Wetsvoorstel (17-12-2025) tot implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit)
—Dit wetsvoorstel implementeert Richtlijn (EU) 2024/1203 inzake bescherming van het milieu door middel van strafrecht. De richtlijn introduceert een bredere verplichting tot strafbaarstelling van milieudelicten, minimale strafmaxima en samenwerking tussen lidstaten. De achtergrond van de richtlijn ligt in de groeiende omvang van milieucriminaliteit, die volgens internationale organisaties een van de grootste vormen van criminaliteit wereldwijd is geworden. Het succes van de Europese Green Deal hangt mede af van effectieve bestrijding van milieucriminaliteit. De richtlijn beoogt vrijhavens binnen de EU te voorkomen en samenwerking te versterken. De Nederlandse wetgeving is grotendeels in lijn met de richtlijn, maar enkele aanpassingen zijn noodzakelijk. Het wetsvoorstel introduceert onder meer een nieuwe strafbaarstelling voor het opzettelijk in de handel brengen van producten die op grotere schaal schadelijke emissies veroorzaken. Ook wordt de reikwijdte van bestaande artikelen in het Wetboek van Strafrecht uitgebreid naar gevallen waarin aanzienlijke milieuschade optreedt, zelfs zonder gevaar voor personen. Daarnaast worden gekwalificeerde strafbaarstellingen ingevoerd voor situaties waarin zwaar lichamelijk letsel of vernietigende milieuschade ontstaat. Het strafmaximum voor dood door schuld bij roekeloosheid wordt verhoogd van vier naar vijf jaar. Het advies van de Raad van State en andere adviesorganen richtte zich op verduidelijking van begrippen zoals ecosysteem, water en product, en op het onderscheid tussen aanzienlijke en vernietigende milieuschade. Ook werd gevraagd om toelichting op de verhoging van het strafmaximum en op de consequenties van strafverzwaringsgronden in de Wet op de economische delicten, waaronder het spreekrecht voor slachtoffers. In reactie daarop heeft de regering definities en toelichtingen toegevoegd, gekwalificeerde strafbaarstellingen opgenomen en het begrip zwaar lichamelijk letsel geïmplementeerd. Verder is verduidelijkt dat zorgplichten niet zelfstandig strafbaar zijn, maar relevant kunnen zijn voor wederrechtelijkheid. De keuze voor een algehele verhoging van het strafmaximum voor dood door schuld wordt gemotiveerd vanuit wetssystematiek en de ruimte die de richtlijn biedt. Naast inhoudelijke wijzigingen voorziet het wetsvoorstel in versterking van de uitvoering: extra middelen voor politie, OM en rechtspraak, uitbreiding van het High Impact Environmental Crime-team en versterking van de Strategische Milieukamer. Ook wordt ingezet op gespecialiseerde opleidingen en internationale samenwerking.