Een rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste komt van een werknemer die burger van de Unie is, heeft indirect recht op de gelijke behandeling die die werknemer moet krijgen. Een nationale regeling waarbij er kan worden geweigerd om een bijstandsuitkering aan die bloedverwant toe te kennen, is in strijd met het Unierecht. Dat is het antwoord op 21 december 2023 van het HvJ EU op vragen van een Ierse rechter.

Een vrouw met de Roemeense nationaliteit heeft een dochter die in Ierland woont en werkt en zowel de Roemeense als de Ierse nationaliteit heeft. In 2017 is de moeder bij haar dochter in Ierland gaan wonen, en sindsdien heeft zij er legaal verblijf als rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste komt van een werkneemster die burger van de Unie is. In de loop van 2017 is de gezondheidstoestand van de moeder verslechterd doordat zij aan artritis lijdt. Daarom heeft zij in Ierland een invaliditeitsuitkering aangevraagd. Deze aanvraag is afgewezen omdat de moeder, als zij die uitkering zou krijgen, niet meer ten laste van haar dochter zou komen en in plaats daarvan een onredelijke belasting voor het Ierse bijstandsstelsel zou vormen, zodat zij haar verblijfsrecht zou verliezen. Een Ierse rechter vraagt het Hof of het Unierecht zich tegen de weigering van de uitkering verzet.

Arrest HvJ EU

Het Hof oordeelt dat het Unierecht zich verzet tegen een regeling waarbij de toekenning van een bijstandsuitkering kan worden geweigerd aan een rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste komt van een werknemer die burger van de Unie is, of waarbij het zelfs mogelijk is om aan die bloedverwant het recht te ontnemen om voor meer dan drie maanden in het land te verblijven omdat, als de uitkering wordt toegekend, dit familielid niet meer ten laste komt van de migrerende werknemer, waardoor het bijstandsstelsel onredelijk zal worden belast. Een rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste komt van een werknemer die burger van de Unie is, heeft indirect recht op de gelijke behandeling die de werknemer krijgt. Krijgt de bloedverwant geen bijstandsuitkering - die voor de migrerende werknemer een ‘sociaal voordeel’ vormt - dan zou die werknemer ten opzichte van de nationale werknemers niet gelijk worden behandeld. Dat er in het gastland een bijstandsuitkering wordt toegekend, mag geen gevolgen hebben voor de hoedanigheid van ‘ten laste’ komende bloedverwant in opgaande lijn. Anders zou de toekenning van de uitkering ertoe kunnen leiden dat de bloedverwant niet langer een ten laste komend gezinslid is, waardoor het gerechtvaardigd kan zijn dat de uitkering wordt ingetrokken of zelfs dat die bloedverwant zijn verblijfsrecht verliest. Die oplossing zou het voor het ten laste komende gezinslid In de praktijk onmogelijk maken om de uitkering aan te vragen. Aangezien de migrerende werknemer in het kader van zijn werkzaamheden in loondienst belasting betaalt in het gastland, draagt hij bij aan de financiering van het sociale beleid van dat land. Daarom moet hij er onder dezelfde voorwaarden als nationale werknemers gebruik van kunnen maken. De doelstelling om een onredelijke financiële last voor de gastlidstaat te voorkomen kan dan ook geen ongelijke behandeling tussen migrerende werknemers en nationale werknemers rechtvaardigen.

ECLI:EU:C:2023:1013

Bron: www.curia.europa.eu

Laatste nieuws