Prof. mr. B.J. van Ettekoven is staatsraad sinds 2014 en voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 2017. Daarnaast is hij (onbezoldigd) hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Artikelen van Bart Jan van Ettekoven

Tijdschrift NJB 7 (2024)
Procedeergedrag van de overheid in procedures bij de bestuursrechter
Bert Marseille en Marc Wever
Het procedeergedrag van de overheid ligt sinds enige tijd onder het vergrootglas. Zoekt de overheid niet te vaak en zonder goede reden de strijd met de burger in procedures bij de rechter? Wie de beschikbare cijfers op een rij zet, ziet dat de overheid in procedures bij de bestuursrechter relatief terughoudend gebruik maakt van de mogelijkheid van hoger beroep – maar ook dat er weinig lijn lijkt te zitten in de bepalende overwegingen van bestuursorganen om wel of geen hoger beroep in te stellen. Dat leidt tot suggesties voor een (nog) meer terughoudend, maar vooral meer doordacht gebruik van het rechtsmiddel van hoger beroep door de overheid.

[verder lezen in InView]

De ‘Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm’
Bart Jan van Ettekoven
Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures over de WOZ en de Wet BPM is dermate toegenomen dat de Belastingdienst en de belastingrechtspraak daaronder gebukt gaan. Daarnaast worden inmiddels jaarlijks tientallen miljoenen uitbetaald aan procesgemachtigden voor trage en ondermaatse procedures. Voor het Ministerie van Financiën reden om in te grijpen met de ‘Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm’, die inmiddels per 1 januari 2024 in werking is getreden. In deze bijdrage wordt kort uiteengezet waarom deze wet er is gekomen en wat de wet inhoudt. Afgesloten wordt met enkele kritische kanttekeningen.

[verder lezen in InView]

Bescherming van persoonsgegevens
Peter Hustinx
Dit artikel schetst de historische ontwikkeling van het recht op gegevensbescherming, met bijzondere aandacht voor de betekenis van artikel 8 EU Handvest. Over het karakter en de inhoud van die bepaling bestaat nog veel verwarring, die ook in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie doorklinkt. Het onderscheid met artikel 7 EU Handvest over het recht op privacy krijgt in dit verband vaak te weinig aandacht.

[verder lezen in InView]

Reactie op ‘Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig’
Aernout Schmidt
In het artikel ‘Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig’ (NJB 2023/2635, afl. 36) van prof. mr. D.J.G. Visser wordt de stelling verdedigd dat opzettelijke en herkenbare nabootsing van de persoonlijke stijl van een nog levende kunstenaar met behulp van kunstmatige intelligentie onrechtmatig is. Die stelling aanvaard ik.

[verder lezen in InView]

Naschrift
Dirk Visser
Aernout Schmidt aanvaardt mijn stelling dat opzettelijke en herkenbare nabootsing van de persoonlijke stijl van een nog levende kunstenaar met behulp van kunstmatige intelligentie onrechtmatig is. Maar hij zet vraagtekens bij een daaruit voortvloeiend verplichting voor aanbieders van generatieve AI om verzoeken om dergelijke voortbrengselen te weigeren.

[verder lezen in InView]

