Artikelen van Margreet Ahsmann

TijdschriftNJB 4 (2022)
Tijdige rechtspraak 2020-2023: gaat het er toch van komen?
Margreet Ahsmann en Hans Hofhuis
Doorlooptijden van civiele procedures vormen een zwakke plek in onze rechtspleging. Terecht heeft de Rechtspraak dit onderwerp hoog op de agenda geplaatst. Er zijn ambitieuze plannen, met scherpere normen. Maar zijn ze goed doordacht en hebben ze kans van slagen? De auteurs zien geen grond voor een positief antwoord op deze vragen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Circulair bouwen
Rik Aertsen, Kristel Heemrood-van Dijk, Pernille van der Plank, Werner Runge, Karen Sanderse en Coen Thomas
Dit artikel komt voort uit het initiatief ‘Jurist doet WAT’ dat het Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen en het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen in 2020 zijn gestart. De gedachte achter dit initiatief is dat iedere jurist(e) vanuit zijn of haar eigen (juridische) expertise iets kan bijdragen aan de verduurzaming van de economie en de maatschappij. In dat kader roepen het NGB en het OO&R alle juristen in Nederland op mee te doen en samen bij te dragen. Als onderdeel van ‘Jurist doet WAT’ zijn zes zogeheten ‘Klimaattafels’ (werkgroepen van juristen) aan de slag gegaan om met concrete (juridische) voorstellen te komen die kunnen bijdragen aan verduurzaming. De auteurs van dit artikel maken deel uit van de Klimaattafel Gebouwde Omgeving en in dat kader is dit artikel geschreven. Het bevat een concrete suggestie hoe partijen de circulariteit in de gebouwde omgeving kunnen bevorderen door het overeenkomen van een terugnamegarantie.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Spoedprocedures over coronamaatregelen in België en Nederland
Machteld Claessens
In Nederland en België wordt over vergelijkbare coronamaatregelen geprocedeerd. In dit artikel wordt een aantal recente rechterlijke uitspraken uit beide landen naast elkaar gelegd. De positie van de Belgische Raad van State bij de beoordeling van de overheidsmaatregelen lijkt (iets) steviger dan de rol die de Nederlandse rechter zich bij zo’n beoordeling aanmeet. De Nederlandse onmiskenbaarheidstoets versus het Belgische ernstig middelcriterium in kort geding zijn met elkaar vergelijkbaar, met dien verstande dat de Belgische Raad van State wel tot een zelfstandige én uitgebreidere evenredigheidstoets komt en de Nederlandse rechter een meer beperkte proportionaliteitstoets toepast. Het ruimere toetsingskader van de Belgische Raad van State kan een inspiratiebron vormen voor de Nederlandse rechters.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Vrij en blij?
Gerard Mols
In de bijdrage onder de titel Vrijheid Blijheid. Of: Nederland vogelvrij? wordt op een nogal suggestieve, in elk geval weinig genuanceerde, wijze een beeld geschetst dat het sinds februari 2021 kommer en kwel is met de voorlopige hechtenis in ondermijningszaken. In die zaken wordt volgens de auteurs te vaak de voorlopige hechtenis geschorst. De rechter laat zich daarbij kennelijk leiden door de rechtspraak van het EHRM en door het gebrek aan perspectief op een inhoudelijke behandeling van de zaak. Al met al een zorgelijke ontwikkeling volgens de auteurs. Zij maken er en passant ook melding van dat het doorgaans gaat om niet-gepubliceerde uitspraken en vragen meer aandacht voor het debat over de voorlopige hechtenis en voor meer middelen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Naschrift
Camila Sam-Sin en Boudewijn de Jonge
We danken prof. Mols voor de moeite die hij heeft genomen om te reageren. We scharen ons achter zijn oproep om meer beslissingen omtrent de voorlopige hechtenis te publiceren, zodat het debat beter gevoerd kan worden. Dat debat mag ook gaan over de vraag wat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) precies leert.

