Artikelen van Eric Tjong Tjin Tai

TijdschriftNJB 25 (2018)
Waarin een klein land groot kan zijn
Ton Hartlief
In de nacht van 31 december 1991 op 1 januari 1992 kreeg Nederland een Nieuw BW. Het waren andere tijden. We waren regerend Europees kampioen voetbal. De sfeer was goed in die jaren negentig. We liepen voorop. Vooral in het Oosten was er belangstelling voor een hypermodern Wetboek als het onze. Nu is het WK aan onze neus voorbij gegaan en likt het Nederlandse volk zijn wonden. Maar wij juristen rechten de rug.


Lees het hele artikel in Navigator.

De betekenis van het Nieuw BW in de Nederlandse rechtsstaat
Ernst Hirsch Ballin
De hercodificatie van het burgerlijk recht was geen partijpolitiekomstreden project. Toch was het evenmin een technisch project. Anders dan bij de codificatie van 1838 zijn over het Nieuw BW om te beginnen met Meijers’ vraagpunten deskundigen en belanghebbenden gehoord en konden, als de onderwerpen zich daartoe leenden, maatschappelijke organisaties zich uitspreken. Met de hercodificatie van 1992 is de geest uit de fles: het nieuw Burgerlijk Wetboek is ‘gewoon’ een bijzonder deel van de wetgeving waarmee de Nederlandse samenleving democratisch zichzelf bestuurt. Het Burgerlijk Wetboek is geen neutrale techniek die in om het even welke samenleving past, maar werkt algemeen aanvaarde juridische beginselen en normen uit op een manier die aan de sociaal-economische behoeften van de tijd recht doet.


Lees het hele artikel in Navigator.

De lange adem van Boek 9
Antoon Quaedvlieg
Boek 9 BW bestaat niet: het is ‘gereserveerd’. Bestemd om het vermogensrecht voor intellectuele goederen te regelen, is de negende wagon van de BW-trein nog steeds leeg. De aanloop naar Boek 9 is inmiddels wel erg lang. Is het na 25 jaar nog wenselijk om op de rijdende trein van het BW te springen? Kan het, en moet het?


Lees het hele artikel in Navigator.

De personenvennootschap en de bijzondere gemeenschap
Wino van Veen
In deze beschouwing wordt ingegaan op de al lange tijd lopende discussie of bij een integrale regeling van de personenvennootschap in het nieuwe Burgerlijk Wetboek, rechtspersoonlijkheid het uitgangspunt zou moeten zijn. Het accent ligt hierbij op de keuzes die in toekomstige wetgeving gemaakt zullen moeten worden en de relevantie van Titel 3.7 NBW in dat verband.


Lees het hele artikel in Navigator.

Verder in dit nummer
Lodewijk Smeehuijzen, Albert Verheij en Eric Tjong Tjin Tai
De artikelen Vergt het wetsvoorstel afwikkeling massaschade een bijzondere wijze van schadeberekening? Nee en Een goederenrechtelijke benadering van databestanden.


Lees het eerste artikel in Navigator.

Lees het tweede artikel in Navigator.

27 juni 2018
TijdschriftNJB 3 (2017)
Smart contracts en het recht
Eric Tjong Tjin Tai
Smart contracts bieden de mogelijkheid om automatisch, zonder centrale autoriteit, complexe betalingstransacties uit te laten voeren. De gedachte is nu dat dit een bedreiging vormt voor de gehele praktijk van contractjuristen. Teneinde dit te onderzoeken wordt in dit artikel ingegaan op wat smart contracts zijn, uitgaande van de bitcoin en de blockchain. Aan de hand van de eerste ervaringen worden daarna diverse kanttekeningen geplaatst en toekomstmogelijkheden geschetst.


Lees het hele artikel in Navigator.

