Isaäc Abraham Levy (1836‑1920) was één van de geleerdste juristen van zijn tijd. Hij hield zich bezig met bijna alle gebieden van het recht en ook daarbuiten was hij zeer actief. Hij geloofde dat de taak van jurist (of hij nu werkte als advocaat, rechter of academicus) bestond uit het ‘voorlichten van het volk’ en uit het verder helpen van de rechtsontwikkeling. Het was zijn vaste overtuiging dat iedereen de plicht had om bij te dragen aan de verheffing van de maatschappij.  

Levy’s bijdrage aan de rechtsontwikkeling is onmiskenbaar. Hij was prominent aanwezig in de juridische wereld van zijn tijd, vooral binnen de Nederlands(ch)e Juristen-Ver(e)eniging maar ook als schrijver in de juridische tijdschriften. Ondanks deze aanwezigheid is betrekkelijk weinig over hem geschreven en ontbreekt er een schets van zijn visie op en zijn plaats binnen de (privaatrechtelijke) rechtsontwikkeling in Nederland.  
In de literatuur is kritiek te lezen op Levy. Gelet op het belang van de discussies waaraan hij deelnam, de kritiek op zijn handelwijze en standpunten en het ontbreken van een samenhangend betoog over zijn ideeën, hoopt Clemens Lokin een lacune op te vullen in de geschiedenis van de rechtswetenschap en (eventuele) tegenstrijdigheden in de gedachten van Levy te plaatsen in het licht van de opvattingen van zijn tijd.