Het Hof van Justitie van de EU heeft duidelijkheid gegeven over een vraag die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2023 voorlegde. De centrale vraag was of de Afdeling in vreemdelingenzaken nog steeds gebruik mag maken van een verkorte motivering, wanneer een partij vraagt om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof over de uitleg van EU‑recht.

De Afdeling is als hoogste bestuursrechter verplicht om onduidelijkheden over Unierecht voor te leggen aan het Hof in Luxemburg. Van die verplichting mag zij alleen afwijken wanneer het antwoord al vaststaat in bestaande jurisprudentie, wanneer de uitleg van het EU‑recht evident is, of wanneer de vraag niet relevant is voor de beslissing in de zaak.
In het Nederlandse vreemdelingenrecht bestaat de mogelijkheid om uitspraken summier te motiveren. Volgens de Afdeling zit in zo’n korte motivering vanzelf besloten dat één van de uitzonderingen op de verwijzingsplicht van toepassing is.

Omdat vreemdelingen soms uitdrukkelijk verzoeken om prejudiciële vragen te laten stellen, wilde de Afdeling zekerheid dat een beperkte motivering in zulke situaties niet in strijd komt met het EU‑recht of het Europees Handvest. Daarom werd het Hof gevraagd of een verkorte uitspraak wel voldoet aan de Europese motiveringseisen.

Het Hof maakt in zijn arrest ondubbelzinnig duidelijk dat een hoogste nationale rechter altijd expliciet moet uitleggen waarom zij geen vragen aan het Hof stelt. Zelfs wanneer de nationale procedure toestaat dat een beroep wordt afgedaan met een beknopte motivering, moet daarin concreet en duidelijk worden aangegeven welke uitzondering op de verplichting tot verwijzen wordt toegepast en waarom die uitzondering geldt. Met andere woorden: een impliciete redenering voldoet niet. De rechter moet aantonen dat de keuze om niet te verwijzen bewust is gemaakt en juridisch is onderbouwd.

De behandeling van de zaak die aanleiding gaf tot de verwijzing (zaaknummer 202102327/1) lag stil in afwachting van het arrest uit Luxemburg. Nu het Hof zijn oordeel heeft gegeven, pakt de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling weer op. Een definitieve uitspraak in de nationale procedure volgt op een later moment.

Bron: Raad van State 

Laatste nieuws