Digitaal huisrecht
Bert-Jaap Koops
Rechtsbescherming tegen de overheid vraagt om grenzen aan strafvorderlijk onderzoek. De huidige grenzen in het Wetboek van Strafvordering zijn ingegeven door een 20e-eeuwse, plaatsgebonden kijk op gegevensopslag, vanuit de gedachte dat privégegevens vooral binnenshuis worden bewaard. Nu gegevensopslag mobiel is geworden op laptops en smartphones, in de cloud is een nieuw concept van ruimtelijke privacy nodig: een digitaal huisrecht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Bijzondere toepassing van het jeugdstrafrecht
Veronica Smits
De problematiek van Licht Verstandelijke Beperktheid zou moeten leiden tot het toepassen van een ander strafregime dan datgene dat geldt voor normaal begaafde personen. Een verstandelijke beperking zal niet ‘genezen’ en verdient veel meer aandacht van de ketenpartners in het strafrecht. Gepleit wordt voor het onderkennen van aan deze problematiek inherent gedrag. Vervolgens zou bij de keuze van het toepasselijke strafrechtstelsel niet de kalenderleeftijd het criterium moeten zijn, maar zou de mogelijkheid moeten worden gecreëerd om de sancties en voorwaarden meer af te stemmen op de mentale vermogens van de verdachte.


Lees het hele artikel in Navigator.

Reactie op Bedreiging van de rechtsstaat in Polen
Anna Kawalowska
The Embassy of the Republic of Poland feels obliged to react to the character of the article by Ab Govers ‘Bedreiging van de rechtstaat in Polen’ published in NJB on 18 november 2016. It is our conviction that articles published in a respected magazine for highly educated professionals should be kept on a certain level of impartiality and professionalism. To our great concern we have noticed that none of these two attributes can be applied to the abovementioned article.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Ab Govers
Het PiS misbruikt het recht voor het vestigen van een dictatuur. Daarbij worden bepaalde trucages toegepast. De in verband daarmee door mij gegeven kwalificaties handhaaf ik.


Lees het hele artikel in Navigator.

18 januari 2017
TijdschriftNJB 44 (2016)
Bezwaarbehandeling door de overheid anno 2016
Marc Wever
De Awb-wetgever heeft de bezwaarprocedure bedoeld als informele en oplossingsgerichte geschilbeslechtingsprocedure. Ook volgens de best practices die zijn geformuleerd in de door het Ministerie van BZK uitgegeven handleiding Professioneel behandelen van bezwaren moet de bezwaarbehandeling primair gericht zijn op het naar tevredenheid van de bezwaarmaker oplossen van het geschil. In het verleden bleek de wijze waarop bestuursorganen bezwaren behandelden zelden overeen te komen met dit ideaal. In hoeverre was dit anno 2016 wel het geval?


Lees het hele artikel in Navigator.

De taal van procederende advocaten
Maarten Feteris
Dit artikel, dat een bewerking is van een lezing gehouden op het Jonge Balie Congres, richt zich tot de (jonge) advocatuur en geeft vanuit het oogpunt van de rechter een aantal gedachten en tips mee die kunnen helpen bij het overtuigen van een rechter. Daarbij wordt ingegaan op het gebruik van plechtige of ingewikkelde taal, de lengte van pleidooien en het kleineren van de tegenstander.


Lees het hele artikel in Navigator.

Hof van Justitie neemt motiveringsplicht aan bij het niet-stellen van prejudiciële vragen
Martijn Snoep en Laura Di Bella
De Europese rechtspraak over de betekenis en reikwijdte van de prejudiciële verwijzingsplicht is in ontwikkeling. In het arrest Association France Nature Environnement heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor het eerst uitgesproken dat een hoogste rechter onder omstandigheden bij niet-prejudicieel verwijzen uitvoerig dient te motiveren waarom redelijkerwijs geen twijfel bestaat over de juiste toepassing van het Unierecht. Auteurs betogen dat de in dit arrest geformuleerde motiveringsplicht een bredere betekenis heeft, omdat uit de overwegingen van het Hof kan worden afgeleid dat een plicht bestaat om bij beslissingen over fundamentele regels van Unierecht uitvoerig te motiveren waarom geen twijfel bestaat over de juiste uitleg daarvan.


Lees het hele artikel in Navigator.

