Wet van 25-02-2026, Stb. 2026, 49
Wet tot verlenging en wijziging van Titel X van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering)
—Deze wet verlengt de werkingsduur van bepalingen die in 2022 door de Innovatiewet Strafvordering zijn ingevoerd in het huidige Wetboek van Strafvordering tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarbij wijzigen of vervallen enkele artikelen. Er worden geen nieuwe initiatieven toegevoegd aan het huidige Wetboek van Strafvordering, behalve dat mediation tijdens de berechting ook in hoger beroep mogelijk wordt.
De Innovatiewet is mede op verzoek van de organisaties uit de strafrechtketen tot stand gekomen om onderdelen van het nieuwe wetboek in de praktijk te beproeven. Op grond van de evaluatiebepaling uit de Innovatiewet moest binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Innovatiewet aan beide Kamers van de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk worden gestuurd. Met het oog daarop heeft het WODC opdracht gegeven om de Innovatiewet te evalueren. De evaluatie heeft belangrijke inzichten opgeleverd ten aanzien van de vijf nieuwe onderdelen. Ook is gebleken dat onder de betrokken ketenorganisaties brede steun is om het merendeel van de bepalingen uit de Innovatiewet te verlengen tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
Vijf innovaties
Met de Innovatiewet in het Vierde Boek van het huidige Wetboek van Strafvordering is een nieuwe Titel X ingevoegd (Innovatie van verschillende onderwerpen). Deze Titel bevat vijf onderwerpen:
- Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad waarmee de feitenrechter in staat wordt gesteld om al lopende de strafzaak een antwoord op een rechtsvraag met een zaakoverstijgend belang te verkrijgen op basis waarvan hij in die lopende strafzaak een (juiste) beslissing kan nemen. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat een aantal flankerende maatregelen kan worden overwogen. Deze zijn er ten eerste op gericht om meer bewustwording van deze mogelijkheid te creëren bij niet alleen de feitenrechters, maar ook bij het openbaar ministerie en de advocatuur.
- Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming heeft nieuwe (digitale) bevoegdheden gegeven voor het vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming van een geautomatiseerd werk. Uit de evaluatie komt naar voren dat de invoering van de bevoegdheden leidt tot een verbetering van de strafvordering. De toepassing heeft belangrijke gegevens opgeleverd die hebben bijgedragen aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Desondanks sluiten de bepalingen nog niet altijd volledig aan bij de digitale realiteit die zich steeds blijft ontwikkelen.
- Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en als wettig bewijsmiddel. Dit betreft de grootste afdeling van de Innovatiewet en bevat een regeling die het mogelijk maakt om als alternatief voor een volledig proces-verbaal te volstaan met de combinatie van een opname met een begeleidend verkort proces-verbaal. Ook worden opnamen erkend als wettig bewijsmiddel. In de evaluatie zijn de drie verschillende subpilots afzonderlijk onderzocht en besproken, te weten de pilot camerabeelden, de pilot verdachtenverhoren en de pilot AVR ter zitting.
- Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie. De hulpofficier heeft een aantal extra bevoegdheden gekregen. De onderzoekers komen ten aanzien van de vorderingsbevoegdheden tot de conclusie dat het toekennen hiervan aan de hulpofficier van justitie een verbetering van de strafvordering is. Anderzijds signaleren zij dat jurisprudentie van het HvJ EU aanleiding kan zijn om de hulpofficier van justitie niet bevoegd te maken in gevallen waarin de gevorderde gegevens een vrij compleet beeld van bepaalde aspecten van iemands leven kunnen opleveren.
- Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting. Uit de evaluatie komt naar voren dat de regeling een adequate basis biedt voor de inzet van mediation in strafzaken in de fase van de berechting.
Inwerkingtreding
Inwerkingtreding op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip