Artikelen van Sietske Dijkstra

Tijdschrift
NJB 13 (2026)
Cessie: het maakt wel degelijk uit aan wie je moet betalen
De afgelopen twintig jaar is het steeds eenvoudiger geworden om vorderingen over te dragen en te verpanden. Stille cessie, het opheffen van verpandingsverboden en het recente voorontwerp Wet modernisering pandrecht en cessie richten zich vooral op het vergroten van financieringsmogelijkheden. Wat daarbij onderbelicht blijft, is de positie van de schuldenaar. Vooral natuurlijke personen kunnen door deze ontwikkelingen worden geconfronteerd met nieuwe en soms agressieve schuldeisers, onduidelijke mededelingen en extra risico’s bij het afhandelen van schulden. Dit artikel belicht waarom het wél uitmaakt aan wie een schuldenaar moet betalen en pleit voor een evenwichtigere bescherming van de natuurlijke persoon in een stelsel dat steeds meer is gericht op verhandelbaarheid van vorderingen.
Het Nationaal Burgerberaad Klimaat en de Grondwet: een lastige verhouding?
Afgelopen jaar heeft voor het eerst een Nationaal Burgerberaad Klimaat plaatsgevonden in Nederland. 175 door loting aangewezen burgers zijn na overleg tot concrete aanbevelingen voor politiek Den Haag gekomen. Het kabinet is nu aan zet en moet binnen zes maanden op de aanbevelingen reageren. Tegelijkertijd dienen volksvertegenwoordigers op grond van het lastverbod ex artikel 67 lid 3 Grondwet altijd naar eigen inzicht te stemmen. Hoe moet er dan in de politieke besluitvorming worden omgegaan met de concrete aanbevelingen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat? In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de opvolging van de uitkomsten van een burgerberaad aan de ene kant en de grenzen aan deze opvolging door het verbod van last aan de andere kant.
De rechter in politiek vertegenwoordigende organen (II)
Met een wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt en dat rechters verbiedt zitting te nemen in volksvertegenwoordigende organen, probeert de wetgever de machtenscheiding steviger te borgen. Waar het oorspronkelijke voorstel zich beperkte tot de Staten-Generaal en het Europees Parlement, heeft een krap aangenomen amendement deze reikwijdte verbreed naar provinciale staten en gemeenteraden. Die uitbreiding blijkt omstreden. Tegen de achtergrond van een veranderende politieke cultuur, afnemende constitutionele hoffelijkheid en groeiende druk op de rechtsstaat, wordt betoogd dat een striktere scheiding tussen rechtspraak en politiek nu juist noodzakelijker is dan ooit. Ter onderbouwing worden de parlementaire discussie en de achterliggende beginselen geanalyseerd en wordt de voorgenomen regeling in de bredere context van rechtsstatelijke ontwikkelingen geplaatst.
De verkiezing van de Eerste Kamer en de verborgen bonus voor de Randstad
In haar bijdrage in NJB afl. 5 werpt Karapetian de terechte vraag op of het huidige verkiezingssysteem van de Eerste Kamer nog wel in lijn is met moderne opvattingen ten aanzien van principes van evenredige vertegenwoordiging en het gelijkelijke kiesrecht. De analyse is zeer waardevol, maar nog niet helemaal compleet: de problemen zijn namelijk nog groter dan uit het stuk van Karapetian blijkt. Daarom zijn de oplossingen die zij aandraagt ook niet helemaal afdoende.
Naschrift
Met belangstelling las ik de reactie van De Goede op mijn eerder verschenen bijdrage in NJB. Dat de berekening van de stemwaarde van de Eerste Kamerverkiezing in ieder geval niet moet worden gebaseerd op het inwonertal, lijkt ook de opvatting van De Goede te zijn. Waar hij van mening verschilt, heeft betrekking op de vraag welke grondslag wel aangewezen is: het aantal kiesgerechtigden/Nederlanders (mijn positie) of het aantal geldig uitgebrachte stemmen (de positie van De Goede).

