De Raad voor de rechtspraak plaatst grote vraagtekens bij het wetsvoorstel dat het dragen van gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties strafbaar moet maken.
Het wetsvoorstel
Het wetvoorstel voegt aan artikel 11 lid 1 van de Wet openbare manifestaties een sub c toe dat er – kort gezegd – toe strekt het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties als overtreding strafbaar te stellen.
In een recent uitgebracht wetgevingsadvies stelt de Raad dat de voorgestelde maatregel het demonstratierecht onder druk zet. Waar de wetgever spreekt van een gerechtvaardigde beperking van dit grondrecht, vindt de Raad dat de toelichting onvoldoende overtuigt. Volgens het advies zou de minister het voorstel in de huidige vorm niet moeten indienen, of het eerst ingrijpend moeten aanpassen.
Onvoldoende onderbouwing en risico op afschrikking
De Raad mist vooral een gedegen uitleg over waarom een strafbaarstelling noodzakelijk en proportioneel zou zijn. Argumenten die de overheid gebruikt — zoals veiligheidsgevoel, communicatieverbetering, het voorkomen van escalatie en een efficiëntere opsporing — worden volgens de Raad onvoldoende onderbouwd of sluiten niet aan bij de belangen die in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens worden beschermd. Daarbij wijst de Raad erop dat bestaande wetgeving en de bevoegdheden van burgemeesters al veel mogelijkheden bieden om mogelijke risico’s te beheersen.
Ook blijft onduidelijk waarom lichtere maatregelen, zoals identiteitscontrole of gerichte beperkingen rondom specifieke demonstranten, onvoldoende zouden zijn. Door deze twijfels vreest de Raad dat het wetsvoorstel te ver gaat en te breed is geformuleerd. Het kan bovendien een afschrikwekkend effect hebben: mensen zouden uit angst voor straf minder snel deelnemen aan demonstraties.
Problemen bij handhaving
Verder voorziet de Raad praktische problemen voor politie en handhavers. Het voorstel bevat uitzonderingen voor situaties waarin gezichtsbedekking wél toegestaan zou zijn, bijvoorbeeld om veiligheids- of gezondheidsredenen. Maar in de praktijk is moeilijk te beoordelen of iemand terecht een uitzondering claimt. De Raad vraagt zich af hoe de politie moet optreden wanneer deelnemers aan een vredige demonstratie toch hun gezicht bedekken: hoe stel je vast of dit geoorloofd is? En wat zijn de gevolgen voor de rust als de politie moet ingrijpen bij een verder ordelijke bijeenkomst?
Volgens de Raad is niet overtuigend aangetoond dat strafrechtelijke sancties op hun plaats zijn bij vreedzame demonstraties. Ook andere partijen, waaronder politie, Openbaar Ministerie en diverse burgemeesters, hebben hun zorgen geuit.
Advies: niet indienen of grondig aanpassen
Gezien alle bezwaren raadt de Raad voor de rechtspraak de minister aan het voorstel in de huidige vorm te laten varen, of het in elk geval substantieel te herzien. Een sterkere motivering en heldere toetsingscriteria zijn volgens de Raad noodzakelijk.
Bron: Raad voor de Rechtspraak