De Eerste Kamer heeft ingestemd met het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarmee wordt het strafprocesrecht ingrijpend gemoderniseerd en aangepast aan een efficiëntere en meer digitale praktijk.

De Eerste Kamer heeft 24 februari ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert. De regering wil hiermee het nieuwe Wetboek van Strafvordering toekomstbestendig, voor burgers en professionals toegankelijk en in de praktijk werkbaar maken.

De modernisering brengt het Wetboek inhoudelijk bij de tijd en maakt het inzichtelijk. Ook maakt het een (verdere) digitalisering van het strafproces mogelijk. Daarnaast bevat het een duidelijke beschrijving van de positie van de belangrijkste procesdeelnemers met hun rechten en bevoegdheden.

Een centraal principe in deze nieuwe wet is de zogeheten beweging naar voren. Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat met de zogeheten 'beweging naar voren' strafzaken efficiënter en beter voorbereid bij de zittingsrechter komen. Het doel daarvan is dat de doorlooptijden van strafprocessen korter worden.

Voor de praktijk zal dit betekenen dat het zwaartepunt van de zaak verschuift naar de fase vóórdat de rechter inhoudelijk naar de zaak kijkt. Keuzes over onderzoeksverzoeken, afspraken over de procesvoering en de manier waarop het dossier wordt opgebouwd, krijgen daardoor eerder een doorslaggevende rol.  

Daarnaast zorgt het nieuwe wetboek voor een helderder afbakening van de verantwoordelijkheden van politie, het Openbaar Ministerie, de rechter en de verdediging. De bevoegdheden en rechten van deze partijen worden overzichtelijker en consistenter geformuleerd.

Bron: Eerste Kamer

Laatste nieuws