Wetsvoorstel (20-03-2026) tot Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen
—De Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) is op 1 maart 2017 in werking getreden. In die wet stond een horizonbepaling waardoor deze met ingang van 1 maart 2022 van rechtswege zou vervallen. Op 26 februari 2022 is een wet waarmee de werkingsduur van de wet is verlengd tot 1 maart 2027 in werking getreden.
Bij de verlenging in 2022 is net als bij de invoering van de Twbmt wettelijk bepaald dat een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk aan de Staten-Generaal wordt gezonden. Daarom is in opdracht van het WODC een evaluatie van de Twbmt uitgevoerd, waarbij de onderzoekers is verzocht om in ieder geval aandacht te besteden aan de kritische punten die de Tweede Kamer en de Raad van State eerder over de wet hebben geuit, te weten de noodzaak van de wet, de effecten van de wet in de praktijk, de proportionaliteit van de op te leggen maatregelen en de voorwaarden waaronder de maatregelen kunnen worden opgelegd. Daarnaast biedt het evaluatierapport inzicht in de wijze waarop de wet zich verhoudt tot het strafrecht en tot de grondrechten. Het evaluatierapport is kritisch over de Twbmt. Het onderzoek wijst uit dat de Twbmt nauwelijks is toegepast, het onderzoek geen informatie heeft opgeleverd waaruit is af te leiden dat er terroristische activiteiten zijn ontplooid die met de toepassing van de Twbmt voorkomen hadden kunnen worden en in de concrete toepassing de maatregelen vragen oproepen met betrekking tot de noodzaak. In de beleidsreactie is aangegeven dat het kabinet tot een andere weging komt ten aanzien van de noodzaak voor behoud van de Twbmt (Kamerstukken II 2023/24, 29754, nr. 730). Niet alleen is er sprake van een aanhoudende substantiële terroristische dreiging, maar ook geldt dat een dreigingsniveau onder invloed van ontwikkelingen in de wereld relatief snel kan veranderen. Bovendien zijn er aanwijsbare redenen voor het feit dat de Twbmt in de periode van de verlenging zeer beperkt is toegepast. Naar het oordeel van het kabinet heeft de Twbmt dan ook een kleine, maar desalniettemin belangrijke plaats verworven binnen het wettelijk instrumentarium om terrorisme te bestrijden.
Doelstelling en maatregelen
De Twbmt geeft de minister van J&V de bevoegdheid tot het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen (meldplicht, gebiedsverbod, contactverbod en uitreisverbod). Verder bevat de Twbmt de mogelijkheid om een uitreisverbod op te leggen dat ertoe leidt dat het paspoort en/of de Nederlandse identiteitskaart van een betrokkene van rechtswege vervalt. De huidige Twbmt maakt het voorts mogelijk dat bestuursorganen beschikkingen weigeren of intrekken als het ernstige gevaar bestaat dat deze worden gebruikt voor terroristische activiteiten. Het kan daarbij gaan om beschikkingen op aanvragen voor een subsidie, vergunning of ontheffing of erkenning. De noodzaak van deze bestuurlijke maatregelen is gelegen in de bescherming van de nationale veiligheid tegen gevaar dat met andere maatregelen, zoals het strafrecht, (nog) niet kan worden weggenomen. Het betreft hier maatregelen gericht op personen wier gedragingen (nog) niet resulteren in strafbare feiten maar wier gedragingen wel een gevaar voor de nationale veiligheid vormen.
Permanent maken en wijziging
Van juni 2017 tot en met december 2025 zijn zestien vrijheidsbeperkende Twbmt maatregelen opgelegd aan elf personen. Dat was vaak in aanvulling op een strafrechtelijk traject.
Inmiddels is gebleken dat sinds de invoering in 2017 de dreiging voor de nationale veiligheid, helemaal sinds december 2023, hoger is dan in voorgaande jaren, aanhoudt en veranderlijk is. De behoefte aan maatregelen zoals opgenomen in de Twbmt is naar mening van het kabinet dan ook onverminderd aanwezig. De relevantie van de Twbmt in die specifieke gevallen waarin alternatieve maatregelen ontbreken en er sprake is van een dreiging, zoals bij personen met een hoog dreigingsprofiel, is blijvend. Uit de evaluatie van de Twbmt blijkt dat de wet primair wordt geassocieerd met de jihadistische dreiging. Dit is goed verklaarbaar vanuit de tijd van totstandkoming van de wet. De wet moet echter nadrukkelijk ook worden gezien als mogelijke interventie voor andere vormen van terroristische dreiging.
Voor wat betreft de maatregel opgenomen van afwijzen en intrekking van beschikkingen geldt dat het kabinet tot een andere afweging komt dan ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregelen. In de Twbmt staat dat een bestuursorgaan een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning kan afwijzen dan wel een beschikking ter zake van een subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning in bepaalde gevallen kan intrekken. Dit kan als er ernstig gevaar bestaat dat de subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning mede zal worden gebruikt ten behoeve van terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Deze maatregel is geen enkele keer ingezet. Ook de organisaties in het veiligheidsdomein zien geen meerwaarde zien in deze maatregel. Dat heeft het kabinet doen besluiten deze maatregel in onderhavige wet te laten vervallen.
De Afdeling advisering van de Raad van State staat onverminderd kritisch tegenover de wet, zeker nu deze permanent gemaakt wordt en met het oog op de resultaten uitkomsten van de evaluatie.