De Staatssecretaris van JenV mag van de rechtbank Den Haag David Icke de toegang tot het Schengengebied, inclusief Nederland, ontzeggen. Dat staat in een uitspraak van de rechtbank van 26 september 2023.

De staatssecretaris heeft Icke gesignaleerd in het SchengenInformastiesysteem voor de duur van twee jaar en hem voor die twee jaar de toegang tot het Schengengebied ontzegd omdat hij een potentiële bedreiging vormt van de openbare orde. De staatssecretaris baseert dit onder andere op twee rapporten en een analyse van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en uitlatingen van eiser zelf, onder andere in een door hem geschreven boek en een op internet gepubliceerde speech. Icke vindt dat de staatsecretaris de van toepassing zijnde regelgeving en jurisprudentie verkeerd heeft uitgelegd, omdat een potentiële bedreiging van de openbare orde niet kan vallen onder het begrip bedreiging van de openbare orde. En bovenal vindt Icke dat de in art 10 en 11 van het EVRM neergelegde vrijheid van meningsuiting en van vereniging zich daartegen verzetten. Volgens Icke mag hij zijn denkbeelden verspreiden, zolang hij maar niet aanzet tot geweld en geen strafbare gedraging pleegt.

Oordeel rechtbank

De rechtbank wijst allereerst op de ruime beoordelingsmarge die de lidstaten volgens de jurisprudentie van het HvJ EU hebben bij de door verweerder getoetste toelatingsvoorwaarde in artikel 6 SGC. Verder blijkt uit het arrest Fahimian dat ook potentiële bedreigingen van de openbare orde kunnen worden meegewogen bij de vaststelling of een derdelander een bedreiging vormt van de openbare orde. Gelet op de ruime beoordelingsmarge van de staatssecretaris, het toetsingskader, de uitlatingen van eiser en de rapporten en analyse van de NCTV, heeft staatssecretaris mogen concluderen dat Icke een dergelijke bedreiging van de openbare orde vormt. Immers, zoals in een analyse van het NCTV is opgenomen, kan het openlijk en kritiekloos bespreken van complottheorieën leiden tot sociale acceptatie van antisemitisme, xenofobie of racisme. Ook kunnen dergelijke theorieën ertoe leiden dat zij in de nationale context worden geplaatst, waardoor bijvoorbeeld nationale figuren worden beschouwd als elitegroepen die de maatschappij in hun macht zouden houden of waarbij vooraanstaande personen, bewindvoerders en ambtenaren worden gedehumaniseerd en democratische beginselen worden afgewezen. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit kunnen betrekken dat eiser in zijn boek ‘and the truth will set you free’, zijn speech van 6 november 2022 en de documentaire over zijn eigen leven uitlatingen heeft gedaan die bij kunnen dragen aan anti-overheidextremisme. Hoewel Icke uiteraard niet alleen verantwoordelijk kan worden gesteld voor anti-overheidssentiment in Nederland, kan hij deze gevoelens met zijn uitlatingen wel aanwakkeren, wat ertoe kan leiden dat extremisten overgaan tot (gewelddadig) verzet tegen democratisch gekozen instituten of personen. Dat Icke niet rechtstreeks oproept tot geweld maakt niet dat deze uitlatingen niet kunnen worden opgevat als potentieel schadelijk voor de democratische samenleving en daarmee als potentiële bedreiging van de openbare orde. De rechtbank is het met Icke eens, dat de uitzonderingen op het recht op vrijheid van meningsuiting en vereniging die in artikelen 10 en 11 EVRM zijn neergelegd, strikt moeten worden uitgelegd, maar die rechten zijn dus niet onbegrensd. Zij worden beperkt door het tweede lid van de artikelen 10 en 11 EVRM en door artikel 17 EVRM. Met het besluit is weliswaar sprake van inmenging in Icke’s rechten van artikelen 10 en 11 EVRM, maar deze zijn bij wet voorzien, dienen een legitiem doel en zijn proportioneel en subsidiair. De rechtbank laat zich daarbij mede leiden door de grens die artikel 17 EVRM stelt aan de rechten van artikel 10 en 11 en de omstandigheid dat eiser nog steeds op een andere manier zijn uitlatingen kan delen.

ECLI:NL:RBDHA:2023:14423

Bron: www.rechtspraak.nl

Laatste nieuws