Young Professionals ‘Ik focus op rechtsgebieden waarin de overheid zich moet verhouden tot kwetsbaren en behoevenden’

Voor Micha Venderbos is het bestuursrecht het meest interessante rechtsgebied. Hoe gaat de overheid met haar burgers om en hoe beschermen we burgers tegen de macht van de overheid? ‘Ik wil me blijven ontwikkelen op inhoud en me blijven inzetten om recht te doen en waar mogelijk het recht te verbeteren. Bijvoorbeeld door zorgvuldige en goed beargumenteerde annotaties te schrijven.’

Waarom koos je voor de rechtenstudie?

‘Het is nogal een keuze die je moet maken aan het einde van de middelbare school. Ik herinner me een twijfel tussen sociologie, Duitslandstudies en rechten. De gedachte dat rechten een brede basis zou bieden gaf uiteindelijk de doorslag. Achteraf denk ik eigenlijk ook dat het een heel logische keuze was. Als kind was ik ook altijd al aan het wikken en wegen en bezig met eerlijkheid en rechtvaardigheid en het oplossen van ruzies.’

Wie inspireert jou in je vak?

‘Dan kom ik denk ik als eerste uit bij een paar rechtsfilosofen. Toen ik het vak rechtsfilosofie kreeg – ik denk dat dat pas in het derde jaar van mijn studie was – kwam mijn belangstelling voor het recht in een stroomversnelling. Door rechtsfilosofie ga je fundamenteel nadenken over het recht en de relatie tussen recht en rechtvaardigheid. De Amerikaanse rechtsfilosoof Ronald Dworkin is bijvoorbeeld een inspiratiebron, onder meer zijn ideeën over de betekenis van rechtsbeginselen en hoe die een corrigerende werking kunnen en moeten bieden als de geschreven wet tot een wrange uitkomst leidt. In mijn vakgebied, het bestuursrecht, staat het evenredigheidsbeginsel sinds enige tijd volop in de aandacht. Dan is het boeiend om het werk van Dworkin na te lezen.’

Nog meer inspiratiebronnen?

‘Dichter bij huis is oud-collega Steffie van Lokven voor mij een inspirator. Zij is vreemdelingenrechter en heeft met name via het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof in Luxemburg veel veranderingen teweeg gebracht in het asielrecht. Met de uitkomsten van die procedures is dit rechtsgebied in verschillende opzichten burgervriendelijker geworden. Haar taakopvatting, arbeidsethos en drive om vanuit de rol die zij heeft iets te betekenen voor mensen in een kwetsbare positie vind ik inspirerend. Ook wil ik medeauteur Rogier Stijnen noemen, strafjurist bij de rechtbank Rotterdam. Hij annoteert en publiceert bijzonder veel. Hij heeft een scherpe geest, veel oog voor detail en legt slimme verbanden.’

Hoe kwam je in het bestuursrecht terecht?

‘Toen ik in 2014 afgestudeerd was en een baan zocht, kon ik bij een gemeente een traineeship in het bestuursrecht volgen, specifiek in het sociaal domein. Voor die functie heb ik toen bewust gekozen. Ik vond bestuursrecht altijd al het meest interessante rechtsgebied. Hoe gaat de overheid met haar burgers om en hoe beschermen we burgers tegen de macht van de overheid? Na mijn vertrek bij de gemeente ging ik werken bij de rechtbank in Den Bosch. Daar kreeg ik ook te maken met onder meer het asielrecht en het toeslagen(herstel)recht. Deze rechtsgebieden vind ik bijzonder boeiend, omdat er vaak belangrijke maatschappelijke discussies spelen. En in deze terreinen worden besluiten genomen die ingrijpend zijn in het leven van burgers. Dan luistert het extra nauw of de overheid rechtmatig en behoorlijk heeft opgetreden.’

Zie je voor juridische auteurs in dit kader ook een specifieke rol?

‘Juist omdat het gaat om ingrijpende besluitvorming, is het belangrijk dat er een ‘buitenwacht’ is van annotatoren en commentatoren die de uitvoering en de rechtspraak in dit soort zaken scherp houdt. Eén van de pijnlijke dingen, vind ik, van de toeslagenaffaire is dat geconstateerd moest worden dat wetenschappers en andere juridische auteurs de voor burgers zéér strenge toeslagenjurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eigenlijk nooit kritisch hebben besproken. De vakpers heeft dus ook echt wel een beetje gefaald om uit eigen beweging dat ‘ongekend onrecht’ te herkennen.’

Op welke zakelijke successen kijk je terug?

‘Ik denk niet erg in successen, maar ik kijk wel met een goed gevoel terug op wat leuke publicaties. Recent heb ik in het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht – samen met twee anderen – een artikel geschreven over de menselijke maat in de socialezekerheidsrechtspraak. En iets langer geleden heb ik in De Gemeentestem een bijdrage gepubliceerd over de landelijk breed in opspraak geraakt boodschappenaffaire; een bijstandsgerechtigde die boodschappen van haar moeder kreeg en van wie om die reden bijstand werd teruggevorderd. Ook heb ik eerder relatief veel geschreven over de rechtmatigheid van diep in het privéleven ingrijpende vormen van bestuursrechtelijke opsporing.’

Hoe zie je jouw rol in het juridische landschap, en hoe zie je de rol van de uitgever?

