Wetsvoorstel (18-02-2026) met Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/1543 van het Europees parlement en de Raad van 12 juli 2023 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel voor elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg van een strafprocedure en Richtlijn (EU) 2023/1544 van het Europees parlement en de Raad van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures (Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal)

—Dit wetsvoorstel strekt tot uitvoering van het wetgevingspakket van de EU inzake elektronisch bewijsmateriaal (e-evidence package). Met dit pakket hebben strafvorderlijke autoriteiten in de EU-lidstaten onder voorwaarden de bevoegdheid rechtstreeks bevelen tot bewaring en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal aan bepaalde dienstaanbieders te geven, ongeacht de locatie waar dit elektronisch bewijsmateriaal is opgeslagen. Dat wetgevingspakket bestaat uit Verordening (EU) 2023/1543 en Richtlijn (EU) 2023/1544.

Verordening 2023/1543

Hiermee worden het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel geïntroduceerd. Het verstrekkingsbevel betreft een beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij de verstrekking wordt bevolen van elektronisch bewijsmateriaal. Het bewaringsbevel betreft een beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij de bewaring wordt bevolen van elektronisch bewijsmateriaal met het oog op een aansluitend verstrekkingsbevel. Het verstrekkings- en bewaringsbevel worden gericht aan de aangewezen vestiging of aangestelde wettelijke vertegenwoordiger van een dienstaanbieder. Het verstrekkings- en bewaringsbevel hebben betrekking op elektronisch bewijsmateriaal. Volgens de Verordening wordt hieronder verstaan: ‘abonneegegevens, verkeersgegevens of inhoudelijke gegevens die door of namens een dienstaanbieder in elektronische vorm zijn opgeslagen op het tijdstip van ontvangst [van het bevel]’. Het verstrekkings- en het bewaringsbevel kunnen door Nederlandse autoriteiten niet worden uitgevaardigd als de aangewezen vestiging in Nederland is gevestigd of de wettelijke vertegenwoordiger in Nederland verblijft. In dat geval zijn de bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering van toepassing.

Een verstrekkings- en bewaringsbevel kan slechts worden uitgevaardigd indien een soortgelijk bevel zou kunnen zijn uitgevaardigd in een soortgelijk nationaal geval. Daarom moet de uitvaardigende autoriteit telkens ook (overwegend overlappende) voorwaarden uit het WvSv in acht nemen met betrekking tot het bevel tot verstrekking van gegevens of het bevel tot bewaring van gegevens.

Ten aanzien van elektronisch bewijsmateriaal maakt de verordening een onderscheid tussen verkeersgegevens en inhoudelijke gegevens enerzijds (categorie 1), en abonneegegevens en gegevens die uitsluitend worden opgevraagd met het oog op de identificatie van de gebruiker anderzijds (categorie 2). Een verstrekkingsbevel met het oog op het verkrijgen van categorie 1 gegevens kan uitsluitend worden uitgevaardigd voor strafbare feiten waarop in de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf staat met een maximum van ten minste drie jaar of voor strafbare feiten die zijn genoemd in de verordening. Ten tweede geldt dat zo’n bevel uitsluitend kan worden uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit of door een officier van justitie na daartoe te zijn gemachtigd door een rechterlijke autoriteit. Ten derde is aan een dergelijke uitvaardiging kennisgeving aan de tenuitvoerleggingsautoriteit verbonden.

Een verstrekkingsbevel met het oog op de verkrijging van categorie 2 gegevens en een Europees bewaringsbevel kunnen daarentegen worden uitgevaardigd voor alle strafbare feiten, zonder machtiging van een rechterlijke autoriteit, en zonder verplichting tot kennisgeving aan de tenuitvoerleggingsautoriteit. De tenuitvoerleggingsautoriteit is de autoriteit in de tenuitvoerleggingsstaat die volgens het nationaal recht bevoegd is om een kennisgeving te ontvangen. De tenuitvoerleggingsautoriteit beoordeelt de kennisgeving binnen tien dagen (of 96 uur in noodgevallen) en voert zo nodig een weigeringsgrond aan. De weigeringsgronden houden verband met:

  1. voorrechten, immuniteiten of beperkte strafrechtelijke aansprakelijkheid voor mediadiensten;
  2. gegronde redenen voor een kennelijke schending van een grondrecht;
  3. strijd met het ne-bis-in-idembeginsel; of (iv) een feit dat niet strafbaar is in de tenuitvoerleggingsstaat, tenzij vermeld in bijlage IV van de verordening en op het feit een vrijheidsstraf staat met een maximum van ten minste drie jaar. 

