Artikelen van Joyce Boonstra

Tijdschrift
NJB 21 (2026)
AI en rechtspraak
Dit artikel verkent de betekenis van AI voor de civiele rechtspraak vanuit een procesrechtelijk en een rechtsfilosofisch perspectief. Aan de orde komt de vraag wat AI kan betekenen voor procespartijen en wat daarbij de risico’s vormen. Aansluitend wordt ingegaan op AI-gebruik door de rechter en hoe zich dit verhoudt tot de partijautonomie en het recht op hoor en wederhoor. Daarbij wordt een blik geworpen op het onlangs in gebruik genomen RechtspraakGPT. Vervolgens komt aan de orde wat er principieel op het spel staat wanneer AI richting geeft aan de manier waarop een zaak wordt begrepen en beslist. Zo zou rechterlijke oordeelsvorming in lijn met Hannah Arendts gedachtengoed geworteld moeten zijn in een gedeelde menselijke wereld, waarin betekenis ontstaat door het inbrengen en wegen van verschillende perspectieven. En de deliberatieve theorie van Jürgen Habermas maakt duidelijk dat de legitimiteit van rechterlijke beslissingen niet alleen ligt in de uitkomst, maar in het proces van open en toetsbare communicatie waaraan partijen kunnen deelnemen. Ten slotte maakt Ronald Dworkin inzichtelijk dat rechterlijke oordeelsvorming een interpretatieve praktijk is, waarin de rechter het recht niet slechts toepast, maar mede vormgeeft in het licht van onderliggende principes en rechtvaardigheidsoverwegingen. Conclusie is dan ook dat AI de rechtspleging weliswaar kan ondersteunen, maar niet kan vervangen. Omdat juridische oordeelsvorming meer omvat dan het herkennen van patronen.
Procesafspraken in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Procesafspraken zijn in korte tijd uitgegroeid tot een structureel onderdeel van het Nederlandse strafrecht. Met de indiening van de Eerste aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden procesafspraken wettelijk verankerd. Toch roept deze praktijk, waarin verdedigingsrechten worden ingeruild voor procesvoordelen, fundamentele vragen op over het legaliteitsbeginsel en de waarborgen van het EVRM. Deze bijdrage onderzoekt in hoeverre het wetsvoorstel de bestaande praktijk bevestigt of wijzigt, en of de gekozen regeling een evenwicht biedt tussen efficiëntie en rechtsbescherming.
Het verschoningsrecht geofferd aan opsporingsbelangen en pragmatisme
Het consultatievoorstel voor de tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering zet het verschoningsrecht onder druk. In plaats van de huidige rol van de rechter-commissaris wordt voorgesteld om de selectie en filtering van vertrouwelijke communicatie over te dragen aan opsporingsdiensten. Het tast de kern van het verschoningsrecht aan en ondermijnt het vertrouwen dat essentieel is voor de relatie tussen advocaat en cliënt.
Het tuchtrecht tussen vorm en functie
Het medisch tuchtrecht staat onder druk. Waar het systeem ooit bedoeld was om kwaliteit te bewaken en van fouten te leren, lijkt het in de praktijk steeds vaker het tegenovergestelde te bereiken. Het tuchtrecht zit in een spanningsveld tussen straffen, leren en beschermen. De oplossing ligt niet in kleine aanpassingen, maar in een fundamentele herziening: een verschuiving van schuld en verwijt naar herstel, kwaliteit en vertrouwen.