Artikelen van Leonie van Lent

TijdschriftNJB 29 (2018)
Wijzigingen van de artikel 12-procedure in Modernisering Strafvordering
Lisa Ansems, Miranda Boone en Leonie van Lent
In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering ligt er een wijziging voor van de procedure voor klachten tegen niet-vervolgen (artikel 12 Sv). De auteurs hebben in 2016 een onderzoek afgerond naar het functioneren van deze procedure. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de artikel 12 Sv-procedure besproken, om vervolgens te bespreken welke wijzigingen nu in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering worden voorgesteld en te beoordelen of deze tegemoet komen aan de door het onderzoek gesignaleerde knelpunten. De conclusie is dat de voorstellen niet zullen leiden tot verbetering van de kwaliteit van de beklagprocedure en de knelpunten daarvan niet zullen wegnemen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ziek en toch aan het werk
Saskia Montebovi
In Nederland vormen de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA een kloppend en sluitend systeem. Bovendien ligt bij beide regelingen de focus sterk op privatisering en re-integratie. De Nederlandse wetgever heeft echter weinig tot geen oog gehad voor grensoverschrijdende ziektesituaties. En dus moet de zieke werknemer die in het buitenland woont zijn heil ook vinden in Europese regels. Maar dat wringt, want in tegenstelling tot de omvangrijke Nederlandse re-integratieregels bij arbeidsongeschiktheid zijn de Europese regels heel beperkt. Slechts twee korte artikelen uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG bieden aanknopingspunten voor lidstaten, werkgevers en werknemers in grensoverschrijdende situaties waar re-integratie kan en soms moet. Om een metafoor te gebruiken: we hebben een kapstok met twee kleine haakjes waar een hele zware jas aan moet worden opgehangen. Werkt dit?


Lees het hele artikel in Navigator.

De raadsheer-commissaris als zittingsrechter
Jules Loyson, Bart Hofstra, Karien Schaffels en Emile Pfeil
Uit een arrest van 8 januari 2018 van de Hoge Raad volgen twee vragen: (i) is artikel 268 Sv wel of niet van overeenkomstige toepassing in hoger beroep, en (ii) wat is materieel gezien de rol van de poortraadsheer en hoe verhoudt deze zich tot artikel 268 lid 2 Sv? Dit artikel beperkt zich tot de bespreking van de eerste vraag. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 268 Sv en artikel 415 Sv alsmede uit de wetsvoorstellen in het kader van de Modernisering Strafvordering die betrekking hebben op deze beide artikelen, kan slechts één conclusie worden getrokken: artikel 268 Sv is van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.


Lees het hele artikel in Navigator.

Centrale Raad van Beroep en doorlooptijden
Takvor Avedissian
Bert Marseille en Marc Wever hebben in hun artikel ‘Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited’ (NJB 2018, afl. 24) verslag gedaan van hun onderzoek naar het functioneren van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Als president van de CRvB ben ik blij met de constatering dat onze rechtspraak als het gaat om het zo veel mogelijk definitief beslechten van geschillen goed scoort op het onderdeel finaliteit.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Bert Marseille en Marc Wever
In ons artikel waren wij kritisch over de Centrale Raad van Beroep, niet alleen vanwege de uiterst trage afhandeling van hogerberoepszaken, maar ook omdat geen verbetering ten opzichte van twee jaar geleden zichtbaar was en evenmin bleek van beleid om werk te maken van de doorlooptijden. Over de reactie van de president van de Centrale Raad van Beroep zijn wij enthousiast: het probleem wordt onderkend en er worden plannen gemaakt het aan te pakken. Maar gaan die ook voor de hoognodige verbetering zorgen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Bekijk dit nummer in Navigator.

5 september 2018
TijdschriftNJB 37 (2016)
Loon naar werken voor de EU-arbeidsmigrant?
Gerrie Lodder
Een EU-arbeidsmigrant in Nederland kan hier werken als werknemer, als zelfstandige EU-arbeidsmigrant in Nederland gevestigd, als zzp'er die in een andere lidstaat is gevestigd en in Nederland diensten verricht en als intra-EU-gedetacheerde arbeidsmigrant. Deze vier verschillende constructies worden gereguleerd door drie verschillende Unierechtelijke vrijheden: het vrije werknemersverkeer, de vrijheid van vestiging en de vrijheid van diensten. Daaronder hangt een vangnet dat wordt gevormd door het IPR in de vorm van de Rome I-verordening. Omdat de voorwaarden waaronder de EU-arbeidsmigrant mag werken niet voor alle constructies gelijk zijn, ligt uitbuiting op de loer. Om de norm ‘gelijke arbeidsomstandigheden voor gelijk werk op dezelfde locatie’ te realiseren moet de discrepantie tussen de Unierechtelijke juridische werkelijkheid en de arbeidsrechtelijke tweedeling in werknemers en zelfstandigen worden verminderd. Daarvoor is niet alleen nodig dat er een eenduidige Unierechtelijke definitie komt van het begrip zelfstandige en duidelijkheid over de positie van schijnzelfstandigen, maar ook dat gedetacheerde werknemers worden beschouwd als werknemer in de zin van de Verblijfsrichtlijn en niet als onderdeel van de vrijheid van dienstverlening van de werkgever.


