Artikelen van Willem F. Korthals Altes

Blog
Ook gij, Raad voor de rechtspraak!
Is het, vanuit de Trias-gedachte, wel zo gelukkig dat de Raad voor de rechtspraak adviseert over wetgeving met een politiek-maatschappelijke lading?
5 februari 2021 Artikel Willem F. Korthals Altes
TijdschriftNJB 5 (2021)
De handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK
Joris Larik
Deze bijdrage geeft een eerste overzicht van de zwaarbevochten handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het VK en de EU in de context van de al vierenhalf jaar durende Brexit-saga. Samen met het terugtrekkingsakkoord hebben de betrekkingen tussen de EU en VK nu een nieuw fundament – gegoten uit het oude cement van internationaal publieksrecht. De overeenkomst slaagt erin zowel de rode lijnen van de partijen te respecteren als de maalstromen van een no-deal te omzeilen. Dat dit in een turbulent politiek klimaat is gelukt, is zeker voor een groot deel aan de volharding van de onderhandelingsteams van beide partijen te danken. Desalniettemin wordt op de honderden bladzijden van het akkoord keer op keer duidelijk dat het hier om een document gaat dat de schade van desintegratie regelt in plaats van de partijen hechter naar elkaar toe te laten groeien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Over briefstemmen en volmachten
Leon Trapman
Dat er maatregelen genomen worden om mensen ook in coronatijd voldoende in staat te stellen hun stem te kunnen uitbrengen, is alleszins verdedigbaar. Of daarbij, gezien de gevaren voor de stemvrijheid, dan alle sluizen open moeten, valt echter te betwisten. Met de uitbreiding van de briefstemregeling én de volmachtregeling neemt de wetgever tamelijk rigoureuze maatregelen die de stemvrijheid onder druk zetten. Daar komt bij dat de regering de wijzigingen onvoldoende kan motiveren. Van een ‘dringende noodzaak’ om de briefstemregeling uit te breiden is niet gebleken en ook de stelling dat de normale volmachtregeling geen uitkomst biedt, is niet overtuigend onderbouwd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kinderopvangtoeslagaffaire
Jacobine van den Brink en Rolf Ortlep
In plaats van elkaar achteraf de maat te nemen naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire, is het verstandiger om de energie van de wetgever, het bestuur, de rechter en de wetenschap te besteden aan hoe het beter kan. In dit artikel wordt onderbouwd dat de Afdeling bestuursrechtspraak voor de strenge interpretatie van de kinderopvangtoeslagwetgeving heeft kunnen kiezen, al was dat met de kennis van nu geen gelukkige keuze. In het tweede deel van de bijdrage wordt gereflecteerd op de verhouding wetgeving en bestuursrechtspraak, en welke rol de wetenschap hierin zou kunnen spelen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Ik was het niet, ik was het niet, het was de wetgever!
Leo Damen
De tekst noch de wetsgeschiedenis van artikel 26 Awir dwongen in de relevante periode inzake de 100%-terugvorderingsplicht tot de interpretatie die de Afdeling steeds heeft gevolgd en nog steeds aanhangt. Zij gaven juist aanleiding tot de tegengestelde interpretatie: bij de terugvorderingsbevoegdheid bestond beleidsruimte. Het a contrario-argument van het ontbreken van een hardheidsclausule kon daar niet aan afdoen, omdat een hardheidsclausule gezien de tekst en wetsgeschiedenis helemaal niet nodig was.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Ook gij, Raad voor de rechtspraak!
Willem F. Korthals Altes
Aan de slachtoffers van de gevolgen van de toeslagenwetgeving is een zekere – en belangrijke – mate van rechtsbescherming onthouden, omdat de bestuursrechter het anders te druk zou krijgen. Wat de vraag oproept of het, vanuit de Trias-gedachte, wel zo gelukkig is dat de Raad voor de rechtspraak adviseert over wetgeving met een politiekmaatschappelijke lading.

[verder lezen in NAVIGATOR]

3 februari 2021
Blog
Rechters, grijp de macht
De rechters van de werkvloer zouden de macht weer in handen moeten nemen en wel op twee fronten: 1. bij de waarborging van de kwaliteit van de rechtspraak en 2. bij de besluitvorming over alles wat daarmee in de ruimste zin van het woord in verband staat
20 december 2018 Artikel Willem F. Korthals Altes
TijdschriftNJB 44 (2018)
Toekomstvisie landelijk Tegenlicht
landelijk Tegenlicht
In deze bijdrage wordt de toekomstvisie van landelijk Tegenlicht een samenwerkingsverband van rechters gegeven. De rechterlijke organisatie wordt vanuit een wurggreep op basis van een verkeerd in wezen kwantitatief vertrekpunt bestuurd. Essentiële informatie over wat nodig is om zaken inhoudelijk goed en snel te kunnen behandelen en wat wel en niet werkt in de dagelijkse uitoefening van de rechterlijke functie, wordt onvoldoende betrokken bij de besluitvorming in de hogere bestuurslagen. Dát ligt aan de basis van de problemen van de rechterlijke organisatie die de afgelopen jaren voor veel onrust hebben gezorgd. Tegenlicht formuleert concrete voorstellen tot verbetering.