Tijdschrift
NJB 35 (2025)
Gesloten jeugdhulp anno 2025
Hoewel de Jeugdwet vrijheidsbeperkende maatregelen toestaat onder strikte voorwaarden, blijkt uit recente bevindingen van het Europees Comité tegen Foltering (CPT) dat de praktijk regelmatig tekortschiet in het waarborgen van fundamentele rechten van jongeren, met name artikel 3 EVRM. Het gebruik van pijnprikkels, gebrekkige registratie en onvoldoende toezicht wijzen op structurele tekortkomingen. De huidige praktijk wijst op een structureel tekort aan centrale regie, rechtswaarborgen en effectieve controlemechanismen. Daarmee is niet alleen de rechtsstatelijke legitimiteit van gesloten jeugdhulp in het geding, maar ook het vertrouwen in de overheid als hoeder van kinderrechten.
Aansprakelijkheid van de zorgverlener wegens nalaten van leefstijladvies of leefstijlinterventie
In de curatieve zorg groeit de aandacht voor leefstijl als factor in ziektepreventie en behandeling. De overheid stimuleert zorgverleners om leefstijladvies en -interventies actief aan te bieden, maar dit roept juridische vragen op. In dit artikel wordt besproken of en onder welke voorwaarden een zorgverlener civielrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor schade die voortvloeit uit het niet aanbieden van leefstijladvies, mede in het licht van geldende richtlijnen, standaarden en het normatief kader van goed hulpverlenerschap. Twee casus dienen ter illustratie en verduidelijking. En wat is de rol die de overheid moet spelen?
Deelname van drie gerechten aan de botenparade van de Pride Amsterdam 2025
De deelname van drie gerechten aan de botenparade van Pride Amsterdam 2025 heeft een principiële discussie losgemaakt. Wat begon als een feestelijke uiting van steun voor diversiteit en gelijke rechten, raakt aan de kernwaarden van de Rechtspraak: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Wanneer gerechten zich zichtbaar positioneren in een maatschappelijk debat, rijst de vraag hoe dit zich verhoudt tot hun wettelijke taak en het vertrouwen van de samenleving. Is deelname een noodzakelijke expressie van democratische waarden, of brengt het risico’s mee voor het aanzien en de neutraliteit van de rechterlijke macht? In dit artikel worden de dilemma’s, de juridische kaders en de impact op zowel de relatie met de samenleving als op de individuele rechter verkend.
Het onvoorstelbare werd werkelijkheid
Onlangs hield Geert Corstens, oud-president van de Hoge Raad, tijdens één van de wekelijkse sit-ins bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, georganiseerd door Ambtenaren voor de Grondwet, een toespraak. De oud-president roept de regering onder andere op wapenleveranties aan Israël te stoppen, zich duidelijk uit te spreken over het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan en de staat Palestina te erkennen. En de naam van Nederland als forum van internationaal recht niet langer te beschamen.
Artikel 6 EVRM voor de overheid?
Kan de overheid zich beroepen op bescherming van in het EVRM neergelegde mensenrechten? Voor velen is de vraag stellen haar beantwoorden. Neen, is de communis opinio. De Centrale Raad van Beroep beantwoordt de opgeworpen vraag echter bevestigend. ‘De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de Hoge Raad dat artikel 6, eerste lid, van het EVRM het in die bepaling neergelegde recht toekent aan eenieder, derhalve ook aan publiekrechtelijke lichamen.’2 Dat is vanuit verschillende perspectieven een hoogst opmerkelijke overweging.

Tijdschrift
NJB 26 (2025)
De dwangsom in het algemeen belang?
De dwangsom van € 10 miljoen in de stikstofzaak Greenpeace/de Staat bracht vele pennen in beweging over het staatsrechtelijk spanningsveld waarin dergelijke algemeenbelangacties de civiele rechter plaatsen. Deze bijdrage concentreert zich op de ingewikkelde balanceeract die van de civiele rechter wordt gevraagd wanneer belangenorganisaties in algemeenbelangacties tegen de Staat dwangsommen vorderen. Enerzijds past het de rechter in beginsel niet om dwangsommen aan de Staat op te leggen, maar anderzijds is het in het belang van eiser, de samenleving én de rechterlijke macht om een dwangmiddel te kunnen inzetten om naleving van rechterlijke uitspraken te realiseren. Hoe moet daarin de balans worden gevonden?
