten: ‘Ik denk dat je daarmee dingen kan doen die niet mogelijk zijn met een huurovereenkomst of een verdrag.’ Op de achtergrond zien we ‘topadviseur’ Miller: ‘Niemand gaat met de VS vechten over Groenland … we leven in een wereld waarin de sterkste bepaalt’. Zo, het hoge woord is eruit.
Dat veiligheid hier een rekkelijk begrip is, is duidelijk. De Verenigde Staten hebben al lang een grote militaire basis op Groenland en zouden in overleg en onder NAVO-vlag vast een grotere militaire aanwezigheid kunnen realiseren om China en Rusland in arctisch gebied af te schrikken. Maar onder de noemer van veiligheid moeten we het ook over grondstoffen en mineralen hebben. En ook op dit vlak kunnen Venezuela en Groenland in één adem worden genoemd. Zo is het met ‘veiligheid’ bij de regering-Trump als met andere beleidszaken. Door in woorden ‘op te schalen’ kan je niet alleen je eigen drastische acties rechtvaardigen, maar ook de geesten van anderen hiervoor rijp maken. Zo kun je fentanyl bijvoorbeeld een massavernietigingswapen noemen, drugscriminelen narco-terroristen en de zittende president van een ander land de leider van een drugskartel om aldus de weg vrij te maken voor executies op open zee en de ontvoering van Maduro.
Volgens de Duitse president Steinmeier dreigt de wereld te veranderen in een rovershol, waar de meest gewetenloze figuren alles kunnen pakken wat ze willen. Die durft tenminste te zeggen waar het op staat. Intussen laat Nederland zien waarin een klein land groot kan zijn. Weliswaar steunen we bij monde van dubbel demissionair premier Schoof de Denen in hun reactie op de Amerikaanse Groenlandaspiraties en onderschrijven wij de verklaring in dit verband van de grote Europese landen, maar verder zijn wij heerlijk verdeeld en vooral bang om op hele lange Amerikaanse tenen te staan. Zo legt het imperialisme van Trump ook een mogelijke breuklijn in een nieuw kabinet bloot. Waar Jetten ferme taal zou willen gebruiken, beweegt Bontenbal liever mee met de nieuwe werkelijkheid. Die laatste benadering wint getuige de uitkomst afgelopen donderdag van het Kamerdebat over de Amerikaanse actie in Venezuela. Van Weel heeft de Kamer overtuigd: er is begrip voor het ingrijpen in narcostaat Venezuela.
Is er, als werkelijke weerstand in de VS uitblijft, nog hoop? Gevraagd naar de grenzen van zijn macht, antwoordde de Amerikaanse president in een interview met de New York Times afgelopen week letterlijk: ‘Ja, er is één ding. Mijn eigen moraliteit. Mijn eigen verstand. Dat is het enige dat mij kan tegenhouden.’ En het internationale recht dan? ‘Ik heb het internationale recht niet nodig’, was Trump bereid om uit te leggen. Zijn regering wil zich best wat gelegen laten liggen aan het internationale recht, maar ook hier kwam de aap uit de mouw. Trump bepaalt zelf welke beperkingen voor de Verenigde Staten gelden: ‘Het hangt ervan af wat je definitie van internationaal recht is.’
Het recht van de sterkste. Doen wat jou in je eigen belang goeddunkt, naar je rovershol slepen wat volgens jou in ieder geval vanaf nu van jou is, maar eigenlijk al veel eerder van jou was. En kennelijk het ultieme prerogatief van de sterkste: bepalen wat recht is.
Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/58, afl. 2
Afbeelding: ©Alamy
