Wetsvoorstel (20-01--2026) tot Wijziging van de Woningwet in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde

—In dit wetsvoorstel wordt geregeld dat woningcorporaties hun vastgoed voortaan waarderen tegen de beleidswaarde in plaats van de marktwaarde. De beleidswaarde sluit beter aan bij de maatschappelijke taak van corporaties, omdat daarbij wordt uitgegaan van de werkelijke kasstromen, het voorgenomen beleid en de beperkingen rondom huurprijzen en verkoop. De huidige marktwaardering leidt tot hoge administratieve lasten, complexe berekeningen, verschillen tussen waarderingsmethodes en onzekerheid bij accountantscontrole. Daarnaast geeft marktwaarde volgens evaluaties geen realistisch beeld van de financiële positie van corporaties. Door over te stappen op beleidswaarde wordt de jaarrekening begrijpelijker, beter uitlegbaar en minder arbeidsintensief om op te stellen. De marktwaarde blijft wel bestaan voor borgings- en toezichtsdoeleinden, maar wordt buiten de jaarrekening om centraal berekend door het WSW. Hierdoor hoeven corporaties deze zelf niet meer vast te stellen. Ook worden wettelijke begrenzingen die gekoppeld waren aan marktwaarde, zoals de dekkingsratio in de Woningwet, geschrapt, omdat deze nu via het gezamenlijk beoordelingskader van Aw en WSW worden geborgd.

De wijziging leidt naar verwachting tot een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten. De stelselwijziging moet in principe retrospectief worden verwerkt, maar voor twee specifieke posten is een praktische uitzondering opgenomen om onnodige complexiteit te voorkomen. De consultatie op het wetsvoorstel leverde overwegend positieve reacties op, met aandachtspunten over de eenduidigheid van de beleidswaarde, de uitwerking van de centrale marktwaardemethodiek en de waardering van bijzonder vastgoed zoals zorg- en maatschappelijk onroerend goed. De regering verwerkt deze punten in de verdere uitwerking van richtlijnen en regelgeving. Beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027, waardoor de nieuwe waarderingsregels voor het eerst gelden voor de jaarrekening over 2026.

Kamerstukken