Lees het hele artikel in Navigator.

De ZSM-werkwijze in praktijk
Leonie van Lent, Marc Simon Thomas en Petra van Kampen
In juni van dit jaar verscheen een tussenevaluatie van de ‘ZSM-werkwijze’. In dit artikel wordt allereerst kort uiteengezet wat de essentie van ZSM is en wat de belangrijkste veranderingen zijn geweest die de huidige stand van zaken bepalen. Daarna worden de door de evaluatie bevonden positieve effecten van ZSM benoemd. Vervolgens wordt ingegaan op de kritiek omtrent de zorgvuldigheid van deze werkwijze die de afgelopen jaren is geuit en op de zorgen daarover die door de respondenten uit het evaluatieonderzoek naar voren zijn gebracht. Daarna wordt ingegaan op de reactie van de minister, die de zorgen uit het evaluatierapport over de zorgvuldigheid niet lijkt te delen. In de conclusie wordt kort samengevat welke rechtsstatelijke zorgen over ZSM anno 2016 (nog) bestaan en wordt ingegaan op de vraag of de minister daar een adequaat antwoord op heeft.


Lees het hele artikel in Navigator.

In Wet zorg en dwang geen plaats voor Bopz-arts
Brenda Frederiks en Roy Knuiman
In de sectoren psychogeriatrie en verstandelijk gehandicapten fungeert de Bopz-arts sinds jaar en dag als geneesheer-directeur. Specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicaptenzorg vervullen deze functie, wat in de praktijk betekent dat zij de spilfunctie rondom het beleid van vrijheidsbeperking vervullen. Dit systeem werkt naar behoren en tevredenheid en past bij het eigen karakter van beide sectoren en kan bovendien naadloos aansluiten bij het stappenplan en de besluitvormingsprocedure binnen de Wet zorg en dwang. Het wekt dan ook bevreemding dat de wetgever in de Wet zorg en dwang deze functie van geneesheer- directeur niet langer opneemt.


Lees het hele artikel in Navigator.

Hof van Justitie legt bom onder het internet
Mireille van Eechoud en Joost Poort
De uitspraak van het Hof van Justitie EU in de zaak Playboy/GeenStijl gaat in tegen de fundamentele werking van het internet en komt de acceptatie van het auteursrecht bepaald niet ten goede. Door de uitspraak is het volstrekt onzeker geworden wanneer hyperlinken kan zonder de wet te overtreden. De Commissie moet deze rampzalige uitspraak middels regelgeving repareren.


Lees het hele artikel in Navigator.

Reactie: onrechtmatig Wmo-beleid wat nu?
Renske Imkamp en Matthijs Vermaat
In een bijdrage in het NJB2 bespraken Wouter Koelewijn & Bas Wallage de gevolgen van de recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep waarin werd vastgesteld dat huishoudelijke hulp een voorziening is die onder de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. De conclusie luidde dat de grote groep Wmo-gerechtigden die eerst geen bezwaar en beroep heeft ingesteld nu tegen het leerstuk van de ‘formele rechtskracht’ aanloopt. Ons inziens gaan de auteurs bij de uitleg van artikel 4:6 Awb aan twee belangrijke aspecten voorbij en worden rechtzoekenden en gemeentebesturen daarmee op het verkeerde been gezet.


Lees het hele artikel in Navigator.

