Hulp bieden in oorlogsgebied is de afgelopen jaren aanzienlijk gevaarlijker geworden. Partijen voelen zich steeds minder aan het internationaal recht gebonden en steeds vaker worden ook hulpverleners aangevallen. Wat is ervoor nodig om het internationaal recht in stand te houden en daders niet straffeloos te laten gaan?

Het Rode Kruis-symbool hoort hulpverleners in oorlogsgebied te beschermen. Maar nu het internationaal recht minder wordt nageleefd, zijn het de burgers en hulpverleners die de hoogste prijs betalen. Medewerkers van hulporganisaties zijn recent omgekomen in Gaza, Iran en Soedan. Daders worden zelden gestraft.

Er ligt een taak voor de politiek om internationale hulpverlening – en in het verlengde daarvan de rechtsorde – te verdedigen. Welke diplomatieke, politieke, juridische en overige instrumenten staan er ter beschikking om verantwoordelijken aansprakelijk te stellen? En welke maatregelen kan Nederland zelf nemen om hulpverleners te beschermen?