[verder lezen in NAVIGATOR]

26 januari 2022
TijdschriftNJB 21 (2019)
Vaccinatie op de kinderopvang
Roland Pierik en Marcel Verweij
De afnemende vaccinatiegraad en de toenemende kans op mazelenuitbraken worden meer en meer als een maatschappelijk probleem ervaren, en krijgen daarom terecht veel politieke aandacht. Een initiatiefwetsvoorstel van D66 wil kinderdagverblijven de mogelijkheid geven om niet-ingeënte kinderen te weigeren. Dit artikel toont aan dat dit voorstel in conflict komt met artikel 9 EVRM en de AWGB. Daarnaast biedt het voorstel slechts schijnzekerheid voor ouders over de veiligheid van hun kinderen in de kinderopvang. Wetgeving zou zich primair moeten richten op het tegengaan van het onderliggende probleem van de afnemende vaccinatiegraad.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mediation: vrijwillig of afdwingbaar?
Anneleen Broekhuijsen-Molenaar
In 2016 werd een wetsvoorstel bevordering mediation in consultatie gegeven en ook vanuit andere hoeken zijn er initiatieven genomen en voorstellen gedaan om mediation een meer verplichtend karakter te geven. Maar wetgeving met betrekking tot vrijwilligheid of afdwingbaarheid van mediation is nauwelijks wenselijk, in ieder geval niet noodzakelijk en slechts als een milde reminder aan de rechter enigszins nuttig.


Lees het hele artikel in Navigator.

Stoned achter het stuur
Rick van Leusden
De verstoring van de rijvaardigheid door het gebruik van cannabis is dosisafhankelijk. Uit onderzoek blijkt dat hoe hoger de dosis THC, hoe duidelijker het negatieve effect op de (rij)vaardigheden is. In de richtlijnen van het OM wordt ongeacht de hoeveelheid THC aangetroffen bij een bestuurder eenzelfde strafbeschikking aangeboden. Voorts bestaan voor de rechterlijke straftoemeting geen oriëntatiepunten. Het is de hoogste tijd om daarin verandering te brengen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Koninkrijksgeschillen beslechten
Willem Konijnenbelt
Wanneer men geschillen over de interpretatie van het basisdocument van het Koninkrijk, het Statuut, laat beslissen door een orgaan waarin de Nederlandse ministers het uiteindelijk voor het zeggen hebben, kan van juridische gelijkwaardigheid tussen de landen van het Koninkrijk niet meer worden gesproken. Vragen over de grenzen van de bevoegdheden van de hoogste organen van de vier landen van het Koninkrijk dienen te worden beslecht door een onafhankelijke instantie.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum, ofwel: hoe hardnekkig een foutieve vertaling blijft bestaan
Margreet Ahsmann
Het is mij niet eerder overkomen dat ik mij gedrongen voel te reageren op een column die mij (als romanist en rechter) uit het hart is gegrepen. Aan de hand van levendige voorbeelden concludeert Coen Drion dat recht (uiteindelijk) de ars (kunde én de kunst) behoort te zijn van het goede en billijke, waarmee hij verwijst naar de onovertroffen uitspraak van de jurist Celsus uit de tweede eeuw, die eeuwigheidswaarde zal hebben (ius est ars boni et aequi).


Lees het hele artikel in Navigator.

29 mei 2019
TijdschriftNJB 33 (2017)
Van comparitie naar mondelinge behandeling
Margreet Ahsmann
Bevordering van een efficiënte en snelle procesvoering staat in de KEI-wetgeving voorop. De wetgever heeft wat betreft de procesvoering door de advocaat geeëxpliciteerd dat elke advocaat het recht heeft zijn standpunt op de zitting toe te lichten, mag pleiten dus. Uiteraard mag hij dat doen aan de hand van een ‘spiekbriefje’. Maar een nieuw knelpunt dreigt te ontstaan: heeft de advocaat daarbij ook altijd het recht een pleitnota of zijn ‘spreek- of pleitaantekeningen’ over te leggen? De wetgever heeft zich daaromtrent in stilzwijgen gehuld; op fundamentele vragen van procesrecht lijkt deformalisering het antwoord te zijn. In dit artikel wordt ervoor ‘gepleit’ dat als hoofdregel niet toe te staan. Niet versterking van het schriftelijke element, maar juist een ruimere plaats voor het mondelinge element draagt bij aan rechtvaardige geschilbeslechting.


Lees het hele artikel in Navigator.