De zaak Anneke Beekman
Dolph Boddaert
Het Joodse meisje Anneke Beekman werd in de oorlog wees en daardoor bleven na afloop van de oorlog de katholieke zusters waar zij door haar ouders op tijd was ondergebracht als pleegouders voor haar zorgen. De Commissie voor Oorlogspleegkinderen was van mening dat het Joodse meisje in een Joods gezin moest worden opgevoed en voerde een jarenlange strijd met de zusters om de voogdij van Anneke. De hogere rechters gaven de Commissie gelijk. Hoe zouden de uitspraken van het gerechtshof in 1948 en die van de Hoge Raad in 1949 in deze zaak bezien moeten worden in het licht van het (pas later in werking getreden) Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?


Lees het hele artikel in Navigator.

Is een dagvaarding een procesinleiding?
Eric Tjong Tjin Tai
Per 9 juli 2016 is de nieuwe KEI-wetgeving vastgesteld, bestaande uit een pakket van vier wetten. De inwerkingtreding is tot op heden niet officieel aangekondigd.3 Wel is informeel al aangegeven dat de eerste zaken per 1 februari 2017 onder KEI-Rv zouden vallen, terwijl er een langdurige overgangsfase is die minstens tot 2019 zal lopen.4 Zolang duurt het dus voordat alle zaken onder KEI-Rv zullen vallen. In de tussenliggende periode moet voor een deel van de procedures en/of gerechten volgens KEI-Rv worden geprocedeerd, terwijl voor het resterende deel de regels van het huidig Rv nog moeten worden gevolgd. Dit leidt tot de curieuze, en vanuit wetstechnisch oogpunt tamelijk twijfelachtige situatie dat er twee geldende wetteksten voor het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn.


Lees het hele artikel in Navigator.

14 december 2016
Blog
Is een dagvaarding een procesinleiding? Het dubbele Rv in de overgangsfase van KEI
De langdurige overgangsfase naar KEI-Rv leidt tot de curieuze, en vanuit wetstechnisch oogpunt tamelijk twijfelachtige situatie dat er twee geldende wetteksten voor het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn
13 december 2016 Artikel Eric Tjong Tjin Tai
TijdschriftNJB 35 (2016)
Kroniek van het vermogensrecht
Eric Tjong Tjin Tai
De Hoge Raad heeft het afgelopen jaar relatief weinig arresten op het gebied van het vermogensrecht gewezen; veel zaken betroffen vooral het procesrecht. In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken aangestipt, geordend in de hoofdcategorieën algemeen vermogensrecht, overeenkomstenrecht, schadevergoeding en aansprakelijkheid, goederenrecht en een aparte paragraaf voor piramides en verjaring. Ook wordt daarbij telkens de nieuw verschenen literatuur vermeld. Over het geheel genomen was het business as usual, rechtsvorming op kleine schaal en stapsgewijze wetenschappelijke vooruitgang.


Lees het hele artikel in Navigator.

Kroniek van het straf(proces)recht
Joost Nan
Hardheid en zuinigheid lijken nog steeds de leidende beginselen die het handelen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bepalen. Van het eerste zien we voorbeelden in het uitvoering geven aan Straatsburgse jurisprudentie over bijvoorbeeld de levenslange gevangenisstraf. Van het tweede in de uitvoering van het recht op rechtsbijstand, maar ook in de operatie om tot een nieuw Wetboek van Strafvordering te komen waarbij het Leitmotiv efficiency lijkt te zijn. De Hoge Raad geeft weliswaar nuttige overzichtsarresten maar meer oog voor fouten van de feitenrechter zou niet misstaan.


Lees het hele artikel in Navigator.

Kroniek van het algemeen bestuursrecht
Arnoud Boorsma, Jannetje Bootsma en Arno Geleijnse
Het Wetsvoorstel open overheid is door de Tweede Kamer aangenomen, het Wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak ligt ter behandeling in de Tweede Kamer en digitaal procederen (KEI) gaat echt van start. De rechtsstaat moet geen sluitpost zijn van besluitvorming is de kop die de Raad van State meegeeft aan het persbericht bij het jaarverslag 2015. De indringendheid van de toetsing door de rechter krijgt in het jaarverslag en in concrete uitspraken de aandacht. De zomer werd afgesloten met het rapport van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht, over rechtseenheid tussen de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er zijn dus genoeg ontwikkelingen om in deze kroniek op een rij te zetten. De auteurs voegen daar een overzicht van jurisprudentie en publicaties over de kernbegrippen van de Awb en op het gebied van toezicht en handhaving van deze kroniekperiode aan toe.


