Goedkeuring van de op 28 mei 2022 te Genève aangenomen wijzigingen van de op 23 mei 2005 te Genève tot stand gekomen Internationale Gezondheidsregeling (2005) (Trb. 2022, 135)

—De Internationale Gezondheidsregeling (International Health Regulations (2005), IHR) werd op 23 mei 2005 vastgesteld door de Wereldgezondheidsvergadering (World Health Assembly, WHA) als vervanging van de Internationale Gezondheidsregeling van 25 juli 1969. Doel van de IHR is het voorkomen, beschermen tegen, controleren en reageren op internationale verspreiding van ziekten met risico’s voor de (internationale) volksgezondheid. Aanleiding tot de eerdere vernieuwing van de regeling was de vergrote kans op verspreiding van (nieuwe) gevaarlijke infectiezieken door het toenemen van onder andere het internationale reizigers- en vrachtverkeer. De toentertijd recente ervaring met het SARS-virus en het niet adequaat kunnen reageren hierop werd als bevestiging van de noodzaak tot vernieuwing gezien. Een van de belangrijkste wijzigingen was de toevoeging van het vereiste voor lidstaten om melding te maken van een gebeurtenis die zou kunnen resulteren in een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang. De huidige wijzigingen die voorliggen zijn ontstaan in de nasleep van de COVID-19-pandemie. Op 28 mei 2022 hebben de 194 leden van de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organisation, WHO) tijdens de 75e WHA enkele van de door de Verenigde Staten (VS) ingediende wijzigingen op de IHR aangenomen. Volgens het huidige artikel 55 zijn de voorgestelde wijzigingen op artikel 59 van de IHR aangenomen door de WHA. Nu is het zo, dat wanneer een wijziging van de IHR wordt aangenomen, de staten die partij zijn de mogelijkheid hebben om binnen achttien maanden een voorbehoud te maken tegen deze wijziging of het voorstel tot wijziging te verwerpen. De wijziging van artikel 59 brengt met zich mee dat de termijn van achttien maanden wordt ingekort tot tien maanden. Ook wordt de termijn van inwerkingtreding van wijzigingen teruggebracht van 24 maanden naar twaalf maanden.

De aangenomen wijzigingen zullen volgens de oorspronkelijke termijnen van kracht worden op 31 mei 2024, dat wil zeggen 24 maanden na de kennisgeving van de Directeur-Generaal van de WHO, behalve voor die partijen die uiterlijk op 1 december 2023 de Directeur-Generaal van de WHO kennisgeven dat zij de wijzigingen verwerpen of ten aanzien ervan een voorbehoud maken. Op 6 juni 2023 zijn de wijzingen overeenkomstig artikel 7, onderdeel b, en artikel 8 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen aan de Staten-Generaal overgelegd. Op 21 juni 2023 hebben 30 leden van de Tweede Kamer verzocht de wijzigingen ter uitdrukkelijke goedkeuring aan de Staten-Generaal voor te leggen. Met het oog op deze goedkeuringsprocedure is de D-G van de WHO overeenkomstig artikel 59, eerste lid, van de IHR in kennis gesteld van de verwerping van de wijzigingen door het Koninkrijk. Nadat de wijzigingen zullen zijn goedgekeurd, zal de D-G van de WHO daarvan in kennis worden gesteld en zullen de wijzigingen alsnog in werking treden overeenkomstig artikel 63, eerste lid, IHR.

Kamerstukken

R2193