Wetsvoorstel (03-02-2026) tot Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche)

—Met dit wetsvoorstel wordt het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit voor decentrale bestuurders verplicht gesteld en wordt vastgelegd welke waarborgen daarbij in acht moeten worden genomen. Dit wetsvoorstel legt daarnaast de omgang met financiële belangen door bestuurders vast. De omgang met financiële belangen door bestuurders betreft een fundamentele integriteitsnorm die regelmatig in de belangstelling staat, maar tot op heden niet is verankerd in de Europees Nederlandse wetgeving. Sinds de dualisering in 2002 zijn steeds meer taken bij decentrale overheden belegd met als gevolg dat zij over meer bevoegdheden en een steeds groter budget beschikken. Dat maakt dat steeds meer belangrijke beslissingen over verdeling van schaarse middelen door lokale besturen genomen moeten worden. Individuele bestuurders hebben daarbij vaak een doorslaggevende rol als het gaat om het afwegen van alle verschillende belangen. Tegen die achtergrond is het borgen van integriteit een essentiële voorwaarde voor goed bestuur en daarmee voor het versterken van het vertrouwen in en de legitimiteit van de overheid. De risicoanalyse helpt om kwetsbaarheden tijdig te herkennen en beheersmaatregelen te nemen om daadwerkelijke problemen te voorkomen. Het aan de voorkant voeren van het goede gesprek over integriteit zorgt er daarnaast voor dat het bewustzijn hierover wordt versterkt.

Bij veel decentrale overheden wordt al een risicoanalyse uitgevoerd, maar uit onderzoek is gebleken dat hier op zeer verschillende wijzen en soms ook gebrekkig uitvoering aan wordt gegeven. Met dit wetsvoorstel worden belangrijke kaders vastgelegd zodat voor alle betrokkenen – kandidaatbestuurders, de voorzitters van het dagelijks bestuur en volksvertegenwoordigers – duidelijk is waar zij aan toe zijn. Daarbij gaat het om essentiële randvoorwaarden en waarborgen zoals de reikwijdte van de risicoanalyse, de verschillende verantwoordelijkheden en de omgang met persoonsgegevens.

Al eerder bestond aan de zijde van de regering het voornemen om de uitvoering van een risicoanalyse wettelijk te verankeren. Daarom heeft de regering in 2021 een ontwerp van een nota van wijziging bij het wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur aangeboden aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Het advies van de Afdeling bevatte zowel een bezwaar tegen de vorm als tegen de inhoud van de nota van wijziging. Hierop heeft de regering besloten om niet tot indiening over te gaan. De vragen en opmerkingen van de Afdeling zagen op de gevolgen voor de bestuurlijke verhoudingen, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de rechtszekerheid van kandidaat-bestuurders. Onderhavig wetsvoorstel is tot stand gekomen met inachtneming van de vragen en opmerkingen van de Afdeling.

De risicoanalyse heeft betrekking op integriteitsnormen met een wettelijke grondslag. Aanvullend hierop kunnen normen uit de lokale gedragscode of verordening, bedoeld in artikel 41c, lid 2 Gemeentewet ook onderdeel uitmaken van de risicoanalyse voor zover de raad dat uitdrukkelijk heeft bepaald. De reikwijdte van de risicoanalyse ziet derhalve op de volgende onderwerpen:

  • Onverenigbare betrekkingen (artikel 36b Gemeentewet);
  • Naleving van de ambtseed (artikel 41a Gemeentewet);
  • Nevenfuncties (artikel 41b Gemeentewet);
  • Financiële belangen (op te nemen in een nieuw artikel 41ba Gemeentewet);
  • Verboden handelingen (artikel 41c, lid 1 Gemeentewet);
  • Normen die zijn vastgesteld in een verordening of gedragscode en waarvan door de raad uitdrukkelijk is bepaald dat deze betrokken dienen te worden bij de risicoanalyse (artikel 41c, lid 2 Gemeentewet);
  • Onthouding van beraadslaging en stemming in geval van belangenverstrengeling (artikel 58 jo. artikel 28 Gemeentewet);
  • Verplichting tot geheimhouding in de zin van artikel 89, lid 2 Gemeentewet.

Nu de reikwijdte van het onderzoek beperkt is tot vooraf bepaalde normen, kan alleen van bronnen gebruik worden gemaakt die daar direct mee in verband staan. Dit betreft publiek toegankelijke bronnen, informatie die de kandidaat zelf verstrekt, het goede gesprek en informatie uit het netwerk van de kandidaat.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de uitvoering van de risicoanalyse. Die kan zelf zorg dragen voor de feitelijke uitvoering van een risicoanalyse, de uitvoering beleggen bij een extern bureau dan wel bij een onafhankelijke commissie, of een combinatie hiervan. De uitvoering van een risicoanalyse kan niet langer geschieden door (een commissie van) de gemeenteraad. Elke rapportage bevat ten minste een conclusie. Daarin kunnen bepaalde integriteitsrisico’s worden geconstateerd. Het bestaan van integriteitsrisico’s betekent op zichzelf niet dat een persoon niet of minder integer is, maar mogelijk is het wel aangewezen om beheersmaatregelen te nemen. In de conclusie wordt geen standpunt ingenomen over de benoembaarheid van een kandidaat. Dit is immers aan de raad.

Beheersmaatregelen worden door de uitvoerder van een risicoanalyse voorgesteld als een advies in de richting van de kandidaat. De conclusies en aanbevelingen worden uitsluitend gedeeld met de raad nadat de kandidaat de stukken heeft kunnen inzien en hem een- redelijke kans is geboden daar op te reageren. De kandidaat kan redenen aandragen waarom het delen van bepaalde persoonsgegevens onevenredig zou zijn. Op de informatie die in het kader van de uitvoering van een risicoanalyse is verwerkt en die niet aan de raad is overlegd, rust van rechtswege geheimhouding. Voor waterschapen en de de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn vergelijkbare bepalingen opgenomen. Financiële belangen

Voorgesteld wordt om in de wet vast te leggen dat bestuurders van decentrale overheden geen financiële belangen hebben, geen effecten bezitten of geen effectentransacties verrichten voor zover dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Het gaat hierbij om financiële belangen die een goede functievervulling als geheel in de weg kunnen staan. Met deze regeling wordt aangesloten op de reeds bestaande norm uit de Ambtenarenwet en het wetsvoorstel waarmee de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren een gelijkluidende norm introduceert voor rechterlijke ambtenaren. Door met dit wetsvoorstel ook de omgang van financiële belangen van bestuurders op het niveau van de wet te regelen, kan dit onderwerp ook betrokken worden in een risicoanalyse. Het is aan de uitvoerder van een risicoanalyse om informatie over de financiële belangen op een zorgvuldige manier te formuleren in de conclusies van een risicoanalyse en de aanbevelingen, waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de kandidaat.

Kamerstukken