In mei vorig jaar werd het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol aangepast om de geluidbelasting te beperken met het oog op de belangen van omwonenden van de luchthaven.
Tegen deze aanpassing gingen diverse partijen in beroep. De luchtvaartmaatschappijen vonden de beperking van het aantal vluchten van en naar Schiphol onaanvaardbaar, terwijl de drie omliggende gemeenten, natuurorganisaties en omwonenden juist een verdere beperking wilden vanwege de geluidsoverlast.
Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de minister zijn besluit tot aanpassing van het Luchthavenverkeerbesluit niet toereikend gemotiveerd. Hij heeft volstaan met het standpunt dat het maximumaantal vluchten per jaar mede bepaalt hoeveel geluid er per jaar uiteindelijk zal mogen worden geproduceerd rond luchthaven Schiphol. Het vastgelegde maximumaantal vluchten heeft volgens de minister daarom als grens voor de geluidbelasting te gelden. Maar die grens kan wisselen, omdat met een maximumaantal vluchten de maximale geluidbelasting niet wordt vastgelegd. Met de redenering dat het maximumaantal vluchten in dit geval kan worden beschouwd als grenswaarde voor de geluidbelasting miskent de minister, volgens de Afdeling bestuursrechtspraak, hoe de wetgever die grenswaarde heeft bedoeld, namelijk een maximum aan de bij elkaar opgetelde geluidsbelasting van individuele vluchten over een periode van een jaar. Niet ieder vliegtuig produceert dezelfde hoeveelheid geluid, zodat een optelsom van alleen vluchten onvoldoende zegt over de totale hoeveelheid geluid dat in een jaar mag worden geproduceerd.
Daarnaast heeft de minister naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet inzichtelijk gemaakt dat het aangepaste Luchthavenverkeerbesluit leidt tot een afname van de geluidhinder voor omwonenden van Schiphol, terwijl dat nu juist het doel van het besluit was.
Het gevolg van deze uitspraak is dat het vorige Luchthavenverkeerbesluit uit 2008 blijft gelden, waarin geen totaal maximumaantal vluchten per jaar geldt. In het vernietigde luchthavenverkeersbesluit stond ook dat het maximumaantal vluchten in de nacht van 32.000 naar 27.000 vluchten wordt verlaagd. Geen van de partijen hadden bezwaar tegen dit deel van het besluit. Daarom treft de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak de voorlopige voorziening dat 'op de luchthaven Schiphol maximaal 27.000 vliegtuigbewegingen met handelsverkeer per gebruiksjaar plaatsvinden in de periode van 23.00 uur tot 7.00 uur.' Overigens is niet aannemelijk dat dit aantal feitelijk zal worden gehaald. Het kabinet heeft een algehele wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit inmiddels in voorbereiding.
Bron: Raad van State