Anderhalve-meter-recht

‘De anderhalve-meter economie’. Het is de nieuwe werkelijkheid waar Nederlandse ondernemers zich op hebben in te stellen, aldus minister Wiebes eind maart. Wat zou vanuit het recht bezien het equivalent voor de anderhalve-meter-economie zijn? De eerste reactie op deze vraag zal veelal wijzen op de talloze wettelijke regelingen die door de crisis worden geraakt.

Of het nu gaat om het loslaten van specifieke regels op het terrein van de mededinging of de gezondheidszorg dan wel de interpretatie van algemene contractuele leerstukken, zoals dat van de onvoorziene omstandigheden. Regels die worden aangepast om de pijn te verzachten of te delen. Of omdat ze een sta-in-de-weg zijn voor het onder controle krijgen van de crisis. En nieuwe regels worden natuurlijk ook afgekondigd, waaronder regels om te voorkomen dat nietsontziende individuen van de ellende profiteren, zoals met excessieve prijzen voor bepaalde producten.1


Toch, het juridisch equivalent voor de anderhalve-meter-economie staat hopelijk voor meer dan uitsluitend het juridisch-technisch aanpassen of flexibel toepassen van de vertrouwde wettelijke regelingen of begrippen. De opdracht om gepaste afstand tot de medemens in acht te nemen ziet immers in essentie op de noodzaak om de kwetsbaren in onze samenleving te beschermen. Daarmee wordt het voor ons juristen ook de opdracht om met andere ogen naar het bouwwerk van ons recht te kijken. Het anderhalve-meter-recht als perspectief dat onlosmakelijk is verbonden met aandacht voor kwetsbaarheid en solidariteit! Belangrijk daarbij is dat deze aandacht niet alleen is gericht op de juridische maatregelen die we nu en de aankomende jaren nemen om de lasten van de crisis en economische recessie rechtvaardig te verdelen. De opdracht van ‘het anderhalve-meter-recht’ reikt verder en is fundamenteler.


Want maakt juist de noodzaak om talloze wettelijke regelingen terzijde te schuiven dan wel aan te passen niet pijnlijk duidelijk dat ons rechtssysteem onvoldoende is geëquipeerd om kwetsbaren bij te staan of soms zelfs voorrang te geven? Hebben we wel voldoende oog voor de zwakkere rechtsgebruiker en zijn we de kwetsbaren niet een beetje vergeten in ons recht? Op mijn eigen vak-gebied – recht & technologie – zijn er voorbeelden te over. Zoals op mondiaal niveau het uiterst spaarzame gebruik van de dwanglicentie in het octrooirecht, terwijl twee miljard mensen verstoken blijven van betaalbare basale medicatie.2 Overigens niet alleen op het Afrikaanse continent, maar ook in de Westerse wereld. Zo had de populariteit van internationale handelsverdragen tot gevolg dat een land als Canada, dat actief gebruik maakte van dwanglicenties voor de import van generieke medicijnen, dit instrument niet langer kon inzetten. Met als gevolg een sterke stijging van de prijzen van geneesmiddelen.3 Maar ook in eigen land lijkt empathie in het recht en de rechtstoepassing soms uit beeld geraakt. Wie in het digitale verkeer met een overheidsinstantie in de problemen geraakt heeft het bestuursrecht alles behalve aan zijn zijde.4 En wie bij de (online) aanvraag voor een toeslag een klein foutje maakte was, zoals we inmiddels weten, helemaal de pineut.


Het zijn slechts enkele voorbeelden van wat als een veel bredere ontwikkeling valt te zien. Het jarenlang rof-felen op de trom van zowel zelfredzaamheid als concurrentie heeft ook de denkpatronen en structuren van ons recht beïnvloed. De tucht van de markt, de dominantie van eigen verantwoordelijkheid voor het leven (en dus ook pech in het leven) – dit alles in combinatie met de nadruk op een optimale en efficiënte benutting van capaciteit, kapitaal en technologie – hebben ook ons recht en de rechtstoepassing gekleurd. Toegegeven: vrijwel ieder deelgebied van het recht kent de nodige bepalingen die ervoor moeten zorgen dat publieke belangen niet volstrekt worden genegeerd. Maar de rechtsregels die dienstbaar zijn aan publieke waarden en het verwezenlijken van fundamentele waarden behoren veelal tot de categorie ‘uitzonderingen’ op generieke bepalingen. Ze zijn kortom niet het vertrekpunt van de regeling.


Een crisis als de huidige noodzaakt op tal van maatschappelijke terreinen tot het opnieuw doordenken van klassieke patronen en vertrouwde afspraken. Dat geldt ook voor de afspraken die we als samenleving middels het recht hebben gemaakt. De concretisering zal op de korte en langere termijn tastbaar worden via talloze (aangepaste en nieuwe) wettelijke regels, gerechtelijke uitspraken en afspraken tussen partijen. Uiteenlopende deelterreinen van het recht gaan op de schop, variërend van sociale zekerheid voor zzp-ers tot meer greep op het aanbod van medische apparatuur. Maar laat de erfenis van de crisis vooral ook meer zijn. Corona confronteert ons onverbloemd met kwetsbaarheid. Het zal aldus ook moeten gaan over het opnieuw doordenken en wettelijk regelen van de grote (her)verdelingsmechanismen van welvaart en solidariteit: pensioenen, verzekeringen, huisvesting, gezondheidzorg en onderwijs zijn dan de grote aandachtpunten. Daarmee creëren we immers een middenklasse waarop iedere democratie bouwt. Maar het nieuwe vergezicht zal ook hebben te gelden voor de ontelbare ‘kleine’ regelingen die ons recht inmiddels rijk is, van civielrechtelijke aansprakelijkheid tot fiscale regelingen voor multinationals. Laat ‘anderhalve-meter-recht’ bovenal een herinnering zijn aan de rol van het recht om solidair met de ander te zijn en maatregelen te accepteren die primair in het belang van de ander zijn.

 

Dit Vooraf wordt gepubliceerd in NJB 2020/878, afl. 14

 

  1. Zie bijvoorbeeld de nieuwe wettelijke regeling in Ontario: www.ontario.ca/laws/regulation/200098
  2. www.publiceye.ch/de/publikationen/detail/protect-patients-not-patents
  3. Zie: E. ‘t Hoen, The global politics of pharmaceutical monopoly power: drug patents, access, innovation and the application of the WTO Doha Declaration on TRIPS and public health. AMB; 2009.
  4. www.njb.nl/blogs/bestuursrecht-digitalisering/
Over de auteur(s)
Corien Prins
Hoogleraar Recht en Informatisering