Wet van 16-03-2021, Stb. 2021, 165

Wet houdende erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal)

—Deze wet, een initiatief van Kamerleden Van Laar (PvdA) en Dik-Faber (ChristenUnie), beoogt de wettelijke erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Het regelt de volgende onderwerpen:

  • Erkenning van de NGT als officiële taal.
  • Het bevordering van gebruik van NGT door de rijksoverheid, mede door een jaarlijkse rapportage over de staat van de NGT.
  • Het instellen van een Orgaan voor de Gebarentaal als adviesorgaan, zoals bedoeld in de Kaderwet Adviescolleges en in lijn met het Orgaan voor de Friese taal om de overheid en belangenorganisaties onafhankelijk te kunnen adviseren met betrekking tot het gebruik, de behoeften en ontwikkelingen op het gebied van de NGT.
  • De verplichting om crisiscommunicatie ook in de NGT aan te bieden.
  • Het recht om een eed, gelofte of bevestiging ter uitvoering van een wettelijk voorschrift in de NGT te mogen afleggen.
  • Een verplichting om in overleg met de decentrale overheden en de Raad voor de Rechtspraak beleidsregels op te stellen over de wijze waarop het gebruik van de NGT wordt bevorderd.
  • Een verplichting om gebarentolken beschikbaar te hebben voor hen die afhankelijk zijn van gebarentaal in de rechtspraak en dat partijen hiervoor de kosten niet zelf hoeven te dragen, ook als er geen recht op toevoeging bestaat.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Kamerstukken