Artikelen van Willem van Tongeren
blog
Verbeurde dwangsommen retour overheid
Is het wel redelijk dat een dwangsom, bedoeld als prikkel om overheidshandelen te verbeteren, vervolgens wordt ingezet om een andere overheidsorganisatie te financieren?


Tijdschrift
NJB 8 (2026)
Psychedelica in het Nederlandse drugsbeleid
Het is hoog tijd voor een meer hedendaags en op wetenschappelijke inzichten gebaseerd drugsbeleid. Daarbij zou bijzondere aandacht moeten uitgaan naar de juridische status van psychedelica. Dit artikel pleit ervoor de positie van psychedelica in het Nederlandse drugsbeleid grondig te heroverwegen, zowel voor medisch als niet-medisch gebruik. Daartoe worden drie argumenten besproken die tot op heden onderbelicht bleven maar voor een zinvolle discussie over de regulering van psychedelica cruciaal zijn: (1) draag zorg voor een eerlijke en zorgvuldige belangenafweging tussen potentiële schade én relevante voordelen van psychedelica, (2) betrek alle relevante mensenrechten, inclusief het recht op mentale zelfbeschikking, en (3) focus niet alleen op de beperkingen maar ook op de mogelijkheden binnen de VN-drugsverdragen.
Een hedendaags huwelijk
De uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 5 januari 2026 werpt nieuw licht op een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: welke vormvereisten gelden er eigenlijk voor het sluiten van een huwelijk? In een tijd waarin stellen hun huwelijksceremonie steeds persoonlijker willen vormgeven, botst een strenge, formele uitleg van artikel 1:67 BW met moderne, lossere interpretaties. Dit stuk onderzoekt waarom de rechtbank in deze zaak tot een strenge lezing kwam, en waarom die uitleg onjuist is.
DSA-transparantie in de praktijk
De Digital Services Act (DSA) is bijna twee jaar van kracht en heeft onder meer als doel bij te dragen aan een meer veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving waar de rechten van de gebruikers zijn gewaarborgd. Een van de verplichtingen die aanbieders van onlineplatforms onder de DSA hebben is het publiceren van transparantierapportages, onder meer over het aantal verwijderde berichten en gesloten accounts, alsmede over de afhandeling en uitkomsten van daartegen ingediende klachten. Tegen de achtergrond van toenemende kritiek, met name uit de Verenigde Staten, dat de DSA zou leiden tot vergaande ‘censuur’, en tegelijkertijd een zichtbare toename van handhavingsmaatregelen door onlineplatforms tegen onder meer accounts die content verspreiden over LGBTQ+- en vrouwenrechten, is het relevant om deze transparantierapportages van een drietal grote onlineplatforms nader te analyseren en onderling te vergelijken.
Verbeurde dwangsommen retour overheid
Is het wel redelijk dat een dwangsom, bedoeld als prikkel om overheidshandelen te verbeteren, vervolgens wordt ingezet om een andere overheidsorganisatie te financieren?
blog
Kinderen en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Misschien is het wel veel doeltreffender, zolang Staten zo overduidelijk in gebreke blijven elkaar aan te spreken, om op korte termijn in het Verdrag zelf het instituut van een internationale en onafhankelijke Kinderombudsorganisatie op te nemen, met vergaande bevoegdheden, die wereldwijd kan opkomen voor de belangen van kinderen.


Tijdschrift
NJB 21 (2025)
Meer, maar zeker niet alles
Het aantal uitspraken dat jaarlijks op rechtspraak.nl gepubliceerd wordt, neemt gestaag toe. De Rechtspraak wil alle uitspraken met een maatwerkmotivering gaan publiceren, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. En dat is dan nog maar een deel van alle uitspraken. Waarom wordt niet alles gepubliceerd? Of moeten we dat ook helemaal niet willen?
Melk en honing tussen belofte en breuk
In het publieke en politieke debat in Nederland en daarbuiten over de verhoudingen tussen Israël en de omringende staten wordt met regelmaat het argument naar voren gebracht dat Israël de enige democratische rechtsstaat in het Midden-Oosten zou zijn, en om die reden de steun van de trans-Atlantische as verdient. Deze bijdrage onderzoekt aan de hand van literatuur in hoeverre die kwalificatie gerechtvaardigd is. Historische en recente ontwikkelingen geven aanleiding tot kritische reflectie op de houdbaarheid van deze aanname.
Onbehoorlijk overheidshandelen
Onder dreiging van stopzetting van hun bijstandsuitkering verplichtten de Limburgse gemeenten Sittard- Geleen en Beesel uitkeringsgerechtigden een kansloze alimentatieprocedure te starten tegen ook uitkeringsgerechtigde ex-partners. Zaken als deze verdienen meer aandacht dan ze op dit moment krijgen. Dat een gemeente een uitkeringsgerechtigde verplicht een kansloze procedure te voeren, is onbegrijpelijk, om niet te zeggen onbestaanbaar. Het zakt door het ijs van een minimumniveau van behoorlijk overheidshandelen.
blog
Adriaan van der Hoop
Anonimisering van rechterlijke uitspraken kan ook doorslaan. Beter zou zijn per geval te overwegen of anonimisering functioneel is of écht nodig.


