Verbeurde dwangsommen retour overheid

Is het wel redelijk dat een dwangsom, bedoeld als prikkel om overheidshandelen te verbeteren, vervolgens wordt ingezet om een andere overheidsorganisatie te financieren?

In de uitspraak van de Afdeling Rechtsspraak van de Raad van State1 was de vraag aan de orde of het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) aan een vluchtelingengezin een eigen bijdrage in rekening kon brengen voor kosten van opvang. Het ‘vermogen’ van het gezin bestond uitsluitend uit een van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangen bedrag van € 30.0002 aan dwangsommen, verbeurd vanwege het niet tijdig nemen van een besluit. Het COA wilde van die € 30.000 een bedrag van € 11.606,67 als eigen bijdrage in rekening brengen.3 Terecht, volgens de Afdeling. Ontvangen dwangsommen zijn gewoon vermogen in de zin van de Reba 2008.4 De Centrale Raad van Beroep oordeelde waar het ging om door een vluchteling uit Ethiopië ontvangen dwangsommen van in totaal € 15.000, vanwege het uitblijven van een besluit van de Staatssecretaris van Justitie op een asielaanvraag, enkele weken eerder in dezelfde zin: verbeurde dwangsommen gelden als vermogen waar het gaat om de Participatiewet, de vroegere Bijstandswet.5

Zowel de Afdeling als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat opgelegde dwangsommen enkel dienden als ‘een financiële prikkel voor het bestuursorgaan om te komen tot een snellere besluitvorming’. Beide oordeelden dat verbeurde dwangsommen geen vergoeding zijn van bijvoorbeeld (immateriële) schade. Die kan eventueel apart worden gevorderd, zo wordt overwogen. Frappant is dat de Afdeling Rechtspraak in haar uitspraak opschrijft dat het vluchtelingengezin eigenlijk nog van geluk mag spreken. Omdat het COA een vrijgesteld vermogen hanteert, en daarnaast ook nog eens een interingnorm, kan het vluchtelingengezin immers de ontvangen dwangsommen ‘deels naar eigen inzicht aanwenden voor andere uitgaven’. Dat maakt dan de ‘fout’, zoals de Afdeling Rechtspraak het noemt, van de IND blijkbaar (in voldoende mate) goed.

Dwangsommen worden verbeurd als de ‘prikkelwerking’ faalt. Bedoeling is dat de door een rechter in een bestuursrechtelijke zaak bepaalde ‘prikkel’ wérkt en dat een bestuursorgaan de prikkel serieus neemt en tijdig beslist. De redenering van de Afdeling Rechtspraak en de Centrale Raad van Beroep is dat in geval van een mislukte prikkelwerking verbeurde (en ontvangen) dwangsommen ‘vermogen’ tout court zijn in de zin van de Reba 2008, resp. de Participatiewet, zonder dat beide verder nog gewicht toekennen aan aard en karakter van een ‘vermogen’, dat als achtergrond heeft een bestuursrechtelijke dwangsom. De door de Afdeling Rechtspraak verder gekozen woorden ter onderbouwing: een fout van de IND eerder in de keten betekent niet dat dat later in de keten meebrengt dat het daardoor verkregen vermogen niet vatbaar is voor het door het COA in rekening brengen van de kosten van opvang, komen ‘slap’ over en overtuigen niet.

De vraag is of zowel de Afdeling Rechtspraak als de Centrale Raad van Beroep waar het gaat om verbeurde en ontvangen dwangsommen niet te veel kijken enkel naar wat er in civielrechtelijke zin aan ‘vermogen’ op een bankrekening staat? Maar er is ook een bestuursrechtelijke kant aan de zaak. Het ‘vermogen’ op de bankrekening in het geval van het vluchtelingengezin heeft in hoofdzaak een bestuursrechtelijke kant, het staat immers enkel op de bankrekening vanwege een (bestuursrechtelijk aan te rekenen) ’fout’ van een overheidsorganisatie, de IND. Er zijn niet voor niets beginselen van behoorlijk bestuur. Is het besluit van het overheidsorgaan van een vluchtelingengezin (feitelijk) (gedeeltelijk) terugbetaling te verlangen van door dat vluchtelingengezin rechtens terecht ontvangen dwangsommen, gelet op bijvoorbeeld het ‘gesol’ met het vluchtelingengezin, in korte tijd vijfmaal verplaatst en een jong kind dat vijfmaal van klasgenootjes afscheid moest nemen, waaraan de prikkel van een dwangsom géén einde maakte, niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel of het op een fair play manier behandelen van de betreffende gezinsleden? Het kan toch niet zo zijn dat de overheid in feite de ‘prikkelwerking’ (financieel) (gedeeltelijk) buiten werking stelt, vanwege de verplichting, in dit geval van het vluchtelingengezin, uit het ‘dwangsom-vermogen’ aan een zuster-overheidsorganisatie6 de kosten van opvang te (moeten) betalen? Het is de rol van advocaten en andere rechtshulpverleners (wél) te wijzen op die beginselen van behoorlijk bestuur.

Dit artikel is gepubliceerd in NJB 2026/404, afl. 8

Afbeelding: ©istock

Voetnoten

1 ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:140, zie NJB 2026/421.

2 Het maximum opgelegde en in dit geval daadwerkelijk verbeurde bedrag.

3 € 30.000, minus € 12.590 vrijgesteld vermogen, minus € 5.803,33, het bedrag dat mag worden ingeteerd, om iets royaler te kunnen leven.

4 Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen 2008.

5 CRvB 2 december 2025, ECLI:CRVB:2025:1778.

6 In het geval van de hierboven genoemde Ethiopische vluchteling is het de Staat die de dwangsommen betaalde en een gemeente die de dwangsommen (gedeeltelijk) retour wilde ontvangen. Ik zou zeggen, dat maakt geen verschil. Overigens kan een gemeente afzien van het incasseren van ontvangen dwangsommen.

 

Over de auteur(s)
Author picture
Willem van Tongeren
Tot 1 januari 2023 advocaat te Twello, info@advocaatvantongeren.nl