Lees het hele artikel in Navigator.

Kroniek van het burgerlijk procesrecht
Marc Ynzonides en Margriet de Boer
Het burgerlijk procesrecht was het afgelopen jaar weer een relatief rustig bezit. Desondanks heeft de Hoge Raad zich over talloze kwesties mogen uitlaten. De belangrijkste daarvan worden in deze kroniek aangestipt, zodat de lezer na lezing weer grotendeels bij is. Dit zou overigens wel eens het laatste jaar van relatieve rust kunnen zijn. Vanaf 1 februari 2017 begint de geleidelijke invoering van de wetgeving rond KEI. Aangenomen mag worden dat die nieuwe wetgeving vanaf dag één tot tal van vragen en discussiepunten gaat leiden. De rechterlijke macht en de advocatuur mogen wat dat betreft dus de borst nat maken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Verder: de kronieken Nederlands en Europees constitutioneel recht, personen- en familierecht, belastingrecht, migratierecht, Sociaal Recht, Internationaal Publiekrecht, omgevingsrecht en technologie en recht
Geerten Boogaard, Michiel van Emmerik, Jerfi Uzman, Wim Voermans, Caroline Forder, Rens Pieterse, Hemme Battjes, Pieter Boeles, Evelien Brouwer, Galina Cornelisse, Marcelle Reneman, Lieneke Slingenberg, Thomas Spijkerboer, Martijn Stronks, Barend Barentsen, Stefan Sagel, Niels Blokker, Nico Schrijver, Berthy van den Broek, Frank Groothuijse, Ben Schueler, Remy Chavannes, Dorien Verhulst en Anke Strijbos
Aan de nummer schreven ook mee: Marcelle Reneman, Lieneke Slingenberg, Thomas Spijkerboer, Martijn Stronks, Barend Barentsen, Stefan Sagel, Niels Blokker, Nico Schrijver, Berthy van den Broek, Frank Groothuijse, Ben Schueler, Remy Chavannes, Dorien Verhuls en Anke Strijbos.


Bekijk dit nummer in Navigator.

