Paul Bovend’Eert is hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn onderzoek richt zich vooral op staatsrechtelijke vraagstukken betreffende regering en parlement en de organisatie van de rechtspraak, het een en ander mede vanuit het perspectief van het vergelijkende staatsrecht. Recente publicaties zijn ‘Terugkerend rumoer over benoemingen door de regering en de Tweede Kamer’ (NJB 2015, aflevering 2), ‘Constitutional Law of the EU Member States’ (Kluwer 2014) en ‘Rechterlijke organisatie, rechters en rechtspraak’ (Kluwer 2013).

Artikelen van Paul Bovend'Eert

TijdschriftNJB 20 (2022)
De regeling van toedeling van zaken aan rechters
Paul Bovend'Eert
De zaakstoedeling dient met het oog op de rechterlijke onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter met bijzondere waarborgen omgeven te zijn. De vraag is hoe in de Nederlandse rechterlijke organisatie die waarborgen verankerd zijn. Na lang dralen kwam in 2019 een Code zaakstoedeling tot stand. In het verlengde daarvan zijn door de gerechtsbesturen zaakstoedelingsregelingen per rechtsgebied opgesteld. De zaakstoedeling is een essentieel element in het kader van de rechterlijke onafhankelijkheid en rechterlijke onpartijdigheid. Blijkens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dient de regeling van zaakstoedeling in de wet, afkomstig van het parlement, verankerd te zijn. In Nederland wordt een wettelijke verankering van de contouren en vormgeving van de toedeling van zaken node gemist. Ook de instanties die belast zijn met taken en bevoegdheden op het terrein van zaakstoedeling behoeven een grondslag in de wet. De vereisten voor een ‘tribunal established by law’ zijn in het geding.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Olievlek op vlek
Marlies van Eck, Diana van Hout en Martijn Weijers
De Fraude Signalering Voorziening (FSV) is een applicatie van de Belastingdienst waarin meldingen werden opgenomen over (vermeende) fraude en signalen. De lijst werd gebruikt voor het beoordelen van belastingaanslagen, het beoordelen van aanvragen van toeslagen en informatie-uitwisseling met andere overheidsorganisaties. Dat vermelding in de FSV vergaande gevolgen kon hebben, staat inmiddels vast. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre burgers rechtsbescherming genieten ten aanzien van plaatsing op de FSV-lijst en hoe die eventueel kan worden verbeterd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Toegang tot het recht
Mies Westerveld
In september 2021 stelde de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker vast dat je van de gedupeerden van de toeslagenaffaire niet kunt zeggen dat ze geen toegang tot het recht hadden. ‘Want ze kwamen uiteindelijk wel bij de Raad van State. Alleen werden ze daar in het ongelijk gesteld.’ Drie maanden later verbond journalist Folkert Jensma de volgende conclusie aan het feit dat steeds minder mensen met een rechtsprobleem een beroep doen op rechters of advocaten: ‘Toegang tot het recht is een geloofsartikel, maar de burger stemt met de voeten.’ En weer twee weken later waarschuwde de Nationale ombudsman dat het fenomeen OM-afdoening op gespannen voet staat met de toegang tot recht (zonder het) van slachtoffers. Drie sprekers, drie interpretaties, de tijd lijkt rijpt om het concept toegang tot het recht aan een nadere inspectie te onderwerpen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Verhoging van de appelgrens in de Wet Mulder
Indy Rissema
De voorgestelde verhoging van de appelgrens in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) te verhogen van € 70 naar € 110 stuit op een aantal fundamentele bezwaren. Het is vanuit het oogpunt van rechtsbescherming onwenselijk dat als gevolg van deze verhoging (nog) meer zaken buiten de competentie van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden worden gebracht. In de tweede plaats vervult het hoger beroep bij dat hof een belangrijke functie vanuit het oogpunt van rechtseenheid. Tot slot valt een appelgrens van € 110 ook vanuit een rechtsvergelijkend perspectief niet te verdedigen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

