Artikelen van Linda Kesteloo

Tijdschrift
NJB 31 (2026)
Overtuigd en/of buiten redelijke twijfel?
Met de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering verandert de formulering van het strafrechtelijke bewijscriterium. In plaats van de huidige eis dat de rechter overtuigd moet zijn van de schuld van de verdachte, komt centraal te staan dat die schuld buiten redelijke twijfel moet vaststaan. Hoewel de wetgever benadrukt dat hiermee geen wezenlijke verandering van de praktijk wordt beoogd, bestaat onduidelijkheid over de betekenis en mogelijke gevolgen van deze nieuwe formulering. In hun onderzoek gaan de auteurs na of het huidige en het nieuwe bewijscriterium daadwerkelijk tot andere bewijsbeslissingen leiden. Aan de hand van een experiment onderzoeken zij hoe beide criteria worden geïnterpreteerd en welke gevolgen dat kan hebben voor toekomstige veroordelingen en vrijspraken. Hun bevindingen laten zien dat de uitkomst van een bewijsbeslissing niet zozeer afhangt van de tekst van het criterium zelf, maar vooral van de betekenis die beslissers eraan toekennen.
Weerbaarheidsprivaatrecht
Juridische aandacht voor maatschappelijke weerbaarheid richt zich vooral op het staatsnoodrecht en publiekrechtelijke bevoegdheden. De privaatrechtelijke dimensie blijft daarmee onderbelicht. Maar overheidsmaatregelen ter voorkoming of bestrijding van ontwrichting kunnen bestaande contracten doorkruisen en roepen vragen op over aansprakelijkheid en risicoallocatie. Aan de hand van twee voorbeelden, maar er zijn er moeiteloos meer te verzinnen, wordt gepleit voor een agenda voor weerbaarheidsprivaatrecht.
Recht als de grammatica van de samenleving
Recht is meer dan een verzameling regels. Het schept de voorwaarden waaronder mensen in vrijheid, gelijkwaardigheid en vertrouwen kunnen samenleven. Nu de democratische rechtsstaat internationaal onder druk staat en macht zich niet vanzelfsprekend meer door het recht laat begrenzen onderzoekt dit betoog de betekenis van recht als ‘grammatica van de samenleving’ en verbindt het rechtszekerheid en democratie met tolerantie, menselijke waardigheid en fundamentele rechten.
Is het kind met het badwater weggegooid?
Binnen het kader van de Wet elektronische dienstverlening burgerlijke stand hebben gemeenten per 1 januari 2020 de mogelijkheid – niet de verplichting – over te gaan tot elektronische dienstverlening bij de geboorteaangifte. In zeven op de tien gemeenten is het doen van een digitale geboorteaangifte thans mogelijk. Uit de jurisprudentie blijkt dat de invoering van de digitale geboorteaangifte met nogal wat kinderziektes gepaard gaat. Hierdoor zijn vraagtekens te plaatsen bij het nut en noodzaak van deze digitale faciliteit.
Niet de techniek, maar de toepassing
Door de snelle ontwikkeling van Large Language Models zal de discussie over het onderscheid tussen statistiek en AI binnenkort achterhaald zijn. Het is daarom van belang dat we nu al nadenken over de toekomst van risicotaxatieinstrumenten.

Tijdschrift
NJB 13 (2021)
Bodycambeelden als controlemiddel in de strafrechtspraktijk
Hoe kunnen beelden van bodycams gedragen door politieagenten bijdragen aan de waarheidsvinding in strafzaken? In dit artikel wordt deze vraag vanuit zowel juridisch als rechtspsychologisch perspectief behandeld. Eerst wordt ingegaan op de vraag of en hoe politieambtenaren bodycambeelden thans gebruiken bij het schrijven van een proces-verbaal en welke effecten daarvan, op basis van rechtspsychologische literatuur, mogen worden verwacht. Vervolgens wordt een aantal uitspraken in strafzaken besproken waarin gebruik wordt gemaakt van bodycambeelden. Daarna wordt aandacht besteed aan de fundamentele vraag in hoeverre bodycambeelden überhaupt geschikt zijn om door rechter en opsporingsambtenaar als controlemiddel te worden gebruikt. Ten slotte wordt gereflecteerd op het voornemen van de wetgever om opsporingsambtenaren toe te staan om het opmaken van een proces-verbaal uit te stellen indien op een opname is vastgelegd ‘wat door hen tot opsporing is verricht of bevonden’.
Een strafrechtelijk vangnet in de Omgevingswet
De wetgever heeft in de Omgevingswet een strafrechtelijk vangnet geïntroduceerd met de verbodsbepaling van artikel 1.7a Ow. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de aard, inhoud en reikwijdte van de vangnetbepaling. Daaruit zal blijken dat we te maken hebben met een bedenkelijk stukje strafwetgeving. De vangnetbepaling is wetssystematisch ondoorgrondelijk en terminologisch net zo breed als vaag. Het is praktisch onmogelijk om het gedrag af te stemmen op deze alomvattende strafbaarstelling.
Juridische verplichtingen van kernspelers
De komende jaren zullen cruciaal zijn om nog een kans te hebben om klimaatrampen van onvoorstelbare omvang te voorkomen. Daarvoor is in elk geval nodig om in kaart te brengen wat landen, bedrijven en andere kernspelers rechtens moeten doen. Een internationale groep deskundigen heeft die handschoen opgenomen. De groep heeft in kaart gebracht wat overheden rechtens moeten doen en welke juridische verplichtingen bedrijven en beleggers hebben. Dat laatste is omschreven in de Principles on Climate Obligations of Enterprises. Die worden in dit artikel globaal en met zevenmijlslaarzen doorgenomen.
De zaak Poch: Argentinië en het Folterverdrag
Na verschijning op 1 februari jl. van het rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch is via de media een begin van wetenschappelijke discussie geëntameerd over de inhoud daarvan. Deze discussie wordt voortgezet in het NJB. Twee voormalig leden van de commissie, reageren met dit artikel, gezien het gewicht van het thema in kwestie, op de in de media geuite visie op deze zaak.