Artikelen van Jarik ten Cate

Tijdschrift
NJB 24 (2026)
Het belang van artikel 27 IVBPR in de Klimaatzaak Bonaire
Dit artikel onderzoekt de betekenis van artikel 27 IVBPR voor de Klimaatzaak Bonaire en voor toekomstige klimaatbesluitvorming binnen het Koninkrijk. Heeft de rechtbank niet te gemakkelijk aangenomen dat de bescherming van culturele rechten onder artikel 27 IVBPR, waarop een beroep werd gedaan, al door artikel 8 EVRM wordt bestreken? Artikel 27 heeft namelijk een eigen, autonome beschermingsomvang die niet uitsluitend wordt bepaald door individuele belangen. Het omvat ook een collectieve dimensie, aangezien de uitoefening van de in artikel 27 gewaarborgde rechten onlosmakelijk verbonden is met het behoud van de cultuur van de groep. Die benadering brengt verdergaande verplichtingen mee, waaronder het waarborgen van ‘effectieve participatie’ van vertegenwoordigers van betrokken gemeenschappen bij besluiten die hun cultuur, leefomgeving en toekomst raken. Effectieve participatie onder artikel 27 IVBPR geeft daarmee een juridische grondslag voor betekenisvoller participatie dan artikel 8 EVRM. Juist voor culturele minderheden, die de gevolgen van klimaatverandering ondervinden is een zelfstandige uitleg van artikel 27 IVBPR daarmee van belang.
Words matter
Taal is niet neutraal. De woorden die in wetgeving, rechtspraak en het publieke debat worden gebruikt om strafbare feiten te beschrijven, beïnvloeden hoe die feiten worden begrepen en gewaardeerd. Dat geldt in het bijzonder voor de term kinderpornografie. Hoewel deze aanduiding diep verankerd is in het Nederlandse juridische en maatschappelijke discours, staat zij internationaal steeds meer ter discussie. Organisaties, onderzoekers en wetgevers kiezen in toenemende mate voor alternatieven als materiaal van seksueel misbruik van kinderen, omdat de term pornografie associaties oproept met vrijwillige en consensuele seksuele handelingen tussen volwassenen. In deze bijdrage wordt betoogd dat het gebruik van de term kinderpornografie juridisch niet noodzakelijk, taalkundig niet correct en sociaalwetenschappelijk onwenselijk is.
Rechterlijke toetsing van algoritmische besluitvorming in het migratierecht
Binnen het migratierecht spelen algoritmes ter ondersteuning van besluitvorming een steeds grotere rol, in het bijzonder bij de beoordeling van asiel- en visumaanvragen. Hoewel algoritmes de belofte in zich dragen van efficiëntere en eerlijkere besluitvorming, brengen zij ook juridische risico’s met zich mee, waaronder schending van het beginsel van non-discriminatie, gebrekkige motivering van besluiten en aantasting van het recht op effectieve rechtsbescherming. In dat licht rijst de vraag welke eisen aan het gebruik van dergelijke systemen moeten worden gesteld en welke rol de bestuursrechter daarbij heeft te vervullen.