Artikelen van Jelle Jansen

TijdschriftNJB 20 (2020)
Wat doet de Europese Unie ter bezwering van de coronacrisis?
Danny Busch
De Europese Unie doet haar best een zinnige bijdrage te leveren aan de bestrijding van de coronacrisis, al gaat dat zoals altijd wel op z’n Brussels en ligt het primaat van de crisisbestrijding toch bij de lidstaten zelf. Ook is duidelijk dat de tegenstellingen tussen Noord- en Zuid-Europa door de crisis weer oplaaien. Dat doet zich momenteel vooral gevoelen in relatie tot de vraag naar de financiering van het Europese herstelfonds en de machtsstrijd die nu in alle hevigheid is losgebarsten tussen het Duitse Bundesverfassungsgericht enerzijds en het HvJ EU en de ECB anderzijds. De EU krijgt het nog zwaar te verduren de komende tijd, en dat terwijl zij toch al niet in topconditie verkeerde. Wat volgt is een bespreking van de meest in het oog springende maatregelen die de Europese Unie tot dusver heeft genomen dan wel (mogelijk) gaat nemen ter bestrijding van de coronacrisis.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Geen terughoudende rol van het strafrecht bij de beoordeling van euthanasiezaken
Saskia Bolte-Knol
De Hoge Raad heeft de beoordeling van euthanasiezaken (in het bijzonder wanneer sprake is van dementie) van extra duidelijkheid voorzien. Naast de juridische punten waaruit voor het OM lessen vallen te trekken, valt op hoeveel waarde de Hoge Raad hecht aan het (eigenstandige) oordeel van arts, RTE en IGJ. Daarbij zijn verschillende accenten te herkennen: de arts en de RTE moeten vooral hun oordeel goed inzichtelijk (blijven) maken en de IGJ moet zelfstandig het al dan niet bestaan van een tuchtrechtelijk verwijt beoordelen. Uit het arrest volgt tevens dat de wettelijke taak die aan het OM is toegekend ter handhaving van artikel 293/294 Sr ook bij levensbeëindigend handelen door artsen op verzoek van hun patiënten, onaangetast is gebleven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Schatvinding en de bescherming van cultureel erfgoed in Nederland en Engeland
Jelle Jansen
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt pakt het soms ongelukkig uit dat de Erfgoedwet niet van toepassing is op de toevallige vondst van een schat. Een vergelijking met het Engelse stelsel is hier nuttig. Zij maakt duidelijk dat het niet moeilijk is een stelsel te verzinnen dat de publieke belangen beter dient, zonder de private belangen te verkwanselen en de vinder in de verleiding te brengen zijn vondst te verheimelijken, om te smelten of te verpatsen. Een stelsel naar Engelse snit maakt een einde aan het onhoudbare onderscheid tussen toevalsvondsten en opgravingsvondsten, zorgt voor een uniform regime voor schatvinding en beschermt cultureel erfgoed beter dan het huidige. Bovendien vormt het een mooi compromis tussen de middeleeuwse regel dat de Vorst de eigendom van schatten verwerft, en de Romeinse regels die de ontdekker en de grondeigenaar in de eigendom laten delen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Uitleg revisited
Willem van Tongeren
Op rechtspraak.nl trok de uitspraak van de Hoge Raad van 31 januari 2020 mijn aandacht. Het ging in die zaak over uitleg. Eerder schreef ik over uitleg in het NJB. Ik bepleitte, kort gezegd, dat het ongewenst is dat via de weg van uitleg (vermijdbare) gebreken of slordigheden in een overeenkomst (achteraf) rechtgezet (kunnen) worden.

[verder lezen in NAVIGATOR]