14 februari 2024
Tijdschrift NJB 36 (2023)
De EU AI Act: de toekomst is (bijna) hier
Robbert Santifort, Ilham Ezzamouri en Günes van Dijk
Met de groeiende invloed van artificiële intelligentie (AI) in de samenleving komen zowel voor- als nadelen naar voren. Aan de ene kant biedt AI talloze mogelijkheden, zoals geavanceerde automatisering, verbeterde efficiëntie en gepersonaliseerde gebruikerservaringen. Aan de andere kant roept de opkomst van AI ook belangrijke vragen op over ethiek, verantwoordelijkheid en veiligheid. Het is binnen deze context dat de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan voor een Verordening tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende AI (AI Act). Met welke voorwaarden, voorschriften en beperkingen tracht deze verordening de opmars van AI in goede banen te leiden?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Recht & ChatGPT-4
Aernout Schmidt
In dit artikel doet de auteur verslag van zijn ervaringen met experimenten met — onder andere — ChatGPT. Door middel van vragen en ‘prompts’ probeert hij achter het wezen en de werkwijze van Generatieve Artificial Intelligence te komen. Hij is verbijsterd over de voortreffelijke samenvattingen van obscure stukken en de van de zijde van GPT-4 volstrekt samenhangende dialoog over de technische kanten van GPT-4. En passant vergelijkt hij de werking ervan met de manier waarop zijn brein informatie in halve brokstukken naar boven weet te halen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Artificiële intelligentie en de Rechtspraak
Bart Jan van Ettekoven en Corien Prins
Met ontwikkelingen als ChatGPT en de aankomende AI Act van de Europese Unie, ontkomt ook de Rechtspraak niet langer aan een brede discussie over de omgang met artificiële intelligentie (AI). Deze discussie dient vooral over meer te gaan dan mogelijke kansen en risico’s. Vanuit de vaststelling dat vrijwel iedere rechter de komende jaren zal worden geconfronteerd met de inzet van AI, bespreekt dit artikel een aantal kwesties die bij de beoordeling van deze technologie naar voren komen, waaronder implicaties van de AI Act bij het gebruik van AI door de Rechtspraak.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De legaliteit van web scraping
Steven Derks
Web scraping is een veelgebruikte techniek voor het verzamelen van data, met name door technologische grootmachten. Dit artikel verkent de juridische aspecten van web scraping, met een focus op privacy-, intellectueel eigendoms- en contractenrecht. Het artikel belicht de werking van web crawlers en scrapers en gaat in op de geavanceerde capaciteiten van moderne scrapers, waaronder het vermogen om data te verzamelen van het deep en dark web. Daarnaast worden de ethische en maatschappelijke implicaties van web scraping verkend, waaronder het risico op discriminatie, privacyschendingen en het verlies van individuele autonomie. Het artikel concludeert met een reeks aanbevelingen voor ethisch en juridisch verantwoorde web scraping.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig
Dirk Visser
In deze bijdrage wordt verdedigd dat de opzettelijke en herkenbare nabootsing van de persoonlijke stijl van een nog levende kunstenaar met behulp van kunstmatige intelligentie onrechtmatig is. Ook wordt verdedigd dat aanbieders van generatieve AI verplicht zijn deze vorm van gebruik van hun generatieve AI-software technisch onmogelijk te maken. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor het ontstaan van deze mogelijkheid, zij profiteren ervan, zij moedigen het aan, lokken het uit en zijn in de positie om dit gebruik effectief tegen te gaan. Hiervoor is geen beroep op de Auteurswet of een Europese AI-verordening nodig. Het is gewoon onrechtmatig.

[verder lezen in NAVIGATOR]

15 november 2023
Blog
‘Tussen wet en recht’
Reactie van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.
13 januari 2021 Artikel Bart Jan van Ettekoven
Tijdschrift NJB 2 (2021)
Verkrachting: what’s in a name?
Renée Kool en Anne Jongenotter
Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht gaat op de schop, waarbij onder meer seks tegen de wil op bredere grondslag strafbaar wordt. Het Verdrag van Istanbul en gewijzigde maatschappelijke opvattingen nopen inderdaad tot aanpassingen, maar de voorgenomen strafbaarstelling van verkrachting (artikel 241 Sr (nieuw)) in samenhang met de meer algemene strafbaarstelling van seks tegen de wil (artikel 239 Sr (nieuw)), voldoet niet. Seks tegen de wil, of je het nu verkrachting noemt of niet, moet krachtig worden bestreden. Alle reden dus om te pleiten voor een afdoende strafrechtelijke bescherming. Maar een waarschuwing voor een al te ongebreidelde beschermingsdrang en de daarin besloten gevaren is ook op zijn plaats. Vanuit dat oogpunt moet de wetgever terug naar de tekentafel.

[verder lezen in NAVIGATOR]

