Dit CIROC-seminar onderzoekt de basisprincipes van het Nederlandse drugsbeleid en de vraag of deze na bijna vijftig jaar nog steeds houdbaar zijn. Sinds de herziening van de Opiumwet in 1976 is het beleid grotendeels gebaseerd op volksgezondheid en harm reduction (schadebeperking), waarbij een balans wordt gezocht tussen het beschermen van gebruikers en het bestrijden van drugsgerelateerde criminaliteit.
De laatste jaren groeit echter de kritiek op deze aanpak. Tegenstanders wijzen op de toenemende georganiseerde criminaliteit, het geweld en de grote criminele winsten in de drugshandel. Sommige bestuurders, zoals burgemeester Femke Halsema, en organisaties zoals LEAP pleiten daarom voor een fundamentele koerswijziging, waaronder legalisering of streng gereguleerde verkoop van bepaalde drugs.
Daarnaast is de internationale context veranderd. Waar Nederland vroeger als voorloper werd gezien, hebben landen als Uruguay, Canada, Duitsland, Zwitserland en diverse Amerikaanse staten inmiddels verdergaande hervormingen doorgevoerd. Nederland beperkt zich voorlopig vooral tot het experiment met de gesloten coffeeshopketen.
Centraal in het seminar staat de vraag of Nederland moet vasthouden aan het huidige drugsbeleid of juist moet kiezen voor een nieuwe koers. Deskundigen uit wetenschap en praktijk bespreken zowel de historische uitgangspunten van het beleid als toekomstige ontwikkelingen, zoals cannabisregulering, synthetische drugs en nieuwe psychoactieve stoffen (NPS). Daarbij wordt gekeken naar mogelijke alternatieven voor criminalisering, zoals regulering en kwaliteitscontrole.