De kennisgeving aan de tenuitvoerleggingsautoriteit laat onverlet dat het Europees verstrekkingsbevel rechtstreeks aan de dienstaanbieder wordt gericht en de gegevens rechtstreeks aan de uitvaardigende autoriteit worden verstrekt. Indien een kennisgeving aan de tenuitvoerleggingsautoriteit is gedaan, verstrekt de geadresseerde van het verstrekkingsbevel de gegevens na tien dagen als geen weigeringsgrond is aangevoerd door de tenuitvoerleggingsautoriteit, of zo snel mogelijk na een bevestiging van deze dat geen weigeringsgrond wordt aangevoerd. Indien geen kennisgeving is gedaan, verstrekt de geadresseerde van het verstrekkingsbevel de gegevens uiterlijk binnen tien dagen. De geadresseerde kan geen weigeringsgronden aanvoeren. Wel kan de geadresseerde feitelijke onmogelijkheden tot naleving van het bevel of in het geding zijnde voorrechten, immuniteiten of beperkte strafrechtelijke aansprakelijkheid voor mediadiensten onder de aandacht brengen. De uitvaardigende autoriteit neemt vervolgens een beslissing tot intrekking, aanpassing of instandhouding van het bevel. Als een verstrekkings- of bewaringsbevel niet (binnen de termijn) wordt nageleefd, kan de uitvaardigende autoriteit aan de tenuitvoerleggingsautoriteit verzoeken het desbetreffende bevel ten uitvoer te leggen. De tenuitvoerleggingsautoriteit kan een geldboete opleggen die maximaal twee procent bedraagt van de totale mondiale jaaromzet van de dienstaanbieder in voorgaand boekjaar. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek van de uitvaardigende autoriteit gaat de tenuitvoerleggingsautoriteit over tot de erkenning van het bevel, tenzij een van de weigeringsgronden in het kader van de tenuitvoerleggingsprocedure van toepassing is.

Richtlijn 2023/1543

De reikwijdte van de richtlijn is niet beperkt tot het verstrekkings- en bewaringsbevel. Ook de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal op grond van het Europees onderzoeksbevel en de EU-rechtshulpovereenkomst vallen onder de reikwijdte van de richtlijn. Dat geldt ook voor de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal op grond van de bevoegdheden uit het WvSv voor zover de aangewezen vestiging in Nederland is gevestigd of de wettelijke vertegenwoordiger in Nederland verblijft. Hiermee worden ook beslissingen en bevelen met het oog op de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal op grond van deze instrumenten in beginsel gericht aan de aangewezen vestigingen en de aangestelde wettelijke vertegenwoordigers. Uit hoofde van de richtlijn bestaat de verplichting tot het aanwijzen van een vestiging of de aanstelling van een wettelijke vertegenwoordiger voor de dienstaanbieder die diensten aanbiedt in de EU. Als zo’n dienstaanbieder kwalificeren elektronische communicatiediensten, diensten in verband met internetdomeinnamen en IP-nummering, en andere diensten van de informatiemaatschappij die hun gebruikers in staat stellen met elkaar te communiceren of het mogelijk maken gegevens op te slaan of anderszins te verwerken. Financiële diensten zijn uitgezonderd.

Uitvoeringswet

De reikwijdte van de wet is beperkt tot dienstaanbieders die in Nederland zijn gevestigd en dienstaanbieders die in Nederland hun diensten aanbieden. Een in de EU gevestigde dienstaanbieder wijst een of meer vestigingen aan indien hij in Nederland is gevestigd, en een niet in de EU gevestigde dienstaanbieder stelt een of meer wettelijke vertegenwoordigers aan indien hij diensten aanbiedt in Nederland. Geadresseerden worden aangewezen of aangesteld in een EU-lidstaat waar de dienstaanbieder zijn diensten aanbiedt en kan worden onderworpen aan tenuitvoerleggingsprocedures. De uitvoeringswet geeft regels over de kennisgeving van de aanwijzing of aanstelling van de geadresseerde.

Implementatie Richtlijn

Met betrekking tot de omzetting bestaat de voorgestelde uitvoeringswet op hoofdlijnen uit drie onderwerpen:

  1. de aanwijzing of aanstelling van een geadresseerde (artikel 2 en 3 uitvoeringswet);
  2. de kennisgeving van die aanwijzing of aanstelling aan de centrale autoriteit (artikel 4 en 5 uitvoeringswet);
  3. en het toezicht op de naleving op de verplichtingen voor dienstaanbieders uit hoofde van de richtlijn (artikelen 6 t/m 8 uitvoeringswet).

