Rijkswet van 18-12-2019, Stb. 2020, 1

Rijkswet tot wijziging van enkele rijkswetten op het gebied van Justitie en Veiligheid in verband met gewijzigde regelgeving en enige andere aanpassingen van overwegend technische aard (Reparatierijkswet Justitie en Veiligheid 2019)

Deze rijkswet omvat de aanpassing van een aantal rijkswetten aan gewijzigde regelgeving en enige andere aanpassingen van overwegend technische aard. Deze aanpassingen zijn onder meer het gevolg van wijzigingen in de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Wetboek van Strafvordering. Een inhoudelijke wijziging is onder meer dat de wet beoogt artikel 23 Wet militaire strafrechtspraak (Wms) in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat. Artikel 23 Wms ziet op het verlenen van juridische bijstand door de officier-raadsman. Deze militaire functionaris is opgeleid om de militaire verdachte vanuit militair en sociaal perspectief bij te staan tijdens zijn strafzaak. In het huidige artikel kan hij daarnaast als advocaat worden aangewezen als er geen advocaat beschikbaar is of als de verdachte daar uitdrukkelijk om verzoekt. De wet perkt dit in door het beschik­baar­heids­­argument te schrappen en als voorwaarde te stellen dat de verdachte overeenkomstig artikel 28a Sv ondubbelzinnig afstand doet van zijn recht op een advocaat.

Een andere inhoudelijke aanpassing is dat artikel 18 Paspoortwet (iemands paspoort kan worden geweigerd of vervallen verklaard wanneer het gegronde vermoeden bestaat dat diegene zich door verblijf buiten het Koninkrijk aan de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel zal onttrekken) voortaan ook van toepassing is als sprake is van voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (voorwaardelijke pij-maatregel) of van enkele nieuwe voorwaardelijke sanctiemodaliteiten zoals de voorwaardelijke isd-maatregel en de zelfstandige gedrags­beïnvloedende of vrijheids­beperkende maatregel.

De wet treedt, met uitzondering van artikel VII, in werking met ingang van 01-04-2020.


Kamerstukken

R2127