26 oktober 2016
TijdschriftNJB 20 (2013)
Massale procedures in het bestuursrecht
Ymre Schuurmans
Er doen zich verschillende situaties voor waarin burgers en masse beslissen om tegen dezelfde instantie te procederen. Voor dat soort massale procedures is een enkele maal een regeling getroffen. Een meer algemene bestudering of regulering van het fenomeen van massale bestuursrechtelijke procedures ontbreekt. In dit artikel wordt een aanzet gegeven tot het duiden van massale bestuursrechtelijke geschillen. De bijdrage onderzoekt welke verschillende typen massale procedures zoal in het bestuursrecht voorkomen, wat bekend is over hun ontstaan en de wijze waarop zij (kunnen) worden opgelost. Geconcludeerd wordt dat het fenomeen van massaal bezwaar eigenlijk alleen kan worden voorkomen met inzicht in het ontstaan van massaal verzet tegen regelgeving, dan wel met behulp van een effectieve rechtsgang tegen algemeen verbindende voorschriften, nog voordat het bestuur de uitvoeringsbesluiten neemt.
Geen mazen in de alcoholfuik van het CBR?
Annemiek van Spanje en Elina Kurtovic
Met het oog op de verkeersveiligheid draagt het CBR psychiaters, die een alcoholkeuring uitvoeren in het kader van de beoordeling van iemands rijgeschiktheid, op extra streng te keuren. Daar is op zich niets mis mee maar psychiaters lijken (te) weinig tijd uit te trekken voor een onderzoek en niet door te vragen. De achtergrond van een bevestigend of ontkennend antwoord lijkt zoals gezegd zelden te worden onderzocht dan wel nauwkeurig in een rapportage te worden opgetekend. Daarnaast wordt niet meegedacht over mogelijke andere oorzaken dan overmatig alcoholgebruik bij afwijkende bloedwaarden. Ook wordt de keurling onvoldoende tijd gegund om via de huisarts zelf een mogelijk andere oorzaak aan te tonen. Dergelijk ‘lopende band’ werk kan de keurling onterecht een ongeldig rijbewijs en hoge kosten voor het voeren van een bezwaarprocedure opleveren.
Heeft de Hoge Raad emoties?
Reiner de Winter
Over bewijsuitsluiting en onrechtmatig verkregen bewijs
Een aantal recente arresten van de Hoge Raad lijken de opvatting uit te dragen dat onrechtmatig handelen van de politie op zich geen voldoende voorwaarde oplevert voor bewijsuitsluiting. De Hoge Raad geeft met deze arresten blijk van een gebrek aan theorie wat leidt tot een toetsing die rechtstreeks uit de losse pols lijkt te komen. Het is onbegrijpelijk dat de Hoge Raad volstrekt geen oog lijkt te hebben voor het bijzondere rechtskarakter van het publiekrecht, waarin de overheid anders dan in het privaatrecht in principe niets mag, tenzij het is toegestaan? Of is die blindheid in het licht van de emoties juist maar ál te begrijpelijk?
Een nieuwe wrakingsregeling
W.J. Slagter
Naschrift
Ivo Giesen, François Kristen, Liesbeth Enneking en Leonie van Lent
17 mei 2013
TijdschriftNJB 8 (2013)
Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure
Ivo Giesen, François Kristen, Liesbeth Enneking en Leonie van Lent
Meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik
Wrakingsverzoeken worden steeds vaker ingediend, maar níet vaker gehonoreerd. Dit suggereert dat het middel ‘oneigenlijk’ wordt ingezet. De effectiviteit van de regeling komt echter onder druk te staan als miskend wordt dat deze een correctiemechanisme is voor uitzonderlijke gevallen. Oneigenlijk gebruik knaagt derhalve aan de fundamenten van onze rechtspleging. Auteurs maken een rechtsvergelijkende analyse van de wrakingsprocedures in een tiental andere rechtsstelsels als inspiratie ter verbetering van het eigen recht. Uit deze analyse vloeien een aantal aanbevelingen voort met betrekking tot mogelijke contouren voor een aangepaste Nederlandse regeling. De contouren van deze nieuwe wrakingsregeling bevatten aan de ene kant prikkels om het oneigenlijk gebruik te temperen terwijl tegelijkertijd de legitimiteit van het instrument, en daarmee het maatschappelijk draagvlak, wordt vergroot.
Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel
Dave van Toor
Minister Opstelten wil een nieuwe strafbepaling om verdachten te verplichten versleutelde (kinderporno) bestanden te ontsleutelen. Het voorstel om bij het niet-meewerken aan dit zogenoemde decryptiebevel een gevangenisstraf van maximaal twee jaar op te kunnen leggen, lijkt gezien de mate van dwang onverenigbaar met art. 6 EVRM.
Alweer aanpassing ‘cookiewet’ voorgesteld: beter ten halve gekeerd
Godfried van Berkel
Sinds 1 januari wordt de internetter bij elke site die hij wil bezoeken geconfronteerd met de vraag of hij ‘cookies’ accepteert: de Cookiewet is in werking getreden. Deze toevoeging aan de Telecommunicatiewet gaat echter verder dan gevergd door de Richtlijn burgerrechten. Met een amendement heeft de Tweede Kamer een ‘kop’ op deze Europese regeling gezet om een koppeling met de Wet bescherming persoonsgegevens tot stand te brengen. De expliciete toestemming die daardoor verplicht is gesteld, maakt het onmogelijk voor de branche om tot een goed werkende standaard te komen voor een do not track-functie.
Goedwillende hackers, responsible disclosure en strafrecht
Mikhel Timmerman
Door het ontbreken van duidelijk beleid over het melden van kwetsbaarheden in informatiesystemen wisten goedwillende hackers tot nu toe vaak niet bij wie de kwetsbaarheden te melden en hoe met die melding zou worden omgegaan. Vanuit Justitie is daarom een Leidraad opgesteld die moet bijdragen aan een praktijk van responsible disclosure. In het licht van het stimuleren van de meldingsbereidheid van goedwillende hackers was het beter geweest de leidraad te doen vergezellen van een vervolgingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie.
22 februari 2013