8 juni 2022
TijdschriftNJB 7 (2022)
Integriteit in het parlement
Paul Bovend'Eert
De Tweede en de Eerste Kamer hebben in de afgelopen twee jaar, zij het na lang dralen, een gedragscode voor hun leden vastgesteld. Aan deze gedragscodes is bovendien een stelsel van handhaving toegevoegd. Beide Kamers hebben daarmee een belangrijke stap gezet op het punt van integriteitsbevordering in het parlement. Maar het vaststellen van een gedragscode is één ding, waar het nu op aankomt is dat de toepassing en handhaving van de gedragsregels en het toezicht op Kamerleden ter hand worden genomen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Voorlopige maatregelen in het strafrecht
Marc Beurskens
In deze bijdrage wordt een aanzet gegeven om te komen tot een mogelijke uitbreiding van bevoegdheden van het OM, in het bijzonder het kunnen treffen van voorlopige maatregelen in de aanpak van (ondermijnende) criminaliteit. De invoering van voorlopige maatregelen in het commune strafrecht zou een bijdrage kunnen leveren aan een betere verdeling van bevoegdheden tussen de burgemeester en de officier van justitie. Dat zou kunnen leiden tot een betere positionering en zichtbaarheid van het OM in de criminaliteitsbestrijding en daarmee de burgemeester minder kwetsbaar maken voor de tegenkracht die van criminelen uitgaat. Ook op het terrein van rechtsbescherming tegen voorlopige maatregelen, die in de huidige vorm nog wel eens als onvoldoende wordt gekenschetst, kan het strafrecht een positieve bijdrage leveren.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Professionele standaarden voor juridisch medewerkers
Nina Holvast en Giel Stoepker
Juridisch medewerkers vervullen een belangrijke rol binnen de Rechtspraak. Toch is er weinig vastgelegd over de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden die juridisch medewerkers hebben en de rol die zij geacht worden te vervullen in het rechterlijk besluitvormingsproces. Voor rechters zijn inmiddels professionele standaarden vastgesteld. Is het niet hoog tijd om deze ook voor juridisch medewerkers te formuleren?

[verder lezen in NAVIGATOR]

De Russische antisatellietwapentest
Marten Zwanenburg, Lonneke Peperkamp en Anne-Rixt Siemensma
Ruimtesystemen zijn van essentieel belang voor vele aspecten van het civiele leven, de nationale veiligheid en het functioneren van moderne krijgsmachten. Een onlangs uitgevoerde Russische antisatellietwapen (ASAT-)test leidde tot grote zorgen over dit soort testen en de groeiende hoeveelheid ruimtepuin die daar het gevolg van is. Dergelijke testen hebben bovendien een destabiliserend effect en dragen bij aan een wapenwedloop in de ruimte. Opvallend is dat staten en internationale organisaties die reageerden op de Russische test niet stelden dat er sprake was van een schending van het internationaal recht. Mogelijk biedt het bestaande recht onvoldoende duidelijkheid. Een aanvulling daarop in de vorm van een ban on destructive ASAT tests zou daarom een belangrijke stap ter beperking of voorkoming van ruimtepuin veroorzakende ASAT-testen zijn. De onderhandelingen over nieuwe richtlijnen verlopen echter moeizaam.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Reactie op Een regeling voor ‘verantwoord draagmoederschap’?
René Hoksbergen
In het artikel Een regeling voor ‘verantwoord draagmoederschap’? Misvattingen rondom het conceptwetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming’ stellen auteurs Van Beers & Bosch dat er onproblematische vormen van draagmoederschap zouden bestaan. Zij schrijven namelijk dat ‘(…) het bestaande ontmoedigingsbeleid zijn doel voorbijschiet. Ook onproblematische vormen van draagmoederschap worden nu ontmoedigd, terwijl draagmoederschap mogelijkheden biedt aan groepen die anders geen ouder kunnen worden zoals mensen met vruchtbaarheidsproblemen en homostellen’. Onproblematische vormen? De auteurs vinden kennelijk deze vormen, door er verder immers geen enkel woord aan te besteden, zonder meer acceptabel. Deze opvatting lijkt voort te komen uit een inmiddels tamelijk algemeen aangehangen vertrekpunt, namelijk dat alle mensen gelijk recht hebben op een kind dat dan eventueel ook niet van hen behoeft af te stammen (deels of helemaal niet).

