Wetsvoorstel (24-02-2026) tot Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur

—De verordening ziet in essentie op een uniforme manier van registratie van toeristische verhuur van woonruimte in de EU en op het verzamelen en delen van data door online platforms met overheden ten behoeve van de handhaving. Aangezien toeristische verhuur van woonruimte tot onttrekking van woonruimte in de woningvoorraad kan leiden en ook leefbaarheidsproblematiek tot gevolg kan hebben, wordt met de verordening kortetermijnverhuur voorzien in een uniforme manier van registratie van toeristische verhuur en een uniforme manier van dataverzameling en -deling die lidstaten moeten gebruiken indien zij deze vorm van verhuur willen reguleren. Dit is ook in het belang van online platforms, nu zij hierdoor op de Europese interne markt op een eenduidige manier hun bedrijfsmatige activiteiten op het gebied van toeristische verhuur kunnen vormgeven.

Met dit voorstel van wet wordt de Huisvestingswet 2014 zodanig gewijzigd dat deze in lijn wordt gebracht met de verordening.

In Nederland is sinds 1 januari 2021 de Wet toeristische verhuur van woonruimte van kracht. De wet geeft de gemeenteraad mogelijkheden om regels te stellen aan toeristische verhuur van woonruimte via de huisvestingsverordening. Een gemeente waarin een schaarste aan woonruimte aanwezig is die leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten of een gemeente waar toeristische verhuur van woonruimte leidt tot aantoonbare leefbaarheidsproblemen kan op grond van de Huisvestingswet 2014 regels stellen met betrekking tot het reguleren van toeristische verhuur van woonruimte.

De verordening kortetermijnverhuur is op 19 mei 2024 in werking getreden en wordt op 20 mei 2026 van toepassing. In zijn algemeenheid geldt dat de bepalingen over toeristische verhuur van woonruimte in de Huisvestingswet 2014 reeds goed aansluiten op de verordening kortetermijnverhuur. Wel voorziet de verordening, in aanvulling op de bestaande Nederlandse regeling, in twee belangrijke randvoorwaardelijke maatregelen die op Europees niveau nodig zijn. Het betreft 1) een eenduidige manier voor online platforms om hun bedrijvigheid binnen de interne markt van de EU vorm te geven en 2) de uitwisseling van data tussen platforms en overheden.

Verplichtingen voor aanbieders van toeristische verhuur

Wegens de verordening kortetermijnverhuur moeten aanbieders van toeristische verhuur meer informatie aanleveren bij de aanvraag van een registratienummer indien er een dergelijke verplichting in een gemeente van kracht is dan momenteel het geval is. De nu geldende informatie die moet worden aangeleverd aan het college van B&W betreft het aan te bieden adres en het emailadres van de aanvrager. Dit wordt door de verordening uitgebreid met het aantal bedden dat wordt aangeboden in de woonruimte en het telefoonnummer van de aanbieder. Verhuurders dienen verder online platforms te informeren of de aangeboden woonruimte onderworpen is aan een registratieprocedure. Indien dit het geval is, vermelden verhuurders het registratienummer bij het aanbieden van de woonruimte via het online platform.

Verplichtingen voor online platforms De huidige Huisvestingswet 2014 verplicht online platforms reeds om degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur te informeren over de regels die gelden in de gemeente waar de woonruimte wordt aangeboden. Aanvullend volgen er enkele verplichtingen uit de verordening. Zo moeten online platforms een online-interface inrichten die verhuurders de mogelijkheid biedt om aan te geven dat de te verhuren woonruimte zich bevindt in een gebied waar de registratieplicht geldt en om hun registratienummer te vermelden in de advertentie op het platform alvorens kan worden overgegaan tot verhuur. Online platforms voor kortetermijnverhuur moeten ervoor zorgen dat geen diensten worden aangeboden zonder een registratienummer, indien de verhuurder heeft aangegeven dat een registratienummer in de betreffende gemeente vereist is. Grote onlineplatforms worden verder verplicht maandelijks automatisch (via zogeheten ‘API’s’) data te delen via een door de lidstaat in te richten centraal digitaal toegangspunt. Kleine- en microplatforms kunnen deze uitwisseling met het centraal digitaal toegangspunt ook handmatig per kwartaal voltooien. De data die via het centraal toegangspunt wordt gedeeld hebben betrekking op de verhuurdata zijnde, het registratienummer van de woonruimte, het aantal verhuurde nachten, de url van de advertentie, het aantal verblijvende gasten op een geregistreerd adres en de verblijfsplaats van de huurders. Tevens dienen platforms steekproefsgewijs controles uit te voeren op het al dan niet bestaan van een registratieplicht in een bepaald gebied en, indien er een registratieplicht geldt, de geldigheid van het door verhuurders verstrekte registratienummer.

Verplichtingen voor de Rijksoverheid

De verordening brengt een vijftal verplichtingen voor de Rijksoverheid met zich.

  1. Inrichten van een centraal digitaal toegangspunt
  2. Genereren van openbare lijsten betreffende toeristische verhuur
  3. Delen van verhuurdata met nationale statistische bureaus
  4. Aanstellen van een nationaal coördinator
  5. Periodiek verslag uitbrengen aan de EC over de implementatie

Verplichtingen voor gemeenten

Verhuurdata worden vanuit het centraal digitaal toegangspunt enkel met het college van B&W van die gemeenten gedeeld die de eenmalige registratieplicht hebben ingesteld. Verder worden alleen de gegevens gedeeld van de woonruimten die binnen het grondgebied van de individuele gemeente staan. Ook is expliciet in het wetsvoorstel bepaald dat het college van B&W de ontvangen gegevens uitsluitend mag gebruiken in het kader van het toezicht op de naleving van de regels die de gemeenteraad heeft gesteld over toeristische verhuur, het toezicht op de naleving van voorschriften over (brand)veiligheid en het heffen en invorderen van toeristenbelasting.

Kamerstukken