Regie in de rechtsstaat
De roep om meer regie door de overheid is actueel. Of het nu gaat om de woningbouw, klimaatdoelen of asielopvang: meer regie is noodzakelijk om dergelijke maatschappelijke opgaven te realiseren. Daarmee rijst ook de vraag hoe we deze wens tot meer regie juridisch moeten duiden. Deze bijdrage stelt drie vragen centraal. Als eerste de vraag welke inhoud het begrip regie heeft. In de tweede plaats op welke wijze de roep om meer regie wordt vertaald in juridische instrumenten. Tot slot of de roep om meer regie past in een moderne opvatting van de rechtsstaat, nu daarin steeds vaker niet alleen klassieke uitgangspunten zoals legaliteit en machtenscheiding centraal staan, maar ook effectief en actief handelen van de overheid tot de kern van de rechtsstaatgedachte wordt gerekend. De antwoorden op die vragen worden geïllustreerd met een bespreking van de bestuurlijke vraagstukken waarin regie een rol speelt.
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb en het hoorrecht van kinderen
De burger kan ook een minderjarige burger, een kind, zijn. Die minderjarige burger heeft op grond van internationale verdragen een recht om te participeren in procedures die zijn of haar belangen raken. Het hoorrecht van kinderen is niet in de Awb verankerd en komt ook in het wetsontwerp Wet versterking waarborgfunctie Awb niet voor, terwijl met deze wetswijziging wordt beoogd een structurele verbetering van de Awb te bewerkstelligen en de wet aan te passen aan voortschrijdende inzichten over rechten en belangen van burgers in hun relatie tot de overheid. Waarom dan niet voor kinderen?
Welke rechter dient de toetsing van wetten aan de Grondwet ter hand te nemen?
In de Contourennota constitutionele toetsing wordt gepleit voor invoering van rechterlijke toetsing van wetten aan de klassieke grondrechten in de Grondwet, maar ook voor de instelling van een constitutioneel hof. Deze instantie zou bijdragen aan de ontwikkeling van een constitutionele cultuur in Nederland. Het is de vraag of dit het geval is, en hoe zo’n grondwettelijk hof moet worden samengesteld.

Tijdschrift
NJB 24 (2025)
Bescherming van de persoon in de Grondwet
Aanhoudende technologische en digitale ontwikkelingen zijn typerend voor deze tijd. In een wereld van data, AI en massale technische verbondenheid, moet worden onderzocht hoe nieuwe en opkomende technologieën invloed kunnen hebben op grondrechten. Om een meer duurzame en betekenisvolle grondrechtelijke bescherming van de persoon, waaronder diens persoonlijke levenssfeer, in een hoogtechnologische samenleving te waarborgen, wordt in dit artikel voorgesteld om twee algemene, complementaire grondrechten in de Grondwet op te nemen: (1) een aangepast algemeen grondrecht op privacy en (2) een nieuw algemeen grondrecht op persoonlijke integriteit. Niet alleen zouden deze twee voorgestelde bepalingen een groter bereik hebben dan de bestaande privacy-grondrechten maar ook zullen zij, wegens hun meer open en kernachtige formulering, beter in staat zijn in te spelen op de uitdagingen waarvoor huidige en toekomstige technologieën individu en samenleving stellen.
Vreemde behandeling van vreemd recht
Volgens boek 10 BW wordt buitenlands recht, toepasselijk volgens regels van ipr, processueel behandeld als recht, niet als feit. De werkelijkheid is anders: in telkens wisselende gevallen sluipen veelal elementen binnen die de behandeling als feit suggereren, en waarbij partijen dus zwaar aan de beurt zijn. De tweedeling feit/ recht voldoet bij de behandeling van vreemd recht niet, omdat ze geen houvast geeft. De karakterisering van de positie van buitenlands recht in het burgerlijk proces als tertium is ook een loze formule. Beter is het dit paradigma te verlaten en algemene beginselen van procesrecht als uitgangspunt te nemen, met inbegrip van artikel 6 EVRM. Dat geeft ook onzekerheden, maar is wel productief en realistisch.