[verder lezen in NAVIGATOR]

15 februari 2022
TijdschriftNJB 9 (2021)
‘Latente staatsburgers’
Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira
Latente staatsburgers zijn personen die naar hun eigen inzicht of van dat van staten een claim hebben op staatsburgerschap. Zij zijn het nog niet, maar horen het te zijn, of mogen het. Wat zit er achter die claims aan beweegredenen en argumenten? Met ius soli en ius generationis komen we niet meer uit. En: wat vertellen de claims ons over de grondslagen van het nationaliteitsrecht? Dit opstel probeert iets daarover te verduidelijken. Een verhaal over voorwaardelijke inclusie.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Advocaten kunnen en moeten bijdragen aan ervaren rechtvaardigheid
Lucas Lieverse
In deze bijdrage wordt ingegaan op het leerstuk van de ervaren rechtvaardigheid en onderzoek daarnaar in de Nederlandse schikkingspraktijk. Bij dat onderzoek blijkt vooral naar de rechter en rechterlijke interventies te worden gekeken. Op basis van zijn onderzoek naar het schikkingsproces tijdens civielrechtelijke procedures concludeert de auteur dat ook advocaten kunnen bijdragen aan een positieve procesbeleving. De precieze invloed wordt in deze bijdrage nog niet geduid of gekwantificeerd. Zij is een pleidooi voor het betrekken van de rol van advocaten in onderzoek naar ervaren procedurele rechtvaardigheid en voor het serieus nemen van hun invloed op de proceservaring.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Huisbezoeken: burgers verdienen betere bescherming
Gerrit Dijkstra en Rigtje Passchier
‘Maatwerk’ lijkt uitdrukking te geven aan een welwillende overheid die het beste met haar burgers voor heeft, terwijl ook uitdrukkelijk aandacht besteed moet worden aan de negatieve kanten ervan. Dat geldt in nog sterkere mate voor termen als ‘huisbezoek’ en ‘keukentafelgesprek’. De termen klinken positief, maar in feite betreft het bezoeken en gesprekken die vooral als doel hebben om goed rond te kijken in de persoonlijke levenswereld van betrokkenen. De gehanteerde terminologie is verhullend en de wettelijke basis moet beter.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Wat mag het parlement wel en niet weten?
Paul Bovend'Eert
De gebrekkige informatievoorziening aan de Kamer in de kinderopvangtoeslagaffaire staat niet op zichzelf. De laatste jaren komt het regelmatig voor dat Kamerleden en Kamer klagen over het gebrekkig functioneren van de inlichtingenplicht van de ministers op grond van artikel 68 Gw. In de nasleep van kindertoeslagaffaire worden enkele staatsrechtelijke kanttekeningen geplaatst bij de inlichtingenplicht van artikel 68 Gw als grondslag voor parlementaire controle op regeringsbeleid.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Reactie op Met D66 op weg naar de politiestaat?
Maarten Groothuizen
‘Met D66 op weg naar de politiestaat?’ Wie het artikel van Marcel Verburg in het NJB van 26 januari 2021 leest, verslikt zich – ondanks het vraagteken – bijkans in zijn koffie. Als initiatiefnemer van het wetsvoorstel kan ik de lezer geruststellen. Een politiestaat is het laatste waar ik en mijn partij voor staan. De bijzonder aanwijzingsbevoegdheid van de minister is echter problematischer dan Verburg veronderstelt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