20 mei 2020
TijdschriftNJB 10 (2016)
Aansprakelijkheid, zelfrijdende auto’s en andere zelfbesturende objecten
Eric Tjong Tjin Tai en Sanne Boesten
In dit artikel wordt de aansprakelijkheidsvraag bij zelfrijdende auto’s benaderd vanuit de positie van het slachtoffer, degene die wordt aangereden door een zelfrijdende auto. De verschillende aansprakelijkheidsgrondslagen die het slachtoffer ten dienste staan, zullen worden besproken. Zo wordt ingegaan op artikel 185 WVW, op aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, productaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken. De laatste blijkt een sleutelrol te spelen, met als bepalende factor de wijze waarop artikel 6:173 BW wordt geïnterpreteerd: geldt daar een strenge norm die aansluit bij de maat-bestuurder voor gewone auto’s, of geldt daar een beperkte norm die aansluit bij de (beperkte) stand der techniek?
‘You need someone whose hands are dirty to find dirt’
Evelien de Vries
Strafbare klokkenluiders moeten niet bij voorbaat worden uitgesloten van een geldelijke beloning. De Amerikaanse praktijk wijst uit dat juist insiders over belangrijke informatie beschikken.
De regulering van het vuurwapenbezit in de Verenigde Staten
Rob van der Hulle
Na de zoveelste schietpartij met dodelijke slachtoffers is de roep om strengere regulering van vuurwapenbezit in de Verenigde Staten groter dan ooit. Federale wetgeving die daarin voorziet, is tot op heden uitgebleven. Begin januari kondigde President Obama maatregelen aan die de aanschaf van vuurwapens strenger reguleren. In sommige staten zijn vergelijkbare maatregelen van kracht. Op 7 december 2015 heeft het Supreme Court geweigerd een tegen een van deze maatregelen ingesteld beroep in behandeling te nemen. Deze beslissing kan worden gezien als een belangrijk signaal dat de mogelijkheden tot regulering van het vuurwapenbezit in de Verenigde Staten groter zijn dan vaak wordt gesuggereerd.
Reactie op vuilnis in het vermogensrecht
Reinout Wibier
In het NJB van 5 februari 20162 schrijft Jelle Jansen onder de opvallend goed gekozen titel ‘Vuilnis in het vermogensrecht’ een tot nadenken stemmende bijdrage over de vraag naar de eigendom van vuilnis. In deze bijdrage geef ik aan waarom ik zijn analyse niet deel.
Vuilnis in het vermogensrecht (II)
Jelle Jansen
Anders dan Wibier stelt, trek ik geen parallel tussen de muntenworp in de Oudheid en het hedendaagse buitenzetten van vuilnis. De opvatting waarin het buitenzetten van vuilnis een aanbod is tot overdracht aan een onbekende noem ik onwerkelijk. Evenmin acht ik zoals Wibier suggereert het oordeel van de rechtbank inzake de met geld gevulde enveloppen onjuist.
9 maart 2016
TijdschriftNJB 5 (2016)
Het rechtskarakter van procesreglementen en andere rechtersregelingen
Paul Bovend'Eert
In de moderne rechtspleging zijn rechtersregelingen niet meer weg te denken. In het kader van de vereenvoudiging en digitalisering van het civiele proces en de digitalisering van de procedure in het bestuursrecht speelt de ontwikkeling van nieuwe procesreglementen een belangrijke rol. Het vernieuwingsprogramma ‘Kwaliteit en innovatie rechtspraak’ (KEI) gaat er van uit, dat ‘de rechtspraak’ verantwoordelijk is voor de uitwerking en concretisering van de nieuwe (digitale) rechtsgang in procesreglementen en nieuwe werkprocessen. Over het rechtskarakter van deze procesreglementen en van andere materieelrechtelijke rechtersregelingen bestaat echter nog altijd veel onduidelijkheid.
Vuilnis in het vermogensrecht
Jelle Jansen
Hoe steekt het alledaagse aanbieden van afval privaatrechtelijk eigenlijk in elkaar? Is er sprake van overdracht aan het bedrijf dat het afval verwerkt, of doet degene die het afval aanbiedt afstand van bezit en eigendom? Wat is anders gezegd het verschil tussen overdracht en prijsgeving en hoe werd daar in het Romeinse recht mee omgegaan?
(Media)Code ORANJE
Monique Verheij
De privacybescherming tegen perspublicaties was het doel van het artikel ‘The right to privacy. The Implicit Made Explicit’ van de Amerikaanse juristen Warren en Brandeis in 1890. Dit artikel wordt gezien als de oorsprong van het recht op privacy. In 2005 publiceerde de Rijksvoorlichtingsdienst de mediacode, die dezelfde doelstelling heeft maar dan voor leden van het koninklijk huis. Kan deze code (juridisch) functioneren na de Caroline en Albert van Monaco-arresten en hoe verhoudt hij zich tot de bijzondere positie van ons staatshoofd en de overige leden van het koninklijk huis?
KEI: Kans of keurslijf?
Ad Ros
De Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen zetten vaart achter de uitvoering van het digitaliseringsproject Kwaliteit en Innovatie (KEI). Naast digitalisering van de informatiestroom wordt daarbij ook gestreefd naar een daarmee samenhangende wijziging in de organisatie van ‘het rechtspreken’. Dit met name door procedurele beslissingen niet meer door of namens de behandelend rechter te laten nemen, maar deze te beleggen bij medewerkers die een (al dan niet landelijke) ‘regiefunctie’ hebben. Deze dienen niet te beslissen volgens de door de behandelend rechter met kennis van het dossier gegeven instructies, maar strikt volgens landelijke richtlijnen. Dit kan tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld een verzoek om uitstel voor een proceshandeling of zitting wordt afgewezen wegens strijd met het landelijk procesreglement, terwijl honorering van dat verzoek voor de hand zou liggen gelet op het door de behandelend rechter gewenste maatwerk bij de aanpak van de betreffende zaak. De bijzonderheden van een zaak kunnen zeer wel een afwijking van uniforme richtlijnen rechtvaardigen, bijvoorbeeld omdat het van belang is dat een betrokkene die op de geplande datum afwezig is wel ter zitting verschijnt, of omdat de kans op een schikking daardoor wordt vergroot, of omdat onnodig appel daardoor kan worden voorkomen, iets dat bij uitstek ter beoordeling is van de behandelend rechter. In het artikel ‘Tegenlicht’ (NJB 2015/2005, afl. 40, p. 2800) werd reeds gesignaleerd dat door het ‘(…) zoveel als mogelijk in eenzelfde mal (…)’ persen van procedures de kwaliteit onder druk komt te staan. Onderstaande verklaring vraagt de aandacht van alle betrokken rechters en bestuurders voor het feit dat bij de invoering van KEI enerzijds druk wordt uitgeoefend om tot uniformering van maatstaven en processen te komen, terwijl anderzijds geen aandacht wordt besteed aan de vraag op welke wijze digitalisering de kwaliteit van de rechtspraak kan verhogen door het inbouwen van mogelijkheden voor snel en efficiënt maatwerk door de behandelend rechter.
De auteursrecht-claim van het Anne Frank Fonds is immoreel
Caspar van Woensel
De auteursrechtelijke aanspraken van het Anne Frank Fonds, in al hun spitsvondige veelzijdigheid, zijn immoreel. Voor de Zwitserse organisatie is er geen betere zet denkbaar dan publiekelijk afstand doen van ieder auteursrecht dat zij ten aanzien van het dagboek van Anne Frank nog denkt te hebben. Zo kunnen de gespannen relaties met uitgeverijen, wetenschappers, schrijvers en filmmakers in één klap worden verbeterd. Dat biedt ruime mogelijkheden voor een doorstart in het post-monopolie-tijdperk.
3 februari 2016