Kritiek op de rechtspraak, de rechter en diens uitspraken
De rechter die steeds vaker het doelwit van kritiek is, heeft weinig mogelijkheden om zich tegen de kritiek te weren, maar dat wil niet zeggen dat hij, andere rechters of de rechtspraak sitting ducks zijn. Politici, burgers, en de professionals en instituties van de rechtsstaat moeten hun krachten bundelen en verantwoordelijkheid nemen. Gezamenlijk moet een tegennarratief worden geproduceerd tegen de aspiraties van de bricoleurs die de rechtsstaat ondermijnen. Een effectief narratief vereist een goed verhaal en afwezigheid van tegenstrijdige systemische signalen. In deze bijdrage worden enkele suggesties gedaan over hoe rechters en de rechtspraak met de kritische buitenwereld kunnen omgaan en wordt uiteengezet wie welke rol daarbij op zich zou kunnen nemen.
Pleidooi voor toekenning van het civiel effect aan buitenlandse LLM’s
Wie na het volgen van een bachelor rechtsgeleerdheid in Nederland zijn of haar studie afrondt met een buitenlandse master krijgt geen aantekening civiel effect. Waar bij de bachelor nog goede argumenten zijn te vinden waarom deze in Nederland moet worden gevolgd is het de vraag of het onderscheid tussen Nederlandse en buitenlandse masters terecht en wenselijk is.
Rechtspraak moet zichtbaar staan voor fundamentele waarden
De voorgenomen deelname van drie gerechten aan de Pride Amsterdambotenparade deze zomer leidt tot stevige kritiek. Herman Hermans waarschuwt in het Nederlands Juristenblad dat deelname de rechterlijke onafhankelijkheid zou kunnen ondermijnen en de schijn van partijdigheid zou kunnen wekken. Die zorg is begrijpelijk, maar overtuigt niet. Deelname aan Pride Amsterdam is niet strijdig met de rechterlijke taak, maar kan juist bijdragen aan het vertrouwen in de rechtspraak als inclusieve en toegankelijke institutie én werkgever.

Tijdschrift
NJB 34 (2024)
Maatschappelijke educatie door rechters
In het Commentaar op de Bangalore Principles of Judicial Conduct, opgesteld onder de paraplu van de Verenigde Naties, wordt de term community education gebezigd. Als voorbeelden worden genoemd: het geven van lezingen in het kader van juridisch en beroepsonderwijs, deelname aan conferenties en seminars, bijdragen schrijven in de juridische literatuur, of een redacteurschap vervullen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beschermt kritische meningsuitingen van rechters ter verdediging van de rechtstaat. Dergelijke uitingen van rechters kunnen worden beschouwd als een vorm van maatschappelijke educatie door rechters. Daar valt veel over te zeggen, bijvoorbeeld dat het idee dat zulke uitingen nuttig of soms zelfs noodzakelijk zijn, nog geen plaats heeft gevonden in de Rechterscode van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.
Op weg naar een juridisch kader voor het verkeer van de toekomst
De door de minister aangekondigde modernisering van de wegenverkeerswetgeving vergt het maken van vele afwegingen rondom voertuigveiligheid, verkeersgedrag, bevoegdheden van instanties en meer. In deze bijdrage worden enkele van deze afwegingen besproken, waarbij de aandacht met name uitgaat naar de automatisering van het wegverkeer.
Het Hoofdlijnenakkoord en het inlichtingenrecht
In het Hoofdlijnenakkoord spreken de coalitiepartijen de wens uit om een versterkte procedure te creëren voor Kamerleden om informatie te verkrijgen onder artikel 68 Gw. Een commissie grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer zal in dat licht de uitzonderingsgrond ‘het belang van de Staat’ mogen gaan toetsen. Dat voorstel resulteert in een aantal eigenaardigheden.
De partijbedoeling en generatieve artificiële intelligentie
Als straks menig contract met behulp van generatieve artificiële intelligentie tot stand wordt gebracht, wat betekent dit dan voor de partijbedoeling, het primaire aanknopingspunt bij uitlegdiscussies?
De toepasselijkheid van de AVG bij juridische procedures
Onlangs was in het NJB het interessante artikel ‘Moeten persoonsgegevens in bewijsstukken zwart worden gemaakt?’ te lezen. Een korte reactie.

