De Staatssecretaris van SZW had moeten terugkomen op een eerder genomen besluit om een boete op te leggen en een lening terug te vorderen van een inburgeringsplichtige asielstatushouder. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld in een uitspraak van 18 februari 2026. Het besluit is ‘evident onredelijk’.
De asielstatushouder had het inburgeringstraject niet binnen de wettelijke termijn afgerond. Daarom kreeg zij in 2019 een boete opgelegd en moest zij de lening voor de inburgering terugbetalen. De vrouw is in 2024 in hoger beroep gegaan bij de Afdeling. In de procedure is verwezen naar recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU 4 februari 2025, ECLI:EU:C:2025:52) en de Afdeling op 9 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3087). Volgens die uitspraken is het stelselmatig opleggen van boetes bij het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht voor asielstatushouders strijdig met Europese regelgeving. Dit geldt ook voor het terugvorderen van leningen. De Afdeling heeft nu bepaald dat deze uitspraken ook van invloed zijn op eerder opgelegde en vaststaande besluiten over boetes en terugvorderen van leningen onder de Wet inburgering 2013. Ook heeft de Afdeling bepaald dat de boete voor deze asielstatushouder vervalt en zij ook de lening niet hoeft terug te betalen.
Vervolg
Het Ministerie van SZW bestudeert de uitspraak en de gevolgen hiervan. SZW had de inning van boetes en terugvordering van leningen van asielstatushouders al gepauzeerd sinds maart 2023. Toen had de Afdeling vragen gesteld aan het HvJ EU over het boete- en leningenbeleid van de Wet inburgering 2013. Na de uitspraak van de Afdeling in juli 2025 is het opleggen van boetes aan asielstatushouders voor het overschrijden van de termijn onder de Wet inburgering 2013 en Wet inburgering 2021 stopgezet. Voor de Wet inburgering 2013 is daarnaast het terugvorderen van leningen aan asielstatushouders stopgezet.
Bronnen: www.raadvanstate.nl en www.rijksoverheid.nl