3 maart 2021
TijdschriftNJB 39 (2020)
Hoog spel in Karlsruhe
Stefaan Van Den Bogaert en Vestert Borger
De uitspraak van het Bundesverfassungsgericht over het PSPP-programma van de ECB is een primeur: voor het eerst in zijn bestaan heeft het constitutionele hof van de grootste lidstaat van de Unie een arrest van het Hof van Justitie naast zich neergelegd. Daarmee speelt het hoog spel. Het verbaast daarom dat het Duitse Constitutionele Hof zijn ultra vires-oordeel voorziet van een zeer wankele basis. Zijn begrip van proportionaliteit is allesbehalve overtuigend. De daarop gebaseerde kwalificatie van de uitspraak van het Hof van Justitie als ‘methodologisch onbegrijpelijk’ en ‘objectief arbitrair’ is dat evenmin. Nu de lat voor een ultra vires-kwalificatie zo laag ligt, is het bovendien aannemelijk dat in Karlsruhe vaker pogingen zullen worden ondernomen om uitspraken van het Hof van Justitie aan te vechten. Dat valt moeilijk te rijmen met de door het Constitutionele Hof geprezen openheid van de Duitse grondwet voor Europees recht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Parlementaire betrokkenheid in de tijdelijke Coronawet
Paul Bovend'Eert
Bij de totstandkoming van de Coronawet is in de Tweede Kamer veel te doen geweest over de parlementaire betrokkenheid bij de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een vetorecht voor de Tweede Kamer ten aanzien van ministeriële regelingen die op grond van deze wet getroffen worden. Bij nadere beschouwing blijkt dit vetorecht een vanuit staatsrechtelijk oogpunt bezien wangedrocht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Rechtseenheid en rechtsvorming als gezamenlijke verantwoordelijkheid van hoogste rechters
Maarten Feteris
Na zes jaar presidentschap is het tijd voor een terugblik. Bij de aanvaarding van dit ambt heb ik zes jaar geleden in mijn installatierede een aantal onderwerpen genoemd die in het bijzonder onze aandacht verdienden. Zo heb ik toen gepleit voor een open houding naar de samenleving. Als hoogste rechter neemt de Hoge Raad immers regelmatig beslissingen die van maatschappelijk belang zijn, die in de samenleving toegepast moeten worden en door de betrokken mensen dus begrepen en gerespecteerd moeten worden. Daarbij past dat de Raad, ook al is hij een hoog rechterlijk college, zich niet verheven en heel plechtig opstelt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

11 november 2020
TijdschriftNJB 17 (2020)
Inkomensafhankelijke toeslagen in zwaar weer
Gijsbert Vonk
Deze bijdrage gaat in de op vraag welke lessen kunnen worden getrokken uit de ontsporing van het stelsel van inkomensafhankelijke toeslagen. Betoogd wordt dat de sociaal-fiscale benadering van de sociale zekerheid in de vorm van het toeslagenstelsel het waard is om in te blijven investeren. Die investering moet zich allereerst richten op de verbetering van de uitvoering en de rechtsbescherming. De werkwijze van de Belastingdienst/Toeslagen moet worden gericht op het voorkomen van hoge terugvorderingen, het bieden van maatwerk bij de vaststelling van het terugvorderingsbedrag en het tonen van coulance in het invorderingsproces. Daarbij moet de burger zoveel mogelijk worden ontzorgd in plaats van geheel verantwoordelijk gemaakt voor het doorgeven van informatie. Alleen op deze wijze kan het fiscale lichaam van het toeslagenstelsel een sociaal gezicht krijgen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Vergaderen in het parlement tijdens de coronacrisis
Paul Bovend'Eert
De kwestie van het vergaderquorum van het parlement in tijden van de coronacrisis heeft een interessant advies van de Afdeling advisering van de Raad van State opgeleverd. De adviesaanvraag van de Eerste Kamer, die de aanleiding was voor dit advies, roept echter de nodige vragen op over de kennis en kunde van deze Kamer van heroverweging op het punt van grondwettelijke en staatsrechtelijke vraagstukken.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Het KhAD-WAD ambtsbericht - deel 2
Joost Brouwer
In een eerder artikel in NJB werd betoogd dat het KhAD-WAD-ambtsbericht van 29 februari 2000 onjuist en onbetrouwbaar is. De in dat artikel aangedragen en uitgebreid van bronvermeldingen voorziene feiten zijn vervolgens wel besproken maar niet weerlegd. Toch is het ambtsbericht tot op heden niet ingetrokken. De auteur vraagt zich af hoe dat kan en hoopt dat wat er nu op tafel ligt, genoeg is om de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te laten ingrijpen en te laten verklaren dat het KhAD-WAD-ambtsbericht van 29 februari 2000 niet langer als een deskundigenrapport gezien kan worden.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Valt exclusieve of selectieve distributie ook onder de (aankomende) franchisewet?
Tessa de Mönnink en Jaap van Till
BOVAG gaat uit van een zeer ruime interpretatie van het begrip ‘franchise’ zoals vastgelegd in het thans aan de Tweede Kamer voorgelegde wetsvoorstel inzake franchise. Kort door de bocht stelt de BOVAG dat een dealerovereenkomst een franchiseovereenkomst is. Op het eerste gezicht lijkt deze interpretatie te zijn ingegeven door de wens alle, althans een groot deel van de, bij haar aangesloten leden van de bescherming te laten genieten waarin het wetsvoorstel voorziet. Deze door BOVAG voorgestane interpretatie behoeft echter enige nuancering.