Tijdschrift
NJB 12 (2024)
Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)
Het fiscale landschap verandert. Op 31 december 2023 is de Wet minimumbelasting 2024 in werking getreden, een 15%-minimumbelasting voor het grote bedrijfsleven (Pillar Two). Indien in Nederland of in een andere staat de belastingdruk lager is dan 15%, dan wordt tot dat niveau bijgeheven. Naast Nederland en de andere EU-lidstaten is een groot aantal landen overgegaan tot invoering van de nieuwe regels, of is daar op dit moment mee bezig. Deze bijdrage schetst de achtergronden, illustreert de werking van de regels en geeft enige reflecties. Pillar Two: ramp of zegen?
Ketenoverleggen bij de gerechten en artikel 6 EVRM
Onder de noemer van keten(partner)overleg hebben gerechten periodiek overleg met actoren die op verschillende rechtsgebieden actief zijn. Laten we die praktijk bij de gerechten eens analyseren vanuit het perspectief van artikel 6 EVRM, en dan meer specifiek vanuit het recht van justitiabelen en verdachten op de behandeling van hun zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Want hoe verschillend de ketenoverleggen ook zijn, zij hebben met elkaar gemeen dat de gesprekspartners van de gerechten rechtstreeks betrokken zijn bij rechtszaken die behoren tot de zaakstroom waar het overleg betrekking op heeft.
Het OM en het medisch beroepsgeheim
Wanneer mag het Openbaar Ministerie stukken van zorgverleners die onder hun geheimhoudingsplicht vallen in beslag nemen voor strafrechtelijk onderzoek? Zowel het Wetboek van Strafvordering als de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg bieden daartoe opening. Kunnen deze respectieve regelingen tegelijkertijd van toepassing zijn?

Tijdschrift
NJB 8 (2023)
Hebben mensen met uitgestelde zorg recht op schadevergoeding?
Tijdens de coronapandemie werden patiënten met COVID-19 met voorrang geholpen in de zorg. Dit had tot gevolg dat de behandeling van andere patiënten werd uitgesteld. Ondanks dat de COVID-19-pandemie thans minder beslag legt op de zorg, zijn de ziekenhuizen en zelfstandige klinieken er nog niet in geslaagd de ontstane ‘werkvoorraad’ weg te werken. Kunnen de patiënten die moesten wachten op zorg en die daardoor schade hebben geleden, nu iemand aansprakelijk stellen voor de verslechtering van hun gezondheid? En zo ja, wie?
Is artikel 44a Wet op de rechtsbijstand van toepassing op de piketzaak?
Het zal je als advocaat maar overkomen: je dient na een sepot van de strafzaak namens je cliënt een verzoek in ter compensatie van diens gemaakte advocaatkosten en de raadkamerrechter wijst dat verzoek niet uitsluitend af, maar verwijt je ook nog eens de gedragsregels te hebben geschonden. Alsof dat niet genoeg is publiceert de rechtspraak de beschikking zonder je naam te anonimiseren. Een driedubbele bestraffing. Het overkwam de advocaat wiens declaratie centraal stond in Rb. Limburg 18 oktober 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:8069.
De rechter en zijn plicht om de rechtsstaat te verdedigen
In de zogenoemde soft law over de rechtspraak en rechters, en in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wordt gesproken van een plicht van de rechter om zich uit te spreken ter verdediging van de rechtsstaat. In dit artikel wordt geprobeerd om meer duidelijkheid te verkrijgen over de betekenis van een dergelijke plicht. Daarbij worden de soft law en de rechtspraak van het EHRM over de vrijheid van meningsuiting van rechters besproken. Vervolgens wordt nagedacht over wat een redelijke interpretatie zou kunnen zijn van de daar aangetroffen passages. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de rechter die zich uitspreekt in functie en de rechter die dat daarbuiten doet. De duiding van de passages is nog niet eenvoudig. Een te letterlijke interpretatie stuit in elk geval op problemen. Bij de interpretatie lijkt het van belang om voldoende oog te houden voor de context waarin ze tot stand zijn gekomen. De passages lijken een middel om binnen het bestaande stramien van deze kaders weerstand te bieden aan anti-rechtsstatelijke krachten. De passages sporen de rechter ook aan om voor de rechtstaat te vechten, zodat het EHRM en de soft law op hun beurt, op deze manier, over de rechtsstaat waken.