Wie neemt daadwerkelijk de beslissingen binnen de rechtbanken?
Nina Holvast
Men kan zich afvragen of het in overeenkomst is met de vereisten van rechtsstatelijkheid als ondersteunend personeel rechterlijke besluitvorming in belangrijke mate beïnvloedt. Recent promotieonderzoek van de auteur toont aan dat juridisch medewerkers regelmatig intensief betrokken zijn in de rechterlijke besluitvorming en dat zij daarmee een positieve bijdrage leveren aan de totstandkoming van rechterlijke oordelen. Maar er worden in dit artikel ook enkele voorbeelden gegeven van situaties waarin de betrokkenheid van juridisch medewerkers, vanuit een rechtsstatelijk oogpunt, zorgwekkende vormen kan aannemen. Uiteindelijk is het probleem niet zozeer dat er in de praktijk veel mis gaat, maar wel dat er gebrek is aan duidelijke, gedeelde normen met betrekking tot de betrokkenheid van juridisch medewerkers. Eveneens is er te weinig transparantie over de gang van zaken binnen de gerechten. Het zou goed zijn als er binnen de rechterlijke organisatie meer reflectie plaatsvindt op de wenselijke positie van juridisch medewerkers in het rechterlijke besluitvormingsproces.


Lees het hele artikel in Navigator.

Recidive inschatten met behulp van een empirisch model
Joke Harte
Bij de oplegging van straf, maatregel of toezicht wordt in belangrijke mate rekening gehouden met de kans dat de justitiabele zal recidiveren. Maar hoe wordt deze kans vastgesteld? Mensen, en zeker ook professionals, blijken niet goed in staat om toekomstig gedrag te voorspellen. De afgelopen jaren zijn daarom vele risicotaxatieinstrumenten ontwikkeld die gebaseerd zijn op kennis uit de empirie. Tot op heden worden deze instrumenten vooral gebruikt door gedragsdeskundigen in hun adviezen aan de rechterlijke macht. Het is echter te verwachten dat er binnen afzienbare tijd instrumenten beschikbaar komen die rechters en officieren van justitie zelf kunnen toepassen. Tegelijkertijd zijn er serieuze bedenkingen wat betreft de kwaliteit van de instrumenten en blijken er ernstige ethische bezwaren te bestaan tegen het gebruik. Het is van belang dat strafrechtjuristen zich mengen in de discussie over de rol en wenselijkheid van risicotaxatie-instrumenten in de strafrechtspraktijk.


Lees het hele artikel in Navigator.