[verder lezen in NAVIGATOR]

30 april 2020
TijdschriftNJB 13 (2020)
Lobbypraktijken in en rond het Binnenhof
Paul Bovend'Eert
Bij de totstandkoming van politieke besluiten kunnen zich in de praktijk allerlei informele besluitvormingscircuits ontwikkelen. Voor elk van deze informele besluitvormingsstructuren kan de vraag gesteld worden hoe zij zich verhouden tot de formele besluitvormingsstructuren. Doen zij afbreuk aan officiële besluitvormingsmechanismen of aan de constitutionele positie van ambtsdragers die verantwoordelijkheid dragen voor de besluiten? Is het gewenst om ook voor deze informele overlegstructuren zekere regels te stellen?
In dit artikel worden deze vragen aan de orde gesteld met betrekking tot de (hoofdzakelijk) informele praktijk van beïnvloeding door belangenbehartigers/lobbyisten in politiek Den Haag. Eerst volgt een korte verkenning van lobbypraktijken in en rond het Binnenhof. Daarna wordt bekeken welke initiatieven tot nu toe genomen zijn op het punt van regulering van deze praktijk. En vervolgens wordt nagegaan in hoeverre nadere regulering gewenst is en op welke wijze.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De taak van de rechtswetenschapper
Reinout Wibier
Juristen doen voortdurend wat volgens het betoog in dit artikel eigenlijk niet kan: allerlei standpunten innemen over wenselijk recht, terwijl hun expertise eigenlijk niet verder reikt dan aangeven of rechtsregels in het systeem zouden passen. Lang niet altijd ervaren zij dat ook als problematisch. Hoe kan dat?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Empirisch-juridisch onderzoek en de sprong van feit naar norm
Tom Bouwman
De empirische bestudering van het recht is nodig vanwege de reality-check die het biedt. Bij de empirische bestudering van het recht is echter wel van groot belang dat men bewust is van de rechtvaardiging die nodig is voor de sprong van feit naar norm. Is een rechtvaardiging voor de sprong afwezig en maakt men deze sprong alsnog, dan wordt miskend dat het recht inherent normatief is en feiten daarom geen juridische normen en regels dicteren. In dit artikel wordt een stappenplan gepresenteerd aan de hand waarvan bepaald kan worden of in het recht een premisse aanwezig is die de sprong van feit naar norm rechtvaardigt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