Brabantse navolging van het Leeuwarder-arrest
Op 25 februari 2023 is het tachtig jaar geleden dat het Leeuwarder-arrest werd uitgesproken. Dit arrest staat bekend als een van de weinige momenten in de Tweede Wereldoorlog waarop leden van de Nederlandse rechterlijke macht zich openlijk uitspraken tegen de bezettingsmacht. Tachtig jaar na dato zijn nieuwe bronnen ontdekt over de bijval die de Leeuwarder raadsheren kregen van hun collega’s elders in het land.
Koranverscheuring als ongehoorde meningsuiting
Op zondag 20 januari 2023 wist de voorman van anti-islambeweging Pegida iedereen weer even goed op de kast te jagen. De heer Wagensveld vond het nodig de Koran te verscheuren en te vertrappen voor de Tweede Kamer; een kwetsende en provocatieve actie, waarvoor de Nederlandse ambassadeurs in Turkije, Indonesië en Pakistan op het matje werden geroepen. Het was niet de eerste keer dat de voorman of andere aanhangers van Pegida voor ophef zorgden. Vanwege de vrijheid van meningsuiting en demonstratievrijheid zijn er amper mogelijkheden hier tegen op te treden, preventief al helemaal niet. Dit leidt wel eens tot ongemak in de samenleving en bij het openbaar bestuur. Dat is begrijpelijk, maar geen reden om het minder nauw te nemen met de eisen van de rechtsstaat.

Tijdschrift
NJB 34 (2021)
De demonstrerende rechter
De laatste jaren zijn Nederlandse rechters meermalen de straat op gegaan uit protest tegen ontwikkelingen die de Rechtspraak raakten. Zo is er gedemonstreerd tegen een voorgenomen beperking door de Raad voor de rechtspraak van de zaakpakketten van de kleinere rechtbanken en is publiekelijk steun betuigd aan Poolse collega’s wier onafhankelijkheid wordt bedreigd. De demonstrerende rechter is een betrekkelijk nieuw verschijnsel, een vorm van betrokkenheid die lijkt te worden gevoed door de druk die rechters ervaren op de Rechtspraak en rechtsstaat. Deze demonstraties roepen vragen op, zowel binnen als buiten de Rechtspraak, over onder meer de rechterlijke onpartijdigheid en de dracht van de toga tijdens demonstraties. In deze bijdrage wordt geprobeerd om deze vragen beter te begrijpen en een begin van een antwoord te formuleren. Dit gebeurt door expliciet aandacht te besteden aan het onderscheid tussen het optreden van de rechter in en buiten functie. Een analyse langs deze lijnen laat zien waar het in juridisch en beroepsethisch opzicht wringt bij de demonstrerende rechter en over welke punten de beroepsgroep verder na zou moeten denken. In aansluiting hierop, en afsluitend, wordt gepleit voor meer aandacht voor dit onderwerp binnen de Rechtspraak.
Eindelijk toegang tot datasets
Na de inbeslagneming van dataservers van Ennetcom in april 2016 deed een nieuw fenomeen zijn intrede in de Nederlandse strafrechtspleging: PGP-data. Oftewel de versleutelde inhoud van e-mailaccounts die de opsporing wist te ontsleutelen. In een snel toenemend aantal zaken wordt het door het Openbaar Ministerie gepresenteerde bewijs in doorslaggevende mate gebaseerd op een selectie van dergelijke data, terwijl de volledige datasets niet aan de verdediging worden verstrekt. Het toepassen van bestaande wetgeving, jurisprudentie en in de praktijk ontwikkelde uitgangspunten uit een tijd waarin in het geheel nog niet voorzienbaar was dat technologische ontwikkelingen zouden leiden tot dit type bewijsvoering staat inmiddels op gespannen voet met de adequate mogelijkheden die ook de verdediging moet hebben om die data in te zien, te onderzoeken en daaruit te selecteren wat ter verdediging van belang wordt geacht. Er zal een einde moeten worden gemaakt aan de sinds de introductie van dit fenomeen ontstane systemische ongelijkheid. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden nam in het onderzoek Bosnië-Brandberg na diverse eerdere verzoeken van de verdediging op 1 juli 2021 een baan brekende beslissing die navolging verdient.