12 oktober 2016
TijdschriftNJB 31 (2016)
De rechtspraak en de islamitische hoofddoek
Sietske Dijkstra
De combinatie hoofddoek en rechtspraak heeft al heel wat pennen in beweging gebracht. In deze bijdrage wordt het onderwerp op een andere manier belicht dan tot dusver is gebeurd. Na een korte beschrijving van de geschiedenis volgt een analyse van de toepasselijke wetgeving en oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling en het College voor de Rechten van de Mens dienaangaande, en wordt aandacht geschonken aan de verschillende standpunten die over de hoofddoek en de rechtspraak zijn ingenomen. Vervolgens wordt met behulp van in de ethiek gewortelde beelden van de rechter geprobeerd om de gedachten rondom hoofddoek en rechter (op een andere wijze) te ordenen. De bijdrage wordt afgesloten met een korte conclusie en een opmerking over diversiteit binnen de rechterlijke macht.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Schadebegroting, verlies van een kans en proportionele aansprakelijkheid
Eric Tjong Tjin Tai
In dit artikel wordt uiteengezet op welke wijze causaliteit en schade verweven zijn, waarna op die basis wordt aangegeven waarin verlies van een kans verschilt van proportionele aansprakelijkheid. Ten eerste wordt daartoe de relatie tussen schade en het vereiste van werkelijk condicio-sine-qua-non-verband besproken. Vervolgens wordt ingegaan op schadebegroting en de rol van hypothetische causaliteit. Daarna wordt de schadebegroting besproken aan de hand van scenario’s, en de leer van verlies van een kans. Tot slot wordt het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid behandeld, in discussie met andere standpunten.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Het advocatuurlijke verschoningsrecht
Jacques Sluysmans en Regien de Graaff
Het verschoningsrecht is een groot goed. Het is niet een sta-in-de-weg voor opsporings- of onderzoeksautoriteiten, geen handigheidje waarmee een advocaat en zijn cliënt zaken verborgen kunnen houden die het daglicht niet kunnen verdragen. Het is wel een hoeksteen van de moderne rechtsstaat die voortkomt uit het basale recht dat een burger in een beschaafde samenleving toekomt om zich in alle vrijheid en onbekommerd tot een advocaat te kunnen wenden voor advies en bijstand. Natuurlijk is niet in alle gevallen op voorhand duidelijk of terecht een beroep wordt gedaan op het verschoningsrecht, maar dat oordeel is in een rechtsstaat aan de rechter. Het is te betwijfelen of bestaande onduidelijkheden over de reikwijdte van het verschoningsrecht door codificatie kunnen worden opgelost.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Niet echt deelnemen, en al helemaal niet winnen
Stefaan Van Den Bogaert
Met een kort persbericht op dinsdag 9 augustus sloeg het NOC-NSF sportminnend Nederland met verstomming. Yuri van Gelder werd uitgesloten van verdere deelname aan de Olympische Spelen. Hij had ‘de normen en waarden binnen Team NL en de KNGU (de Nederlandse gymnastiekfederatie) op grove wijze overschreden’. De turner werd ook per direct naar huis gestuurd. Nauwelijks terug aangekomen op Nederlandse bodem besloot hij juridische stappen te ondernemen in een ultieme poging alsnog aan de toestelfinale aan de ringen te kunnen deelnemen. Juridisch getouwtrek diende zich aan. Uiteindelijk trok de kortgedingrechter in Arnhem een streep door de Olympische ambities van de gymnast. De motivatie van het vonnis overtuigt evenwel niet.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Het NJB doet zijn best, maar…
Adriana van Dooijeweert
... wat jammer nou, die poging van de redactie om daar uit een oogpunt van diversiteit politiek correcte illustraties bij te zetten!


Lees het hele artikel in Navigator.