‘Tussen wet en recht’
Bart Jan van Ettekoven
De toeslagenwetgeving is streng en is door de Belastingdienst/Toeslagen streng uitgevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft die uitvoering (de ‘alles-of-niets’-lijn) in 2011 gesanctioneerd. Dat is te verklaren door de combinatie van de tekst van de wet en het toenmalige misbruik van toeslagen. De ABRvS is lang in de ‘strenge groef’ blijven hangen. Zij had eerder kunnen bijdragen aan de noodzakelijke correctie van ‘systeemfalen’ van de wetgever en in de uitvoering. De ABRvS heeft de wet tot 2019 als dwingend beschouwd. Gelet op de later gebleken gevolgen in de uitvoering is dat in retrospectief ongelukkig. Bij dwingend recht is er immers geen ruimte voor de menselijke maat op basis van evenredigheid. De ABRvS heeft in oktober 2019 haar rechtspraak op dit punt gewijzigd en de Belastingdienst/Toeslagen alsnog gedwongen tot maatwerk. Dat was nodig om recht te doen, ondanks de wet. Bij haar harde oordeel over de bestuursrechtspraak is de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (hierna: de commissie) voorbijgegaan aan het dilemma hoe recht te doen bij harde dwingendrechtelijke wetgeving. De commissie roept alle instanties op tot reflectie. De ABRvS neemt deze oproep ter harte en komt met een aantal concrete voorstellen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Black names matter?
Ruben Ritsema
Ook in Nederland is steeds meer aandacht voor een aspect van het slavernijverleden dat ziet op de geslachtsnaam: er is een groeiend aantal mensen dat de geslachtsnaam die de voorouder bij het afschaffen van de slavernij was toebedeeld, wenst te veranderen. Het strikte Nederlandse stelsel van naamswijziging maakt dit echter (vrijwel) onmogelijk. (Hoog) tijd om daar verandering in te brengen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Inleiding in het Surinaams recht voor onroerende zaken
Chiel Verbruggen
Het Surinaams grondbeleid is ouder dan het Surinaams Burgerlijk Wetboek. Vanuit de koloniale geschiedenis is een eigen recht ontstaan met eigen principes. Opvallend is het ontbreken van eigendom, in Suriname 'BW-eigendom' genoemd. Dit artikel is een inleiding in het complexe Surinaams grondbeleid. Twee vragen staan centraal. Als eerste de vraag of de traditie van het burgerlijk recht de grondslag is van het grondbeleid. De tweede vraag is of BW-eigendom een grotere rol verdient in dat grondbeleid.

[verder lezen in NAVIGATOR]

13 januari 2021
Tijdschrift NJB 7 (2019)
Constitutionele toetsing in een weerbare democratische rechtsstaat
Paul van Sasse van IJsselt
Het vervallen initiatiefwetsvoorstel Halsema/Van Tongeren/Buitenweg tot herziening van artikel 120 Grondwet (gedeeltelijke opheffing van het gedeeltelijk verbod van rechterlijke constitutionele toetsing ex post) heeft twee belangrijke gevolgen gehad: versterkte aandacht voor de constitutionele toetsing ex ante en de herziening van artikel 137 Gw (herzieningsprocedure van de Grondwet). Beide komen eveneens aan bod in het advies van de staatscommissie parlementair stelsel. De staatscommissie doet bovendien voorstellen om feitelijk het initiatiefwetsvoorstel Halsema/Van Tongeren/Buitenweg in gemodificeerde vorm te revitaliseren.


Lees het hele artikel in Navigator.

Partijverbod: geen goed idee
Huub Linthorst
Een aanbeveling van de Staatscommissie parlementair stelsel die nog te weinig aandacht heeft gekregen betreft het wettelijk gaan regelen van een partijverbod. De Staatscommissie ziet het al helemaal voor zich; en heeft ervoor een ‘escalatieladder’ opgesteld.


Lees het hele artikel in Navigator.

De verschillende doeleinden van constitutionele toetsing
Simon van Oort
De Staatscommissie herziening parlementair stelsel (Commissie-Remkes) presenteert in haar eindrapport naast vele voorstellen op het gebied van de representatieve democratie ook twee voorstellen daarbuiten: een correctief bindend referendum en een posterieure constitutionele toets van wetten in formele zin door een nieuw op te tuigen Constitutioneel Hof. In deze bijdrage zal ik kort stilstaan bij dit laatste voorstel en bepleiten dat, gelet op de mogelijke doeleinden voor constitutionele toetsing, de keuze voor een meer omvattender variant in de rede had gelegen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Onderzoek naar Nederlands recht in de knel door internationalisering
Tom Barkhuysen en Jacobine van den Brink
Het sectorplan Rechtsgeleerdheid signaleert terecht dat het Nederlandstalig rechtswetenschappelijk onderzoek in de afgelopen jaren door beleid en praktijk in de knel is gekomen. Maar is het sectorplan voldoende om het tij te keren? Om de academische kwaliteit van onze opleidingen Nederlands recht te garanderen, maar bovenal om ook een bijdrage te kunnen leveren aan het Nederlandse maatschappelijk debat, is meer nodig, namelijk een cultuuromslag in de rechtswetenschap. Onderzoek naar het Nederlandse rechtssysteem zal weer moeten worden gewaardeerd als zinvolle wetenschappelijke arbeid. Alleen dan kan het voortbestaan van academische rechtenfaculteiten worden gegarandeerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