Europees Parlement roept op tot erkenning abortusrecht
Het Europees Parlement heeft de lidstaten van de Europese Unie opgeroepen om abortus als recht te erkennen en de toegang tot veilige abortus zo volledig mogelijk te verzekeren. Op 24 juni 2021 nam het Europees Parlement daarvoor een resolutie aan. Daarbij riep het de EU-lidstaten ook op om het recht op gewetensvrijheid te beknotten, omdat dit recht de toegang tot abortus zou beletten. In dit artikel wordt uiteengezet waarom de resolutie echter geen abortusrecht schept en waarom het Europees Parlement de vrijheid van geweten niet zomaar opzij kan schuiven. Tot slot wordt de Nederlandse juridische situatie beschreven ten aanzien van het abortusrecht en het recht op gewetensbezwaren.

Tijdschrift
NJB 40 (2020)
Professionele rechtshulpverleners en geschiloplossing in bestuursrechtelijke bezwaarprocedures
Wat vinden professionele rechtshulpverleners de essentie van een goede geschilbeslechtingsprocedure? Maakt het voor de kwaliteit van geschilbeslechting uit hoe een procedure wordt ingericht? Kan voor ieder type geschil de perfecte procedure worden ontworpen? Uit empirisch onderzoek blijkt een significant verband tussen de mate waarin sprake is van een oplossingsgerichte werkwijze van de hoorder/gespreksleider en de ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling. Hoe oplossingsgerichter de procedure, hoe hoger de ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling. De door professionele rechtshulpverleners ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling hangt veel sterker samen met de opstelling van de persoon die de hoorzitting of het informeel gesprek leidt dan met de vormgeving/inrichting van de procedure. Wat dat laatste betreft werden er nauwelijks verschillen gevonden tussen op verschillende manieren ingerichte bezwaarprocedures. Bij de voorgenomen herziening van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand en de tijdelijke experimentenwet rechtspleging kan men zijn voordeel doen met deze bevindingen.
Hoezo geen belanghebbende?
Vraag tien huiseigenaren of zij er belang bij hebben dat het uiterlijk van hun buurt niet een rommeltje wordt door bouwsels die her en der aan voorgevels worden toegevoegd, dan antwoorden zeker acht ervan met ‘ja, maar natuurlijk’. Maar niet mijn gemeente en vervolgens ook rechtbank en Raad van State niet. Die stellen dat dit soort ‘algemene’ gevoelens voor de wet en jurisprudentie niet tellen. In deze bijdrage doe ik verslag van een (verloren) tweejarige procedure om als belanghebbende te worden aangemerkt in een bezwaar tegen een verstrekte omgevingsvergunning in mijn buurtje te Naarden. Dat karakteristieke buurtje bestaat uit 29 precies dezelfde woningen, in vier blokken gegroepeerd rondom een speelveldje van 40 x 40 meter, met een geheel eigen architectuur gekenmerkt door ritmisch uitspringende garages beneden en inspringende balkons en platte daken boven.
De ‘public watchdog’ aan de ketting ter bescherming van de ‘guarantor of justice’
Het gaat regelmatig hard tegen hard in de verhouding pers-rechtspraak in de casuïstiek van het EHRM. De pers bericht soms in felle woorden en met beschuldigingen van corruptie en partijdigheid over de rechtspraak en individuele rechters. Dit kan rekenen op een reactie in de vorm van juridische procedures gebaseerd op vooral smaad of belediging, geïnitieerd op institutioneel niveau of door de bekritiseerde rechters, en soms resulterend in forse veroordelingen. Uit Oost- en Zuid-Europa komen ook klachten bij het EHRM van rechters en officieren van justitie over een schending van hun vrijheid van meningsuiting. Uit deze en andere casuïstiek blijkt dat de disciplinaire systemen voor rechters in deze landen te veel ruimte geven aan politieke inmenging. Hoewel pers en rechtspraak dus soms tegenover elkaar staan, bevinden zij zich tegelijkertijd in hetzelfde schuitje. Beide staan onder druk.
