Wetsvoorstel (26-10-2023) houdende wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde het lage inkomensvoordeel te laten vervallen en in verband met enkele andere wijzigingen

­—Het wetsvoorstel bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel voorziet in de afschaffing van het Lage Inkomens Voordeel (LIV) ter uitwerking van de afspraken in het pensioen- en coalitieakkoord. Het tweede onderdeel voorziet in een wijziging van het loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer waardoor meer werknemers onder de werking van de wet kunnen vallen. Het doel van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) was om via gerichte lastenverlichting bij werkgevers de arbeidsparticipatie van lagere en middeninkomens te stimuleren. Er zijn daarin drie instrumenten opgenomen: de loonkostenvoordelen (LKV), het lage-inkomensvoordeel (LIV) en de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (Jeugd-LIV). Dit zijn tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers als ze mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst nemen en houden. Het gaat om mensen met een laag inkomen, ouderen met een uitkering en mensen met een arbeidsbeperking, zodat hun arbeidsmarktpositie verbetert. Uit een evaluatie blijkt echter dat de Wtl op onderdelen nog onvoldoende werkt. De resultaten van de evaluatie van de loonkostenvoordelen en signalen van de uitvoeringspraktijk laten zien dat de loonkostenvoordelen in een aantal gevallen niet de mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt bereiken en er in de uitvoering een aantal knelpunten zit. Doel van dit wetsvoorstel is om de Wtl beter te laten functioneren.

Het wetsvoorstel voorziet in overgangsrecht voor wat betreft het loonkostenvoordeel voor het herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers.

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is onderbouwd dat de afschaffing van het LIV niet leidt tot een inbreuk op eigendom van werkgevers in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Ook is onderbouwd dat er geen sprake is van een gerechtvaardigde verwachting dat eigendom zal worden verkregen in de zin van dat artikel 1.

Inwerkingtreding van de voorgestelde wetswijziging wordt voorzien bij koninklijk besluit, met de mogelijkheid van verschillende inwerkingtredingsdata voor verschillende artikelen en artikelonderdelen.

Kamerstukken