1 april 2020
Blog
Mijnbouwschade en schending van de Grondwet? Enkele kanttekeningen in de marge
In een ver verleden had men nog moord en brand kunnen schreeuwen over een dergelijke verschuiving van competentie van de civiele rechter naar de (toen nog) administratieve rechter, maar heden ten dage is dit eigenlijk ‘business as usual’.
24 oktober 2019 Artikel Paul Bovend'Eert
TijdschriftNJB 36 (2016) (1)
Een urgente dialoog
Maria Bouwman
In deze bijdrage wordt ingegaan op de gevolgen van artikel 34 EVRM voor de ontvankelijkheid van stichtingen en belangenverenigingen die een beroep doen op artikel 2 en 8 EVRM bij de nationale rechter dan wel bij het EHRM. Daartoe wordt eerst de rol van verzoeker en het slachtofferschap van belangenorganisaties in deze context onderzocht. Vervolgens komt de toepasselijkheid van artikel 34 EVRM voor de nationale rechter aan de orde, en daarna de toepassing van dit artikel vanuit het perspectief van het Nederlandse juridisch kader, de doctrine van het EHRM, van andere mensenrechteninstanties en vanuit het perspectief van de rechter in de meerlagige rechtsorde. Tot slot wordt betoogd waarom, gezien de diverse perspectieven, de Hoge Raad in Urgenda de aanzet zou moeten geven tot een ruimere interpretatie van artikel 34 EVRM.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het Harvard open access-licentiemodel in het Nederlands recht
Saskia Woutersen-Windhouwer, Damiaan van Eeten en Arjen de Rooy
Veel universiteiten in de VS kunnen wetenschappelijke artikelen direct open access publiceren. Ze maken daarvoor gebruik van het Harvard open access-licentiemodel. In dit artikel wordt onderzocht of het Harvardlicentiemodel naar Nederlands recht is toegestaan. Dat blijkt het geval. Daarmee wordt het voor auteurs en instellingen in Nederland zeer eenvoudig om aan de open access-eisen van subsidieverstrekkers te voldoen, zoals die onlangs in Plan S zijn geformuleerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter-commissaris in strafzaken … in civiele zaken?
Rosa van Zijl en Willem Jebbink
Volgens een conceptwetsvoorstel van Tweede Kamerleden Koerhuis (VVD) en Van Toorenburg (CDA) moet het beleid inzake strafrechtelijke ontruimingen op de schop. De rechtsbescherming die krakers op grond van het huidige beleid wordt geboden is hun een doorn in het oog. Die zou leiden tot misbruik van regelgeving. Krakers zouden daarmee zelfs de rechtstaat ondermijnen. De vraag is echter of de door hen voorgestelde oplossing wel door de rechtsstatelijke beugel kan. Ook procedureel en vooral wetssystematisch moeten vraagtekens worden geplaatst bij hun plan.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschade en schending van de Grondwet?
Paul Bovend'Eert
De wetgever stelt een nieuw bestuursorgaan in, het Instituut Mijnbouwschade Groningen, en kent dit bestuursorgaan de bevoegdheid toe besluiten te nemen op aanvraag om vergoeding van schade. Tegen die besluiten staat beroep open bij de bestuursrechter. Hierop is een discussie losgebarsten over de vraag of geschilbeslechting over schadevergoeding niet bij de civiele rechter thuishoort.


Lees het hele artikel in Navigator.

23 oktober 2019
TijdschriftNJB 44 (2018)
Toekomstvisie landelijk Tegenlicht
landelijk Tegenlicht
In deze bijdrage wordt de toekomstvisie van landelijk Tegenlicht een samenwerkingsverband van rechters gegeven. De rechterlijke organisatie wordt vanuit een wurggreep op basis van een verkeerd in wezen kwantitatief vertrekpunt bestuurd. Essentiële informatie over wat nodig is om zaken inhoudelijk goed en snel te kunnen behandelen en wat wel en niet werkt in de dagelijkse uitoefening van de rechterlijke functie, wordt onvoldoende betrokken bij de besluitvorming in de hogere bestuurslagen. Dát ligt aan de basis van de problemen van de rechterlijke organisatie die de afgelopen jaren voor veel onrust hebben gezorgd. Tegenlicht formuleert concrete voorstellen tot verbetering.


Lees het hele artikel in Navigator.

