Artikelen van Charlotte de Kluiver
blog
AI en rechtspraak
AI kan de rechtspleging weliswaar ondersteunen, maar niet kan vervangen. Omdat juridische oordeelsvorming meer omvat dan het herkennen van patronen.


Tijdschrift
NJB 21 (2026)
AI en rechtspraak
Dit artikel verkent de betekenis van AI voor de civiele rechtspraak vanuit een procesrechtelijk en een rechtsfilosofisch perspectief. Aan de orde komt de vraag wat AI kan betekenen voor procespartijen en wat daarbij de risico’s vormen. Aansluitend wordt ingegaan op AI-gebruik door de rechter en hoe zich dit verhoudt tot de partijautonomie en het recht op hoor en wederhoor. Daarbij wordt een blik geworpen op het onlangs in gebruik genomen RechtspraakGPT. Vervolgens komt aan de orde wat er principieel op het spel staat wanneer AI richting geeft aan de manier waarop een zaak wordt begrepen en beslist. Zo zou rechterlijke oordeelsvorming in lijn met Hannah Arendts gedachtengoed geworteld moeten zijn in een gedeelde menselijke wereld, waarin betekenis ontstaat door het inbrengen en wegen van verschillende perspectieven. En de deliberatieve theorie van Jürgen Habermas maakt duidelijk dat de legitimiteit van rechterlijke beslissingen niet alleen ligt in de uitkomst, maar in het proces van open en toetsbare communicatie waaraan partijen kunnen deelnemen. Ten slotte maakt Ronald Dworkin inzichtelijk dat rechterlijke oordeelsvorming een interpretatieve praktijk is, waarin de rechter het recht niet slechts toepast, maar mede vormgeeft in het licht van onderliggende principes en rechtvaardigheidsoverwegingen. Conclusie is dan ook dat AI de rechtspleging weliswaar kan ondersteunen, maar niet kan vervangen. Omdat juridische oordeelsvorming meer omvat dan het herkennen van patronen.
Procesafspraken in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Procesafspraken zijn in korte tijd uitgegroeid tot een structureel onderdeel van het Nederlandse strafrecht. Met de indiening van de Eerste aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden procesafspraken wettelijk verankerd. Toch roept deze praktijk, waarin verdedigingsrechten worden ingeruild voor procesvoordelen, fundamentele vragen op over het legaliteitsbeginsel en de waarborgen van het EVRM. Deze bijdrage onderzoekt in hoeverre het wetsvoorstel de bestaande praktijk bevestigt of wijzigt, en of de gekozen regeling een evenwicht biedt tussen efficiëntie en rechtsbescherming.
Het verschoningsrecht geofferd aan opsporingsbelangen en pragmatisme
Het consultatievoorstel voor de tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering zet het verschoningsrecht onder druk. In plaats van de huidige rol van de rechter-commissaris wordt voorgesteld om de selectie en filtering van vertrouwelijke communicatie over te dragen aan opsporingsdiensten. Het tast de kern van het verschoningsrecht aan en ondermijnt het vertrouwen dat essentieel is voor de relatie tussen advocaat en cliënt.
Het tuchtrecht tussen vorm en functie
Het medisch tuchtrecht staat onder druk. Waar het systeem ooit bedoeld was om kwaliteit te bewaken en van fouten te leren, lijkt het in de praktijk steeds vaker het tegenovergestelde te bereiken. Het tuchtrecht zit in een spanningsveld tussen straffen, leren en beschermen. De oplossing ligt niet in kleine aanpassingen, maar in een fundamentele herziening: een verschuiving van schuld en verwijt naar herstel, kwaliteit en vertrouwen.

Tijdschrift
NJB 40 (2022)
Fertiliteitsfraude in de Nederlandse rechtsorde
Door moderne DNA-technieken en DNA-databases waarin op zoek kan worden gegaan naar verwanten, is aan het licht gekomen dat er Nederlandse gynaecologen zijn die patiëntes met hun eigen zaad hebben geïnsemineerd. Als een dergelijke fertiliteitsfraude aan het licht komt is dat steevast groot nieuws. Maar wat zijn de juridische mogelijkheden van moeders die erachter komen dat hun kind met sperma van de gynaecoloog is verwekt? Civielrechtelijk zou een nieuw type vordering, die van de wrongful fertilisation, uitkomst kunnen bieden, al steekt de verjaringstermijn daar vaak een stokje voor. Omdat een arts bij fertiliteitsfraude opzettelijk handelt en opzettelijk zijn handelingen verhult, kan men de vraag stellen of het strafrecht niet het aangewezen rechtsgebied zou zijn om fertiliteitsfraude aan te pakken. Maar het huidige strafrechtelijke kader biedt nauwelijks soelaas voor de slachtoffers van fertiliteitsfraude. De wetgever is aan zet.
Is de strafbaarstelling van het in het openbaar zoeken naar een draagmoeder of jezelf daartoe aanbieden in strijd met artikel 8 EVRM?
Voor één op de zes mensen is zwangerschap niet vanzelfsprekend.2 Wanneer medische hulp geen soelaas biedt, kan draagmoederschap uitkomst bieden. Een vrouw stelt dan haar lichaam ter beschikking om hierin een zwangerschap te voldragen om daarna het gezag over het geboren kind over te dragen aan de wensouders. Dit klinkt eenvoudig, maar is het in de praktijk niet. Zo is de eerste stap, het in het openbaar zoeken naar een draagmoeder, ingewikkeld door de strafbaarstelling hiervan. In deze bijdrage staat de vraag centraal of deze dertig jaar oude wet inmiddels in strijd is met artikel 8 EVRM. Aanleiding is een reeks jurisprudentie van het EHRM en nieuwe inzichten vanuit de psychologie en pedagogie. De uitkomst is van belang voor het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming, dat binnenkort wordt toegezonden aan de Tweede Kamer.
Damnatio memoriae in Den Haag?
De slavernij en de banden die vele vooraanstaande leden van ons voorgeslacht ermee hadden staan steeds meer in het middelpunt van de belangstelling. Na excuses van onder andere steden en financiële instellingen voor de betrokkenheid van hun voorgangers bij de slavernij staan excuses namens de Staat op de rol. Ondertussen worden voormalige helden van hun voetstuk getrokken. Hoe zit het eigenlijk met de heren wiens beeltenissen voor de Hoge Raad zetelen? En die er niet staan.
Een sneller verbod van politieke partijen: overbodig en onwenselijk
Het voorstel van Kamerleden Paternotte en Sneller om politieke partijen sneller te verbieden is overbodig en onwenselijk. Overbodig, omdat politieke partijen al verboden kunnen worden op grond van het oude artikel 2:20 BW en de Wet politiek partijen daarvoor een regeling zal gaan bevatten. Onwenselijk, omdat het voorstel de bijzondere positie van politieke partijen miskent.
Tragisch maar helder: Wvggz is geen basis voor de bescherming van toekomstige generaties
Hendriks, Sombroek & De Vries roepen de Hoge Raad op om verplichte anticonceptie (VAC) op grond van de Wet verplichte GGZ (Wvggz) toe te staan en het advies van de A-G Lückers te verwerpen. Hun standpunt is mijns inziens niet houdbaar.