Lees het hele artikel in Navigator.

Is de Nederlandse rechterlijke macht een inferieure staatsmacht?
Paul Bovend'Eert
In de probleemanalyse door landelijk Tegenlicht geven rechters aan dat de wettelijke bestuursstructuur en het financieringsmodel in de praktijk tekortschieten. Er is een kloof tussen rechters en bestuurders en een gebrek aan vertrouwen. Aan deze praktische bezwaren kunnen serieuze staatsrechtelijke bezwaren worden toegevoegd. De huidige bestuursstructuur en het huidige financieringsmodel voldoen niet aan de rechtsstatelijke eisen. Er is sprake van een onafhankelijkheidsdeficit in de rechterlijke macht. Een oplossing van de problemen vergt een aanpassing van de wettelijke bestuursstructuur waarbij de minister zijn taken en bevoegdheden op het brede terrein van de bedrijfsvoering van de gerechten moet kwijtraken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Rechters, grijp de macht
Willem F. Korthals Altes
De rechters van de werkvloer zouden de macht weer in handen moeten nemen en wel op twee fronten: 1. bij de waarborging van de kwaliteit van de rechtspraak en 2. bij de besluitvorming over alles wat daarmee in de ruimste zin van het woord in verband staat. Daarbij moet ook nog eens goed worden nagedacht over de bestuursstructuur en de invulling daarvan. Met een professioneel gerechtsbestuur in combinatie met een door rechters van de inhoud bemenst adviescollege zal bijvoorbeeld beter kunnen worden afgestemd hoe gedigitaliseerde systemen op effectieve en toepasbare wijze kunnen worden ingericht. Van belang is echter vooral dat rechters die zich dagelijks met het primaire proces bezighouden, meer bij belangrijke besluiten worden betrokken en zich ertoe geroepen voelen daarover na te denken.


Lees het hele artikel in Navigator.

19 december 2018
TijdschriftNJB 8 (2018)
The Storm has come, of: wie beslist over het minister-presidentschap in Sint Maarten?
Gerhard Hoogers
In deze bijdrage wordt een aantal staatsrechtelijke vragen rondom het ontslag van minister-president Marlin geanalyseerd. Alles overziende is het een weinig verheffend beeld dat zich aandient. Niet het zo gesmade Sint Maarten, maar de regering van het Koninkrijk is hier degene die de deugdelijkheid van bestuur, waarvan zij nota bene de constitutionele garant is, aan haar laars gelapt heeft, door staatsrechtelijke normen te verzinnen of in ieder geval hoogst ongebruikelijk te interpreteren, een memorie van toelichting selectief en onjuist te citeren, in een conflict tussen twee Sint Maartense staatsorganen eenzijdig de kant van het parlement te kiezen en gebruik te maken van een aanwijzingsbevoegdheid waarvan de Raad van State van het Koninkrijk nog slechts twee jaar geleden gezegd heeft dat die hiervoor niet gebruikt mag worden. De inmiddels afgetreden minister-president van Sint Maarten is bovendien publiekelijk aan de schandpaal genageld door de volstrekt ongegronde beschuldiging zijn ambtseed geschonden te hebben.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ingrijpen op Sint Eustatius
Hansko Broeksteeg en Ine van Haaren-Dresens
Op 6 februari jl. namen beide kamers van de Staten-Generaal een wetsvoorstel aan op grond waarvan wordt ingegrepen in het openbaar bestuur op Sint Eustatius. Een regeringscommissaris oefent tijdelijk alle taken en bevoegdheden van het eilandsbestuur uit. Het is bijna 70 jaar geleden dat de wetgever dit meest vergaande instrument van bestuurlijk toezicht voor het laatst heeft toegepast. Dit artikel analyseert de geschiedenis van ingrijpen bij grove taakverwaarlozing, bespreekt waarom de wetgever ingrijpt op Sint Eustatius en onderzoekt op welke wijze wordt ingegrepen. Vanzelfsprekend wordt daarbij ingegaan op de bijzondere juridische status van het openbaar lichaam Sint Eustatius.


Lees het hele artikel in Navigator.

Wetsvoorstel afwikkeling massaschade in collectieve actie (34 608)
Jeroen Kortmann
Op 12 januari 2018 stuurde de Minister van Rechtsbescherming een nota van wijziging bij het Wetsvoorstel Afwikkeling Massaschade in een Collectieve Actie naar de Kamer. De meest in het oog springende wijzigingen betreffen het schrappen van de bepaling die alle collectieve acties concentreerde bij de Rechtbank Amsterdam; de toevoeging van een tweede mogelijkheid tot opt out in geval van een collectieve schikking; en een nadere beperking van het geografische bereik van de collectieve schadevergoedingsactie. Het opt out-karakter zal in beginsel alleen voor Nederlandse ingezetenen gelden. Voor elk van deze wijzigingen geldt dat zij het draagvlak voor het Wetsvoorstel zullen vergroten, al zal de keuze voor opt out in het Wetsvoorstel in de praktijk de totstandkoming van schikkingen niet eenvoudiger maken. Daarnaast bevat de nota van wijziging ook nog ‘enkele wetstechnische verbeteringen’ waaronder ook de nieuw voorgestelde regel van overgangsrecht valt. Dát overgangsrecht is toegevoegd, is te prijzen. De wijze waaróp het in de nota van wijziging is geregeld, is echter minder gelukkig.