The real objective and the results of the so called ‘great reform’ of the Polish justice system
What is the real objective of the so-called ‘great reform of the justice system’ in Poland and what are the results of the numerous legislative changes of this system? The actual achievements of this ‘great reform’ of the judiciary are the new method of conducting disciplinary proceedings combined with full control of the Minister of Justice over the Prosecutors’ Office and his excessive administrative control over the judiciary, as well as the lack of effective constitutional control of a new law which constitute a real chilling effect generator. Judges are exposed to constant attacks, including black PR campaigns in public media. The conclusion drawn is depressing. The only objective of the so called ‘great reform of the justice system’ is to replace staff in functional positions in the justice system and subordinate the justice system to political factors, in particular the Minister of Justice in order to create a system of mono-power, by which the State authority is built on spreading fear among citizens who are deprived of effective legal protection.

Tijdschrift
NJB 5 (2019)
Overschrijding van de redelijke termijn in civiele zaken
Vormt de procedure voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zin van art. 6 EVRM in civiele zaken thans een effectieve remedie? Aan het luttele aantal zaken dat de afgelopen jaren wegens overschrijding van de redelijke termijn is aangebracht, lijkt op te maken dat dit niet het geval is. Er lijkt geen afdoende prikkel te bestaan voor de rechtspraak om de civiele zaken binnen een redelijke termijn af te handelen. In deze bijdrage wordt in dit verband onder meer gepleit voor een nieuwe, wettelijke regeling voor een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in civiele zaken.
Lees het hele artikel in Navigator.
De rechter in politieke vertegenwoordigende organen
Er is veel geschreven over de rechter en de politiek, en over die verhouding valt ook veel te zeggen. Aanleiding om in dit artikel aandacht aan dit onderwerp te besteden is de brief van 18 juni 2018 die de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak, de presidentenvergadering van de gerechten (PRO) en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) aan de minister voor Rechtsbescherming hebben geschreven en waarin zij hun standpunt kenbaar hebben gemaakt over de combinatie van het rechterschap en het lidmaatschap van de Eerste en Tweede Kamer. Naar de mening van de afzenders zou de wet zo moeten worden gewijzigd dat deze functiecombinatie niet langer is toegestaan. De reden voor dit standpunt zijn de verschuivende maatschappelijke opvattingen. In deze bijdrage wordt de achtergrond van de brief belicht en wordt bepleit dat de voorgestelde incompatibiliteit wordt uitgebreid naar het lidmaatschap van andere politieke vertegenwoordigende organen, de gemeenteraad, Provinciale Staten en het Europees Parlement. Een dergelijke brede incompatibiliteit sluit aan bij de tijdsgeest en bij de ontwikkelingen in Nederland en Europa.
Lees het hele artikel in Navigator.
De zitting in de zaak Howick en Lili
De vrij onverwachte verstrekking van een verblijfsvergunning aan Howick en Lili door de staatssecretaris twee weken nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het groene licht had gegeven voor een eventuele uitzetting van de kinderen, leidde tot allerlei reacties. Blijdschap bij de kinderen en tegelijkertijd verwondering bij velen over de precieze beweegredenen van de staatssecretaris om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Dat laat echter onverlet dat de behandeling ter zitting door de Vreemdelingenkamer van de ABRvS niet getuigde van rechterlijke onpartijdigheid.
Lees het hele artikel in Navigator.
Advocatendeclaraties 2.0
De Geschillencommissie Advocatuur zou meteen aan de slag kunnen met de declaratiegeschillen van advocaten wanneer de NOvA artikel 6.29 van de Verordening op de advocatuur in overeenstemming zou brengen met de bedoeling van de wetgever en de tekst van artikel 28 Advocatenwet, en als de cliënt daarnaast ook toepassing van de geschillenregeling zou verlangen. De evaluatie van de in 2015 in de Advocatenwet doorgevoerde wijzigingen hoeft hiervoor niet te worden afgewacht.
Lees het hele artikel in Navigator.
Naschrift
Het is juist dat tuchtrecht tot doel heeft de normen te handhaven die voor de beroepsgroep gelden. Eén daarvan is dat een advocaat een alle omstandigheden in aanmerking nemend redelijk honorarium in rekening brengt. Als de tuchtrechter deze norm strakker handhaaft, wordt het doel van het tuchtrecht niet anders. Ik heb in mijn bijdrage de instrumenten beschreven die de tuchtrechter daartoe nu al ter beschikking staan.
Lees het hele artikel in Navigator.