Wetsvoorstel (13-01-2026) tot wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)

—Deze novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting (Kamerstukken 36512) is opgesteld om drie onderdelen van dat wetsvoorstel te corrigeren vanwege juridische en praktische bezwaren. Dit wetsvoorstel, dat op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer is aangenomen, geeft overheden meer mogelijkheden om te sturen op woningbouw, maar enkele amendementen bleken onhoudbaar. Ten eerste vervalt het absolute verbod op urgentie voor huisvesting voor vreemdelingen in de Huisvestingswet 2014, omdat dit in strijd is met het discriminatieverbod in de Grondwet en het EVRM. Ten tweede wordt de regeling geschrapt die

de Minister van Volkshuisvesting bevoegd gezag maakte bij termijnoverschrijding voor vergunningverlening van technische bouwactiviteiten. Deze maatregel bleek niet effectief voor versnelling van woningbouw en zou leiden tot uitvoeringsproblemen. Ten derde wordt de regeling voor het voorkeursrecht aangepast: de koppeling met voortgang in ruimtelijke planvorming wordt hersteld, het hervestigingsverbod van twee jaar keert terug en de maximale geldingsduur blijft zestien jaar en drie maanden, in plaats van de voorgestelde verlenging naar twin­­­tig jaar. Hiermee wordt het eigendomsrecht gewaarborgd en blijft het doel om speculatie tegen te gaan behouden. Uit consultaties blijkt brede steun voor deze reparaties. De novelle zorgt ervoor dat het wetsvoorstel juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar blijft, terwijl de regie op volkshuisvesting versterkt wordt.

Kamerstukken