27 september 2017
TijdschriftNJB 20 (2015)
Rechtswetenschappelijk onderzoek
Willem van Boom en Rob van Gestel
Ondanks dat er al meer dan een decennium een debat woedt over de wetenschappelijkheid van de rechtswetenschap en de wijze waarop juristen de kwaliteit van hun onderzoek borgen was er nog nooit aan het forum van rechtswetenschappers gevraagd hoe men denkt over onderzoekskwaliteit en de beoordeling daarvan. Met de onderzoeksvisitatie van 2016 in het vooruitzicht zijn de rechtswetenschappers in Nederland nu eindelijk zelf eens bevraagd over hoe men hierover denkt opdat er ook vanuit het wetenschappelijk forum input is voor debatten over kwaliteitszorg. Een selectie van de bevindingen wordt in dit artikel weergegeven. De integrale weergave van het onderzoek, inclusief de methodologische verantwoording en alle tabellen, is op de website van het NJB opgenomen (www.njb.nl/rechtswetenschappelijk-onderzoek). Kern van de zaak is de vraag of er vanuit de rechtswetenschap als discipline niet meer initiatief zou kunnen worden genomen om het lot in eigen hand te nemen. In plaats van niets doen of juist blind de kwaliteitszorgsystemen van andere disciplines te kopiëren naar de rechtswetenschap, zou de rechtswetenschap ook als discipline, gevoed door praktijkervaringen en nader onderzoek, verder kunnen bouwen aan kwaliteitszorg op een wijze die rekening houdt met de eigenheid van de rechtswetenschap als kruispuntwetenschap.
Het Calimero-gevoel van de jurist
Pauline Westerman
Interview met prof.mr. Carel Stolker naar aanleiding van zijn boek Rethinking the Law School: Education, Research, Outreach and Governance, Cambridge: Cambridge University Press 2014, 472 p.
Civiel effect
Margreet Ahsmann
Als juridische faculteiten verantwoordelijk willen zijn voor de vooropleiding van advocaten en rechters dienen zij ook op een academische wijze invulling te geven aan het ‘profiel’ van de afgestudeerde togajurist zodat er een opleidingscontinuüm kan ontstaan, zoals medici met de specialisatieopleidingen doen. De eisen voor het civiel effect vormen dan geen ‘keurslijf’ maar een uitdaging om te kunnen voldoen aan een meerlagige rechtsorde en de ingewikkelde maatschappelijke werkelijkheid. Het gaat er om competente togajuristen te vormen die tot in hun haarvaten beseffen wat ‘recht’ is en hoe dit toe te passen.
Ervaringen van een Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit
Cyrille Fijnaut
Vertrouwenspersonen Wetenschappelijke Integriteit aan de universiteiten werken over het algemeen in stilte. Gegeven het cruciale maatschappelijk belang dat (geloof in) de integriteit van de wetenschapsbeoefening heeft, is het niettemin wenselijk dat die stilte af en toe wordt doorbroken en derden enig zicht wordt geboden op de integriteitsproblemen zoals die zich in de eerste lijn manifesteren in de universitaire wereld. Dit is in elk geval de bedoeling van deze bijdrage.
19 mei 2015
TijdschriftNJB 26 (2014)
‘Wij weten wel wat wij doen’
Jan Vranken
Juridisch-dogmatisch onderzoek kan veel meer zijn dan praktijkkunde of hofleverancier van argumenten voor de rechtspraak. Het hoeft, als het om inhoudelijke kwaliteit gaat, in niets onder te doen voor het hooggeprezen multidisciplinaire, internationale, rechtsvergelijkende of empirisch juridische onderzoek. In het Algemeen Deel 2014 probeert Vranken dit aan te tonen voor wat betreft dissertaties, tijdschriftartikelen en annotaties. Tegelijk berust hij niet in de huidige status quo, maar geef aan dat, waar en waarom verbeteringen wenselijk en ook mogelijk zijn.
Hoe raar zijn die juristen eigenlijk?
Marc Loth
De NJB-salon ‘Rare jongens die juristen’ die op 24 april jl. plaatsvond, is een goede aanleiding om de stand van de rechtswetenschap op te nemen. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op, maar vertonen van een grotere afstand bezien herkenbare patronen. Terugkerende elementen daarin zijn de relatie van de rechtswetenschap tot de praktijk, tot de (andere) maatschappij- en geesteswetenschappen, en natuurlijk tot zijn object: het recht (hoe dan ook gepercipieerd). Dan rijst de vraag: zijn die juristen eigenlijk wel zulke rare jongens? Anders gezegd, neemt de rechtswetenschap in het spectrum van disciplines een eigen positie in, of is zij vergelijkbaar met (andere) geestes- of maatschappijwetenschappen? In dit essay worden vanuit een comparatief en historisch perspectief enkele grote lijnen getrokken, omdat je soms van veraf meer ziet.
Versnelling van de doorlooptijden van rechtszaken met 40%
Margreet Ahsmann en Hans Hofhuis

Prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann is bijzonder hoogleraar Rechtspleging in Leiden en senior rechter A rechtbank Den Haag. Mr. H.F.M. Hofhuis is rechter-plaatsvervanger in (en oud-president van) die rechtbank.

De waardering voor de rechtspraak in Nederland is groot. Dit betreft vooral het rechterlijke functioneren. Maar ook qua doorlooptijden doet Nederland het internationaal goed. Toch wil de Rechtspraak sneller gaan werken. Daartoe is eind 2012 het programma KEI (Kwaliteit en Innovatie) gelanceerd. In het verlengde daarvan beschrijft de (concept)Agenda van de Rechtspraak 2015-2018 de koers voor de komende jaren. Aan deze Agenda zijn hoge versnellingspercentages gekoppeld. De eerste doelstelling is dat in 2018 de duur van rechtszaken 40% korter zal zijn dan in 2013. Maar dit bekortingspercentage berust op een ondeugdelijk fundament. Eerst zou systematisch moeten worden bezien waar ruimte bestaat voor versnelling. Het rapport waarop een en ander is gebaseerd biedt slechts min of meer kale cijfers, terwijl een deugdelijke programmatheorie ontbreekt. De Rechtspraak zou er goed aan doen om geen verwachtingen te wekken die zij zeer waarschijnlijk niet kan waarmaken.
Veranderingen in het procesrecht
Toon Huydecoper
De ophanden zijnde modernisering en vernieuwing van de rechtspraak baren de auteur zorgen. De voornemens richten zich op sneller en efficiënter procederen, met name door digitalisering van diverse stappen van de gerechtelijke procedures. De vraag is of met deze beklemtoning van snelheid en efficiëntie niet te veel afbreuk wordt gedaan aan de ruimte voor zorgvuldigheid en deugdelijke onderbouwing.
Reactie en Naschrift
H.Th. van der Meer en R.P. van der Laan
3 juli 2014