Wetsvoorstel (19-02-2026) tot Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete

—Het onderhavige wetsvoorstel tot wijziging van de Visserijwet 1963 voorziet in een aanpassing van de maximale hoogte van een bestuurlijke boete bij een overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens die wet. Het voorstel is de maximering van de bestuurlijke boete, geregeld in artikel 54c, lid 3 Visserijwet 1963, gelijk te stellen aan de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, lid 4 Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, tien procent van de omzet van de overtreder. Door de herziening van de Europese controleverordening is per 10 januari 2026 deze aanpassing benodigd om meer ruimte te creëren voor de hoogte van op te leggen administratieve sancties. De concrete boetehoogte per overtreding wordt in de onderliggende regelgeving, het Besluit bestuurlijke boete Visserijwet 1963 en de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963, bepaald.

Kamerstukken