Met ongefundeerde beweringen verliest een opinie zijn waarde
Bart Jan van Ettekoven
In zijn opinie trekt professor Tak stevig van leer tegen het stelsel van rechtsbescherming binnen de bestuursrechtspraak. Ook uit hij kritiek op het systeem van de Algemene wet bestuursrecht dat het besluit centraal stelt en waarin de rechtsbescherming vorm krijgt via het vernietigingsberoep. Tak is al ruim 25 jaar een verklaard tegenstander van dit stelsel en dit systeem. Dat hij daarbij kritiek heeft op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en haar uitspraken is zijn goed recht. Kritiek ‘van buiten’ scherpt de geest. Maar niet als deze is gebaseerd op een reeks van feitelijke onjuistheden. Ik beperk me tot tien missers die betrekking hebben op de Afdeling bestuursrechtspraak.


Lees het hele artikel in Navigator.

20 februari 2019
Tijdschrift NJB 10 (2013)
‘One peak or twin peaks?’
Bart Jan van Ettekoven
Het regeerakkoord en de toekomst van de bestuursrechtspraak
Op vrijdag 18 januari jl. vond in Pulchri Den Haag op uitnodiging van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak een debat plaats over de inrichting van de bestuursrechtspraak. De concrete aanleiding om de discussie over de voltooiing van de herziening van de rechterlijke organisatie weer ter hand te nemen is gelegen in de volgende passage in het regeerakkoord: ‘Het rechtsprekend gedeelte van de Raad van State wordt samengevoegd met de CRvB en het CBb.’ Het debat vond onder leiding van Folkert Jensma (NRC) plaats tussen hoofdrolspelers uit de rechtspraak: de heren Corstens, Fokkens, Polak, Simons, Van Zutphen en Bakker. Hieronder treft u aan een bewerking van de inleiding gehouden door Bart Jan van Ettekoven voorafgaand aan het debat en een kort verslag van de discussie. Die maakt duidelijk dat de rechtspraak ernstig verdeeld is. Niet valt te verwachten dat de rechtspraak binnenkort met een eensluidend standpunt komt. Dat betekent dat de verantwoordelijke ministers Opstelten (V&J) en Plasterk (BZK) aan zet zijn om de concentratie van de bestuursrechtspraak vorm te geven: ‘Niet doorschuiven maar aanpakken’.
Bestuursrechtelijke rechtseenheid vergt cassatie
Hans Verbeek
Al is het alleen in het belang der wet
Het is van groot belang tegelijk met de samenvoeging van de hoogste bestuursrechtelijke colleges ook de kwestie van de rechtseenheid binnen het bestuursrecht als geheel, dat wil zeggen: tussen de belastingrechter en het nieuwe fusiecollege en tussen de bestuursrechtspraak enerzijds en het strafrecht en burgerlijk recht anderzijds, te regelen. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn en evenmin tot eindeloze procedures te leiden als de regering cassatie in het belang der wet mogelijk maakt.
De finaliseringsslag in het bestuursrecht
Bert Marseille en Derek Sietses
Aandacht voor finale geschilbeslechting is er al geruime tijd. Sinds een jaar of zes hebben de hoogste bestuursrechters de toepassingsmogelijkheden van de beide al langer bestaande bevoegdheden verruimd; de bestuurlijke lus biedt de rechter nog meer mogelijkheden. Leidt dat ertoe dat bestuursrechters de bij hen aanhangige geschillen vaker finaal weten te beslechten?
In dit artikel wordt een antwoord gezocht op die vraag door voor twee bestuursrechtelijke instanties (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep) te onderzoeken of die er vaker dan vijf jaar geleden in slagen de hun voorgelegde geschillen finaal te beslechten.
Goed nieuws voor de patiëntenrechten!
Johan Legemaate
8 maart 2013