De straat op

Maar niet meer om vuurwerk af te steken. De achter ons liggende jaarwisseling zou de laatste zijn geweest waarbij we massaal de straat op mochten om zelfgekocht vuurwerk af te steken. Een jaarwisseling waarvoor de ME met betere gehoorbescherming en pepperspray werd uitgerust. Waarbij politie en hulpverleners werden bestookt met vuurwerkkanonnen, twee vuurwerkdoden vielen en veel meer mensen gewond raakten. En dan hebben we het nog niet eens over het aantal vuurwerkslachtoffers voorafgaand aan 31 december – in het najaar waren dit jaar al veertien kinderen in Nederland een hand of vinger(s) kwijtgeraakt.

Het wetsvoorstel veilige jaarwisseling (Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten, Kamerstukken 35386) dat een algemeen vuurwerkverbod regelt, dateert al uit 2020. Het zorgde voor de nodige discussie, over het plezier dat met deze traditie verbonden zou zijn en vuurwerkverkopers voor wie de jaarwisseling zo een stuk minder leuk zou worden. Pas toen het CDA en de VVD uiteindelijk ‘omgingen’, werd het voorstel op 8 april 2025 door de Tweede en op 1 juli 2025 door de Eerste Kamer aangenomen.

Toch kon het vuurwerkverbod voor consumenten dit jaar nog niet ingaan, aldus een aangenomen motie daartoe, onder meer vanwege de compensatie voor de vuurwerkbranche. Ook werd een amendement aangenomen van de leden Bikker, Stoffer en Boswijk dat uitzonderingen – onder strikte bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden – mogelijk maakt. Groepen burgers, zoals buurtverenigingen, kunnen zich daarvoor wenden tot de gemeente, maar het precieze hoe en wat moet nog worden uitgewerkt. Tot slot moet er nog worden gekeken naar alternatieve manieren en middelen om de jaarwisseling nog steeds overal ‘feestelijk’ te kunnen vieren. Iets met brood en spelen, dus.

Ikzelf heb helemaal niets met vuurwerk. Onverwachtse knallen en potentiële bommen zijn voor mij reden om rond middernacht juist níet de straat op te gaan. Tegelijkertijd vind ik het een juridisch interessante vraag of er ook grondrechtelijke argumenten bestaan die tegen een algeheel verbod pleiten. Of ‘proportionaliteit’ zou moeten worden aangetoond voor de gemaakte inbreuk op het recht op persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld. Zo valt in Duitsland het afsteken van vuurwerk (Böllern) onder het grondrecht uit Artikel 2 Grundgesetz, de Allgemeine Handlungsfreiheit. Hoe proportioneel is een algemeen verbod als het in veel gevallen wél goed gaat, of: zonder vuurwerk tijdens de jaarwisseling net zo mis? In de totstandkomingsgeschiedenis van het Nederlandse verbod komen grondrechtelijke argumenten volgens mij echter niet (expliciet) terug.

Hoe anders is dat waar het gaat om mensen die de straat op (willen) gaan om te demonstreren (een thema dat in de honderdste jaargang van het NJB ook de nodige aandacht kreeg). En dat is natuurlijk logisch. Toch lijken sommige politieke partijen maar moeizaam te willen begrijpen dat juist door dat bij uitstek grondrechtelijke karakter van de demonstratievrijheid, algehele verboden of beperkingen in beginsel uit den boze zijn, en steeds moet worden gehandeld naar bevind van zaken in het concrete geval.

Dat laatste blijkt opnieuw uit het vuistdikke maar kraakheldere WODC-rapport over het demonstratierecht dat onlangs aan de Tweede Kamer werd aangeboden.1 Daarin wordt op basis van rechtsdogmatische, rechtsvergelijkende én empirische bevindingen geconcludeerd dat (ingrijpende) aanpassingen in het wettelijk kader niet nodig – en dus ook juridisch gezien niet noodzakelijk (proportioneel) zijn. De problemen die er zijn, zijn van meer praktische aard, en betreffen bijvoorbeeld gebrekkige kennisgeving of de handhaving. Overigens weten we uit een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid uit 20252 dat slechts bij 3% van de demonstraties sprake is van incidenten, en daarbij kan het al gaan om een enkele overlastmelding. Media en politiek laten ons niet zelden iets anders geloven.

Ook de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak (ABRvS 3 december 2025, RVS:2025:5683 e.a.) inzake demonstraties bij abortusklinieken onderstrepen dat aanpassingen van de (Grond)wet niet nodig zijn. Juist bij abortusklinieken is in verband met de locatie en kwetsbaarheid van bezoekers eerder aan het wanordelijkheidscriterium (een van de drie gronden – naast gezondheid en verkeer – op basis waarvan beperkingen mogelijk zijn) voldaan. Dat is iets anders dan het toestaan van een algehele bufferzone of een nieuwe beperkingsgrond toevoegen aan de Grondwet – op basis waarvan dan potentieel weer allerhande demonstraties (vaker) aan beperkingen zouden kunnen worden onderworpen.

Dat een algeheel vuurwerkverbod proportioneel kan worden geacht en een (algemene) beperking van het demonstratierecht niet, zit hem uiteindelijk echter niet zozeer in de cijfertjes of in de link tussen vuurwerk en geweld. De straat opgaan om te demonstreren is – anders dan de straat opgaan om vuurwerk af te steken – geen kwestie van traditie of van de individuele vrijheid om te doen waar je zin in hebt: het is bij uitstek politiek. De de­­mocratische rechtsstaat leeft van politiek handelen (ook buiten verkiezingen om) dat al dan niet ingaat tegen de heersende opvatting of het regeringsbeleid; opkomt voor minderheden (zonder dat demonstranten daar noodzakelijkerwijs zelf toe behoren) en pluraliteit laat zien. Dat handelen mag overlast veroorzaken, moet echter vreedzaam blijven om het label grondrecht te verdienen. De gevolgen ervan zijn onzeker – precies zoals de bedoeling is in een democratie waar niet een enkele ‘Koning’ – of ‘de meerderheid’ – het voor het zeggen heeft.

Voor 2026 wens ik dat we de straat opgaan. De bühne op, de publieke ruimte in; in elk geval buiten onze eigen bubbel treden en ons bekommeren om dat wat niet alleen onszelf aangaat. Door te gaan demonstreren, misschien, te gaan flyeren voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, of bijvoorbeeld een opinie voor het NJB te schrijven. Of gewoon door de buren het beste voor het nieuwe jaar te wensen. 

Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/1, afl. 1

Afbeelding: ©istock

Voetnoten

1 rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/19/wodc-onderzoek. Voor de volledigheid zij vermeld dat ik onderdeel uitmaakte van de begeleidingscommissie van dit onderzoek.

2 inspectie-jenv.nl/documenten/2025/05/15/rapport-faciliteren-of-begrenzen.

Over de auteur(s)
Ingrid Leijten
Hoogleraar Nederlands en Europees constitutioneel recht aan Tilburg University