‘Ik zie voor auteurs en wetenschappers een belangrijke rol weggelegd in het annoteren en publiceren. En dan niet alleen omdat de materie vanuit een wetenschappelijk perspectief zo interessant is, maar dus vooral ook vanwege de gevolgen, om wat er op het spel staat voor de burger. In Nederland krijgen ruim zes miljoen huishoudens een toeslag, dus in die zin is het een heel omvangrijk rechtsterrein. Maar er was tot voor kort geen blad dat structureel uitspraken over toeslagen publiceerde. Ik vermoed dat de kans daardoor ook kleiner is dat de buitenwacht dan reageert op bepaalde jurisprudentie. Hier heeft een uitgever ook een verantwoordelijkheid in, vind ik. Ik heb in 2023 contact opgenomen met Wolters Kluwer en gewezen op dit manco wat betreft toeslagen. Sindsdien doe ik de selectie van uitspraken over toeslagen en toeslagenherstel voor het tijdschrift Rechtspraak Sociale Verzekeringen. Die bereidheid van de uitgever vond ik toen mooi, maar ik denk dat bladen en uitgevers ook zelf moeten nadenken over onderwerpen die onderbelicht zijn en misschien meer aandacht verdienen. ’

Is het een interessant rechtsgebied, toeslagen?

‘Het is zeker interessant. Er is nu veel jurisprudentie over toeslagenherstel, bijvoorbeeld in zaken van mensen die geen compensatie krijgen en het daarmee niet eens zijn. Juridisch gezien vind ik het boeiend om te zien hoe de overheid dit ‘compensatieproject’ heeft vormgegeven; het is tamelijk ingewikkelde regelgeving en levert vervolgens ook belangwekkende rechtspraak op. De dynamiek is verder ook interessant, want het is de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die in deze zaken opnieuw als hoogste rechter recht spreekt – terwijl zij na de toeslagenaffaire aardig het boetekleed moest aantrekken over haar eigen rol daarin. Hoewel het allemaal nog de nodige jaren zal duren, is de hersteloperatie uiteindelijk ook een eindig rechtsgebied, waardoor mijn indruk is dat veel auteurs het niet lonend vinden om zich er in te verdiepen. Dat is ergens wel zonde.’

Wat zijn je zakelijke doelen op de langere termijn?

‘Ik heb niet echt concrete doelen voor de lange termijn. Ik wil me blijven ontwikkelen op inhoud en me blijven inzetten om recht te doen en waar mogelijk het recht te verbeteren. Bijvoorbeeld door zorgvuldige en goed beargumenteerde annotaties te schrijven. Binnen de rechtspraak voel ik me verder als een vis in het water, met name in combinatie met het publicatiewerk. Ik heb een sterke focus op de inhoud en op rechtsgebieden waarin het gaat om een overheid die zich moet verhouden tot kwetsbaren en behoevenden. Dat zal voor mij altijd wel de kern blijven.’

Wat maakt jou goed in je werk?

‘Ik denk dat ik een goede close reader ben en – ik bedenk de term nu net zelf – ook een goede close writer. Ik ben nauwgezet bezig met taal, met de manier waarop ik formuleer, met de argumenten. Verder denk ik dat ik, als het gaat om de uitkomsten, juist weer niet erg formalistisch ben. Ik probeer altijd de mens voor ogen te houden en me te realiseren waarom deze zaak zo belangrijk is in zijn of haar leven.’

Wat is jouw favoriete uitspraak?

‘Als het over mijn eigen vakgebied gaat denk ik aan de Harderwijk-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uit februari 2022. Daarin werd de rechterlijke toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij bevoegdheden met beleidsruimte verruimd. Het mooie daaraan vind ik dat het aan de ene kant een hele bepalende koersveranderende uitspraak is, maar dat tegelijkertijd geen dwingende realiteit wordt opgelegd en dat er juist een open kader wordt geboden. Ik doel dan op de glijdende schaal van de toetsingsintensiteit. Met die glijdende schaal kan de bestuursrechter, in elk geval in theorie, steeds een goed evenwicht vinden tussen enerzijds rechtsbescherming en anderzijds het respecteren van de ruimte die een overheidsinstantie heeft. Ik ben sowieso wel fan van glijdende schalen, haha. De Centrale Raad van Beroep vindt in dit kader bijvoorbeeld dat hij bij een bepaald type terugvorderingen in bijstandszaken een behoorlijk terughoudende toets moet verrichten. Dat heeft volgens de Raad met name te maken met het feit dat er veel afwegingsruimte is voor het bestuur om tot zo’n terugvordering over te gaan. In publicaties heb ik enigszins kritisch geschreven over de terughoudende toets die deze rechter zichzelf oplegt. Bijstandsterugvorderingen zijn al snel ingrijpende besluiten, zeker als het om grote bedragen gaat. Dat vormt, gelet op de glijdende schaal uit de Harderwijk-uitspraak, op zichzelf een reden om juist weer wat kritischer en minder terughoudend te zijn.’ 

  

In de interviewreeks Young Professionals zijn eerder gesprekken met Léon Dijkman, Marize Verhagen, Ali al Khatib, Anna BerleeYael Diamant, Ronald OlivierMaarten RemminkPim Huisman en Niels JakElbert de JongJannemieke OuwerkerkRalpf FrinsKasper JansenJeroen Rheinfeld en Justine van Lochem gepubliceerd.

Tekst: Wilma van Hoeflaken -- Fotografie: Berly Damman

Over de auteur(s)