14 september 2016
TijdschriftNJB 10 (2016)
Aansprakelijkheid, zelfrijdende auto’s en andere zelfbesturende objecten
Eric Tjong Tjin Tai en Sanne Boesten
In dit artikel wordt de aansprakelijkheidsvraag bij zelfrijdende auto’s benaderd vanuit de positie van het slachtoffer, degene die wordt aangereden door een zelfrijdende auto. De verschillende aansprakelijkheidsgrondslagen die het slachtoffer ten dienste staan, zullen worden besproken. Zo wordt ingegaan op artikel 185 WVW, op aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, productaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken. De laatste blijkt een sleutelrol te spelen, met als bepalende factor de wijze waarop artikel 6:173 BW wordt geïnterpreteerd: geldt daar een strenge norm die aansluit bij de maat-bestuurder voor gewone auto’s, of geldt daar een beperkte norm die aansluit bij de (beperkte) stand der techniek?
‘You need someone whose hands are dirty to find dirt’
Evelien de Vries
Strafbare klokkenluiders moeten niet bij voorbaat worden uitgesloten van een geldelijke beloning. De Amerikaanse praktijk wijst uit dat juist insiders over belangrijke informatie beschikken.
De regulering van het vuurwapenbezit in de Verenigde Staten
Rob van der Hulle
Na de zoveelste schietpartij met dodelijke slachtoffers is de roep om strengere regulering van vuurwapenbezit in de Verenigde Staten groter dan ooit. Federale wetgeving die daarin voorziet, is tot op heden uitgebleven. Begin januari kondigde President Obama maatregelen aan die de aanschaf van vuurwapens strenger reguleren. In sommige staten zijn vergelijkbare maatregelen van kracht. Op 7 december 2015 heeft het Supreme Court geweigerd een tegen een van deze maatregelen ingesteld beroep in behandeling te nemen. Deze beslissing kan worden gezien als een belangrijk signaal dat de mogelijkheden tot regulering van het vuurwapenbezit in de Verenigde Staten groter zijn dan vaak wordt gesuggereerd.
Reactie op vuilnis in het vermogensrecht
Reinout Wibier
In het NJB van 5 februari 20162 schrijft Jelle Jansen onder de opvallend goed gekozen titel ‘Vuilnis in het vermogensrecht’ een tot nadenken stemmende bijdrage over de vraag naar de eigendom van vuilnis. In deze bijdrage geef ik aan waarom ik zijn analyse niet deel.
Vuilnis in het vermogensrecht (II)
Jelle Jansen
Anders dan Wibier stelt, trek ik geen parallel tussen de muntenworp in de Oudheid en het hedendaagse buitenzetten van vuilnis. De opvatting waarin het buitenzetten van vuilnis een aanbod is tot overdracht aan een onbekende noem ik onwerkelijk. Evenmin acht ik zoals Wibier suggereert het oordeel van de rechtbank inzake de met geld gevulde enveloppen onjuist.
9 maart 2016
TijdschriftNJB 16 (2015)
Stresstest rechtsstaat Nederland
Alex Brenninkmeijer
In hoeverre voldoet de Nederlandse rechtsorde aan de vereisten van de rechtsstaat? Om een helder beeld te krijgen van de relevante kwesties voor de uitvoering van een stresstest rechtsstaat wordt de rechtsstaat als systeem benaderd. Langs de lijnen van de trias politica wordt verkend welke rechtsstatelijke gebreken in Nederland onderkend kunnen worden in wetgeving, bestuur en rechtspraak, die niet binnen de normale waarborgen van onze rechtsorde gecorrigeerd worden. Doel is om een overzichtsbeeld te schetsen van de staat van onze rechtsstaat en daarmee de vraag te beantwoorden of ons rechtsstatelijke systeem in een situatie van stress het af kan laten weten. De conclusie blijkt gerechtvaardigd dat op al deze drie domeinen, maar in het bijzonder bij de wetgeving, de systeemwaarborgen in de Nederlandse democratische rechtsstaat tekort schieten. Bij het functioneren van onze rechtsstaat is sprake van een systeemfalen.
De staat van veiligheid en rechtvaardigheid
Krijn van Beek en Max Kommer
In dit artikel wordt een verzameling van zestien meetbare indicatoren gepresenteerd die naar de mening van de auteurs gezamenlijk zichtbaar maken hoe de rechtsstaat er voor staat. Zij kiezen hierbij voor een manier van kijken naar de rechtsstaat waarin de maatschappelijke opbrengst centraal staat. Dit is in de Nederlandse (rechts)wetenschap niet gebruikelijk, maar in de internationale literatuur wel. Geïnspireerd door de missie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie wordt de vraag gesteld: ‘Hoe veilig en rechtvaardig is Nederland eigenlijk en hoe ontwikkelt zich dat?’. De auteurs pretenderen overigens niet met deze zestien indicatoren het definitieve antwoord te geven, maar denken wel de basis te leggen voor een discours over de rechtsstaat dat in Nederland te weinig gevoerd wordt. Op de lezers wordt een beroep gedaan om vanuit hun deskundigheid deze aanzet verder te helpen ontwikkelen en te gaan gebruiken.