Is de Nederlandse rechterlijke macht een inferieure staatsmacht?
Paul Bovend'Eert
In de probleemanalyse door landelijk Tegenlicht geven rechters aan dat de wettelijke bestuursstructuur en het financieringsmodel in de praktijk tekortschieten. Er is een kloof tussen rechters en bestuurders en een gebrek aan vertrouwen. Aan deze praktische bezwaren kunnen serieuze staatsrechtelijke bezwaren worden toegevoegd. De huidige bestuursstructuur en het huidige financieringsmodel voldoen niet aan de rechtsstatelijke eisen. Er is sprake van een onafhankelijkheidsdeficit in de rechterlijke macht. Een oplossing van de problemen vergt een aanpassing van de wettelijke bestuursstructuur waarbij de minister zijn taken en bevoegdheden op het brede terrein van de bedrijfsvoering van de gerechten moet kwijtraken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Rechters, grijp de macht
Willem F. Korthals Altes
De rechters van de werkvloer zouden de macht weer in handen moeten nemen en wel op twee fronten: 1. bij de waarborging van de kwaliteit van de rechtspraak en 2. bij de besluitvorming over alles wat daarmee in de ruimste zin van het woord in verband staat. Daarbij moet ook nog eens goed worden nagedacht over de bestuursstructuur en de invulling daarvan. Met een professioneel gerechtsbestuur in combinatie met een door rechters van de inhoud bemenst adviescollege zal bijvoorbeeld beter kunnen worden afgestemd hoe gedigitaliseerde systemen op effectieve en toepasbare wijze kunnen worden ingericht. Van belang is echter vooral dat rechters die zich dagelijks met het primaire proces bezighouden, meer bij belangrijke besluiten worden betrokken en zich ertoe geroepen voelen daarover na te denken.


Lees het hele artikel in Navigator.

19 december 2018
TijdschriftNJB 39 (2018)
Rechtsbescherming in het sociaal domein
Lidy F. Wiggers-Rust
Voor een goed samengaan van bestuurs- en privaatrecht in samenhangende zaken dient te worden voorzien in een duidelijke regeling van (door)verwijzing van de burger naar de aangewezen rechter en dient verdere stroomlijning van de toegang tot de bestuurs- en de burgerlijke rechter plaats te vinden. In dat verband is opheffing van nodeloze verschillen tussen beide rechtssystemen (met name waar het gaat om griffierecht en proceskostenveroordeling) van groot gewicht. In de nader te structureren dialoog tussen beide rechters kan kruisbestuiving voorts tot optimalisering van rechtsbedeling leiden.


Lees het hele artikel in Navigator.

Komt het ooit nog goed met het Europees Parlement?
Paul Bovend'Eert
De kwestie van de onkostenvergoedingen en het probleem van de nevenfuncties tasten al jaren de reputatie aan van het Europees Parlement in het algemeen en de integriteit van zijn leden in het bijzonder. Recente ontwikkelingen leren dat het zijn zaken nog steeds niet op orde heeft. Het schiet niet alleen ernstig tekort in de verantwoording van publieke uitgaven, ook op het punt van belangenverstrengeling is er helaas veel op het Europees Parlement aan te merken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Democratie en de gewone deugden
Luc Verhey
Op 31 oktober 2018 is tijdens een Buitengewone Vergadering van de Raad van State afscheid genomen van Piet Hein Donner als vice-president van de Raad van State. Dit is een licht-bewerkte versie van de inleiding gehouden tijdens het op de dag daarvóór ter gelegenheid van zijn afscheid georganiseerde symposium ‘Rechtsorde en bestuur’.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ons strafprocesrecht gaat aan nuancering ten onder
Wim Borst
Elke dinsdag om 13.00 uur is ons strafprocesrecht weer iets ingewikkelder geworden. Dan heeft de Strafkamer van de Hoge Raad, die van oudsher op dinsdag om 12.30 uur zitting houdt, in een van haar uitspraken of beschikkingen weer een nieuwe nuance aangebracht, een uitzondering op een uitzondering geformuleerd, of een subtiele subregel gegeven. Vervolgens wordt van vijftigduizend politieambtenaren verwacht dat zij vanaf de volgende ochtend 0.00 uur de nieuwe regel (subregel, uitzondering, nuance) foutloos toepassen.


Lees het hele artikel in Navigator.

14 november 2018