Voorgesteld wordt de Autoriteit Consument en Markt aan te wijzen als de centrale autoriteit in de zin van de Richtlijn. De ACM is tevens belast met het toezicht op de naleving van de voorgestelde uitvoeringsregeling.

Uitvoering Verordening

De voorgestelde uitvoeringswet voorziet in de invoeging van een nieuwe titel in het WvSv over het verstrekkings- en bewaringsbevel. In deze Titel 11 Boek 5 Sv worden enkele onderwerpen geregeld die de Verordening ter nadere regeling heeft overgelaten aan de nationale wetgever. Deze onderwerpen houden verband met de aanwijzing van de uitvaardigende autoriteit, de functie van de tenuitvoerleggingsautoriteit, de aanwijzing van de bevoegde rechtbank in de toetsingsprocedure, de kennisgeving aan de betrokkene alsmede het rechtsmiddel tegen de uitvaardiging van een Europees verstrekkingsbevel, de sanctionering van overtreding van deze verordening, en de vergoeding van de kosten voor de naleving van een beslissing of bevel. Het verstrekkings- en het bewaringsbevel worden uitgevaardigd door de officier van justitie en de rechter-commissaris. Zij kunnen beiden als uitvaardigende autoriteit optreden. Indien het verstrekkingsbevel betrekking heeft op verkeersgegevens, met uitzondering van gegevens die uitsluitend worden opgevraagd met het oog op de identificatie van de gebruiker, of inhoudelijke gegevens, kan de officier van justitie het bevel alleen geven na een daartoe verleende machtiging van de rechter-commissaris. Daarnaast functioneert de officier van justitie als tenuitvoerleggingsautoriteit. Daartoe regelt de voorgestelde uitvoeringswet dat de officier van justitie degene is die de kennisgeving en het verzoek tot tenuitvoerlegging in ontvangst neemt. Als een kennisgeving is gedaan beslist de officier van justitie over het aanvoeren van een weigeringsgrond. Bij een verzoek tot tenuitvoerlegging beslist de officier van justitie over de erkenning van het verstrekkings- en het bewaringsbevel. Indien hij beslist tot de erkenning, beveelt hij de geadresseerde zijn verplichtingen uit hoofde van het verstrekkings- of bewaringsbevel na te komen. Tegen de erkenning van het Europees verstrekkingsbevel of het Europees bewaringsbevel kan de geadresseerde binnen twee weken na daarover in kennis te zijn gesteld bezwaar instellen bij de officier van justitie. Als bezwaar is ingesteld, beslist de officier van justitie over de tenuitvoerlegging van het verstrekkings- of bewaringsbevel. Indien hij beslist tot de tenuitvoerlegging, handhaaft hij het bevel. De niet-naleving van een verstrekkings- of bewaringsbevel valt binnen de reikwijdte van de strafbaarstelling van artikel 184 Sr. Deze strafbaarstelling geeft echter geen ruimte voor een geldboete die maximaal twee procent bedraagt van de totale mondiale jaaromzet van de dienstaanbieder. Daarom stelt de uitvoeringswet voor dat aan de dienstaanbieder, in afwijking van artikel 184 Sr, een geldboete kan worden opgelegd voor het genoemde bedrag. De rechtbank die bevoegd is tot berechtiging van het strafbare feit waarop de strafvervolging betrekking heeft, is ook bevoegd om te beslissen in de tenuitvoerleggingsprocedure. De toetsingsprocedure wordt behandeld door de raadkamer van de desbetreffende rechtbank. De beklagregeling uit het WvSv is van overeenkomstige toepassing. Bij de uitvoering van het verstrekkings- en bewaringsbevel wordt gebruikgemaakt van e-Codex, een geautomatiseerd systeem voor de grensoverschrijdende gegevensuitwisseling op het gebied van justitiële samenwerking in civiele en strafzaken. Iedere lidstaat heeft een e-Codex-toegangspunt. In Nederland wordt dat toegangspunt beheerd door de Justitiële informatiedienst. Ten behoeve van de implementatie van het wetgevingspakket van de EU inzake elektronisch bewijsmateriaalpakket wordt voorzien in een aansluiting op e-Codex voor de bevoegde autoriteiten en de dienstaanbieders die in Nederland een geadresseerde hebben aangewezen of aangesteld.

Kamerstukken