Zorgplichten tegen cybercrime
Eric Tjong Tjin Tai en Bert-Jaap Koops
Op 16 en 17 april 2015 vond de Global Conference on Cyber Space 2015 in Den Haag plaats. De bestrijding van cybercrime stond daarbij hoog op de agenda. Cybercrime is wereldwijd een van de grote uitdagingen van het internet, en een terrein waarop Nederland vaak een voortrekkersrol speelt. Meestal richt de aandacht zich op daders en slachtoffers, maar bij een integrale aanpak van cybercrime moeten ook derde partijen worden betrokken, zoals internetaanbieders en softwareontwikkelaars. Kunnen deze derden ook juridisch worden aangesproken als zij hun rol bij de bestrijding van cybercrime verwaarlozen?
23 april 2015
TijdschriftNJB 5 (2015)
Bewijsrechtelijke grenzen voor rapporten van de Onderzoeksraad voor veiligheid
Tijs Kooijmans, Eric Tjong Tjin Tai en Boudewijn de Waard
Als er een ramp plaatsvindt, wil iedereen die zich er bij betrokken voelt antwoord op de vraag hoe dat heeft kunnen gebeuren. Maar niet iedereen die dat wil weten heeft dezelfde motieven. Wil men een schuldige kunnen aanwijzen, of wil men voorkomen dat een dergelijke ramp zich zal herhalen? Wat de Onderzoeksraad voor veiligheid betreft is de opdracht duidelijk: de blik van de Onderzoeksraad is op de toekomst gericht. In een gerechtelijke procedure mogen (onder meer) ‘verklaringen van personen, afgelegd in het kader van het onderzoek van de raad’ dan ook niet als bewijs worden gebruikt. Het zou namelijk onwenselijk zijn als betrokkenen bevreesd zouden zijn openheid van zaken te geven uit vrees voor aansprakelijkstelling of vervolging. De betekenis van dit in artikel 69 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid neergelegde verbod blijkt, niettegenstaande de heldere ratio ervan, tamelijk gecompliceerd te zijn.
Vrijheid van expressie na Charlie
Paul Cliteur
De wereld verkeert in een fase waarin de mogelijkheid van religiekritiek een onontbeerlijke voorwaarde is om deze wereld in gunstige zin te beïnvloeden. Want als religieus fundamentalisten erin slagen kritiek te smoren dan is elke hoop op een vreedzame wereld, en het behoud van de beginselen van een democratische rechtsstaat, vervlogen. Er staat dus veel op het spel.
Wat (her)zien ik?
Rob van der Hoeven en Bert Fibbe
De herijking van het Wetboek van Strafvordering moet leiden tot een ‘toekomstbestendig’ wetboek. Niet duidelijk is waarom het wettelijk systeem als geheel op de schop zou moeten worden genomen. De plannen tot herziening van het Wetboek van Strafvordering worden op geen enkele wijze begeleid door investeringen in de praktische kwaliteit van het gerechtelijk apparaat. De problemen waarmee dat apparaat kampt en de oorzaken daarvan, worden niet onder ogen gezien. Het nieuwe wetboek moet niet alleen worden getoetst aan de huidige mogelijkheden. Ook en vooral moet worden onderzocht hoe de toekomstige werkelijkheid is waarin het wetboek zal functioneren.
Reactie op reactie
Jan Leliveld
Tijdens de Kerstdagen las ik de reactie van Wilma Groos op een eerdere bijdrage van Dian Brouwer. Groos geeft gemakshalve de hele advocatuur een veeg uit de pan door aan te geven dat het wel heel erg laat in de pen is geklommen ter zake de modernisering van het Wetboek van Strafvordering en dat de balie ‘tot op heden’ geen gehoor heeft gegeven aan de uitnodiging te dien aanzien een visie te geven en met een tegengeluid te komen.
5 februari 2015
TijdschriftNJB 22 (2014)
Naar een integrale Crisisbeheersingswet?
Jan Brouwer en Jon Schilder
Sinds 2007 wordt in Nederland jaarlijks aan de hand van de factoren waarschijnlijkheid en ernst een risicotaxatie gemaakt van de rampen die onze nationale veiligheid bedreigen. Een risicoanalyse heeft echter slechts zin als daar ook iets mee gedaan wordt. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen vier fasen: preventie, preparatie, respons en nazorg. De wetgever dient al deze processen te faciliteren. En juist hieraan schort het, volgens Muller. Verantwoordelijk hiervoor is de duizelingwekkende hoeveelheid regelingen. Wat Muller voor ogen staat, is te onderzoeken of het ‘wenselijk, effectief, noodzakelijk en juridisch haalbaar’ is om de afzonderlijke regelingen op dit terrein bij elkaar te brengen in een integrale Crisisbeheersingswet. Zo’n Lex Muller verdient zeker nadere overdenking. Maar wetgevingsjuristen wacht een lastige klus als het aankomt op de vormgeving ervan.