Lees het hele artikel hier

in Navigator.

Het ongelijk van de Hoge Raad
Laura Bähr
De Hoge Raad heeft ten onrechte geoordeeld dat het moment van herbeoordeling van een levenslange straf in de vorm van een ambtshalve gratieprocedure in lijn is met de eis van het EHRM. De uiteindelijke herbeoordeling zal ruimschoots na de uiterste grens van 25 jaar gaan plaatsvinden. De Hoge Raad heeft er ook geen oog voor dat niet alle criteria, aan de hand waarvan moet worden bepaald of de straf wordt verkort, objectief zijn en hecht teveel belang aan de rol van de burgerlijke rechter als rechterlijk toezichthouder.


Lees het hele artikel in Navigator.

Reactie en naschrift op ‘Rechtbanktekeningen nopen tot een herziening van de Persrichtlijn’
Willem F. Korthals Altes en Paul Verweijen

Reactie van Willem Korthals Altes: In zijn artikel over de rechtbanktekeningen en de Persrichtlijn (NJB 42, 2017) merkt Paul Verweijen terecht op dat de Persrichtlijn aan herziening toe is. Deze herziening zou echter iets anders moeten omvatten dan een beperking van de mogelijkheid verdachten in de rechtszaal te tekenen.

Lees het hele artikel in Navigator.


Naschrift van Paul Verwijen: In zijn lezenswaardige reactie miskent Korthals Altes allereerst dat het EVRM, in casu artikel 6 en 8, een positieve verplichting meebrengt voor de Staat om te waarborgen dat deze grondrechten worden geëerbiedigd. Dat het EVRM vanzelfsprekend niet direct voor de media geldt laat de positieve verplichting onverlet te Auteur 1. Mr. P.T. Verweijen is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer advocaten te Rotterdam. regelen dat de media deze rechten niet met voeten treedt.

Lees het hele artikel in Navigator.

21 februari 2018
TijdschriftNJB 5 (2013)
Vechten tegen spoken in de mist?
Jon Schilder, Jan-Peter Loof en Kees Sparrius
Over veiligheidsonderzoeken voor vertrouwensfuncties en rechtsbescherming
De bescherming van vitale functies in de samenleving behoort tot de kerntaken van de overheid. Staatsgeheimen behoren niet op straat te liggen en terroristische aanslagen moeten worden voorkomen. Het veiligheidsonderzoek door de AIVD bij aanstellingen in vertrouwensfuncties speelt daarbij een belangrijke rol. Maar ten koste waarvan? Het systeem zoals het nu werkt houdt te weinig rekening met de belangen van de (beoogde) vertrouwensfunctionarissen. De rechtspositie van de betrokkenen valt, ondanks denkbare dilemma’s, zelfs met eenvoudige maatregelen te verbeteren. Schade kan al worden voorkomen door betere communicatie. Weten (potentiële) vertrouwensfunctionarissen voldoende welke risico’s verbonden zijn aan een bepaalde levenshouding of aan de keuze van een (nieuwe) partner? Kunnen ze vermoeden welk gevecht hun mogelijkerwijs te wachten staat?
De ondoorgrondelijke systematiek van het wetsvoorstel HOF
Jan-Herman Reestman
Het wetsvoorstel inzake houdbare overheidsfinanciën dat de verplichtingen uit het Stabiliteitsverdrag met betrekking tot de Europese begrotingsregels in het nationale recht omzet roept nogal wat verwarring op. Terwijl het nu juist de bedoeling was om de regels inzichtelijk te maken voor politici en burgers.
Een (verdere) civilisering van het strafproces
Willem F. Korthals Altes
Door Promis zijn we eraan gewend geraakt dat vonnissen in strafzaken qua opzet wat meer op civiele vonnissen zijn gaan lijken. Rechters stellen feiten vast, bespreken de standpunten van partijen en geven dan hun oordeel. Die lijn zouden we ook naar de voorkant van het strafproces kunnen doortrekken, als we net als in civiele zaken aan partijen (OM en verdediging) in een eerder stadium van het proces een substantiëringsplicht zouden opleggen. De kwaliteit van het strafgeding en daarmee ook van het vonnis zou erbij gebaat kunnen zijn.
Reactie op ‘De onzichtbare kosten van controle- en selectieprocedures’
P. Hooimeijer
Tolken en vertalen in strafzaken op orde
Han von den Hoff
Nederland voldoet wél aan EU-richtlijn 2010/64
1 februari 2013