Privaatrecht in nood
Eric Tjong Tjin Tai
Het preadvies van Hartlief ‘Privaatrecht in nood’ is een rijk preadvies dat tal van maatschappelijk en juridisch gevoelige punten aan de orde stelt, over een onderwerp waar nagenoeg iedere civilist van naam zich wel een keer direct of indirect over heeft uitgelaten. In de fase voorafgaand aan de ramp ziet het preadvies nauwelijks een rol voor het privaatrecht nu rampen in essentie grotendeels onverwacht zijn waardoor de gewone regels van het aansprakelijkheidsrecht daar lastig vat op krijgen. In de ‘acute rampfase’ lijkt er nog enig braakliggend terrein te zijn vanwege de specifieke privaatrechtelijke instrumenten voor ingrijpen. In de fase achteraf leidt het gewone aansprakelijkheidsrecht tot betrekkelijk geringe ruimte voor compensatie. Maar gewone regels zijn niet noodzakelijk passend voor ongewone situaties. Het is dan niet onlogisch dat eventuele compensatie moet komen uit bijzondere regelgeving. Kortom, een nuchter en daarmee ontnuchterend preadvies. Bij een onderwerp waarbij de emoties snel kunnen oplopen een grote verdienste.
Wat het strafrecht in crises vermag
Taru Spronken
Keulen heeft in een doorwrocht preadvies de problematiek rondom het bestrijden en voorkomen van crises door middel van het strafrecht helder in kaart gebracht. Het preadvies ademt een optimistisch geloof in de effectiviteit van het strafrecht als het gaat om misdaad- en crisisbestrijding. Stevige standpunten worden niet geschuwd waar het gaat om verruiming van strafbaarstellingen en uitbreiding van bevoegdheden. Dat daarbij in de kern intenties strafbaar worden, ziet Keulen niet als een probleem. De kritiek die geleverd is op de alsmaar uitdijende strafbaarstellingen die gepaard gaan met ingrijpende onderzoeksbevoegdheden wordt van de hand geschoven, onder andere door op te merken dat deze argumenten in het parlement weinig gehoor hebben gevonden. Maar is het niet juist een hedendaags probleem, dat in het parlement zogenaamde fact free politics wordt bedreven, ingegeven door veiligheidsclaims die in de samenleving worden geuit? Of het strafrecht daardoor beter wordt toegesneden op strafbare gedragingen die crises tot gevolg kunnen hebben en of we met dergelijke strafbaarstellingen een volgende crisis voor zouden kunnen zijn, zoals Keulen schrijft is een hoopvolle veronderstelling die nauwelijks op enig empirisch bewijs kan bogen. Wordt hiermee de burger niet een schijnveiligheid geboden? Deze stellingname zal hopelijk aanleiding geven tot een fundamenteel debat op de jaarvergadering over de vraag in welke richting het strafrecht zich zou moeten ontwikkelen.
Constitutionele nood(zaak): noodrecht nader bezien
Tom Barkhuysen en Michiel van Emmerik
Kummeling levert veel voer voor nadere discussie over de toekomstige inrichting van ons (constitutionele) noodrecht. In deze bespreking van zijn preadvies wordt ingezoomd op zijn analyse van de tekortkomingen van het huidige staatsnoodrecht en de door hem voorgestelde oplossing: een wijziging van artikel 103 Grondwet. Zal dit soelaas bieden voor de gesignaleerde problemen? Het huidige artikel werpt volgens Kummeling ongewenste ‘juridische en psychologische’ drempels op voor de toepassing van formeel noodrecht terwijl dat meer waarborgen zou bieden dan het sluipende noodrecht dat nu vaak wordt gebruikt. In de onderbouwing van deze stelling leunt Kummeling sterk op de vergelijking van waarborgen in de situatie waarin formeel noodrecht wordt ingezet en de situatie waarin ingrijpende bevoegdheden in reguliere wetgeving terecht komen. Daarmee raakt de vraag die daaraan voorafgaat, of er überhaupt ingrijpende overheidsbevoegdheden dienen te kunnen worden ingezet, echter wel enigszins buiten beeld. Een ander bezwaar is dat aanpassing van de Grondwet in Nederland zeer moeilijk en tijdrovend is. Ligt het niet meer voor de hand te beginnen met aanpassing van de bijzondere noodwetten?
5 juni 2014