Tijdschrift
NJB 13 (2025)
Kabelinterceptie door de AIVD en de MIVD
Kabelinterceptie is een omstreden bevoegdheid van de AIVD en de MIVD. Het faciliteren daarvan was dé drijfveer achter de modernisering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. In de aanloop naar het raadgevend referendum over ‘de Sleepwet’ liepen de gemoederen hoog op. Ondanks een nipte overwinning van het ‘tegen’-kamp, kwam de bevoegdheid tot ongerichte kabelinterceptie er tóch. Pakweg zeven jaar later kunnen de diensten echter slechts in beperkte mate intercepteren op de kabel. Mede met het oog op de onlangs in werking getreden Tijdelijke wet en de aanstaande herziening van de Wet op de inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 zet deze bijdrage uiteen waarom deze bevoegdheid tot dusver moeilijk inzetbaar is.
De strafbaarstelling van dwingende controle
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd met een wetsvoorstel te komen voor de zelfstandige strafbaarstelling van psychisch geweld. In de parlementaire debatten wordt deze nieuwe strafbaarstelling (terecht) in de sleutel geplaatst van de algehele aanpak van femicide. Dat roept de vraag op welke elementen de strafbaarstelling dient te hebben om ook daadwerkelijk bruikbaar te zijn hiervoor. In deze bijdrage geven wij enkele handvatten voor deze strafbaarstelling, aan de hand van verplichtingen uit het EVRM, inzichten uit andere jurisdicties waarin een dergelijke strafbaarstelling al bestaat en knelpunten aangaande dit type geweld bij conflictscheidingen. Betoogd wordt dat een adequate strafbaarstelling specifiek toegesneden moet zijn op de context van intiem partnergeweld en in ieder geval rekenschap moet geven van het patroonmatige karakter van dit type geweld.
Adriaan van der Hoop
Anonimisering van rechterlijke uitspraken kan ook doorslaan. Beter zou zijn per geval te overwegen of anonimisering functioneel is of écht nodig.
Reactie op ‘Cassatie wegens schending van niet toepasselijk recht!’
In cassatie kan niet met succes worden geklaagd over de onjuiste toepassing van een niet-toepasselijke rechtsregel. Gemakshalve noemen we dit hierna ‘de regel’. In NJB 2025/481, afl. 9, wordt gesteld dat de Hoge Raad deze regel in een arrest van 8 november 2024 in belangrijke mate zou hebben genuanceerd en voor zichzelf een ambtshalve antikiesregel in het leven zou hebben geroepen. Werk aan de winkel, aldus auteur d’Oliveira. Maar misschien wordt de soep niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.
Naschrift
Kort wil ik ingaan op de gewaardeerde reactie van de heren Oudelaar en Van Ginniken op mijn bijdrage Cassatie wegens schending van niet-toepasselijk recht. Ik had niet gedacht dat die nog enig stof zou opwoelen. Naar mijn mening blazen zij de door mij naar voren gebrachte opvattingen boller op dan ze zijn. Ze spreken er bij herhaling van dat naar mijn mening de Hoge Raad zijn algemene regel dat niet gecasseerd kan worden wegens schending van niet toepasselijk recht ‘in belangrijke mate genuanceerd’ zou hebben. Ik had het over ‘een deukje’.

Tijdschrift
NJB 8 (2025)
Een schofferend arrest?
Deze bijdrage, deel 2 in de serie ‘100 jaar NJB’, reflecteert op een artikel uit 1988 van de hand van redacteur Van Maarseveen dat destijds veel stof deed opwaaien en evenzovele pennen in beweging bracht. In dat artikel werd de staf gebroken over de Hoge Raad naar aanleiding van een vrijspraak in een verkrachtingszaak. Hebben de publicatie van de kritiek van Van Maarseveen en daaropvolgende reacties in het NJB bijgedragen aan adequatere strafrechtelijke bescherming tegen verkrachting in daaropvolgende jaren?
Doorgesneden banden tussen moeder en kind
In de periode 1956-1984 moesten meer dan 13.000 ongehuwde moeders in Nederland hun kind afstaan, grotendeels als gevolg van maatschappelijke normen, juridische beperkingen en druk van instanties. Het juridische kader en de invoering van de Adoptiewet faciliteerden adopties zonder dat moeders goed geïnformeerd werden over hun rechten. Huisartsen, maatschappelijk werkers en psychiaters versterkten het stigma rond ongehuwd moederschap en zagen adoptie vaak als enige oplossing. Pas sinds 2014 is er meer aandacht voor deze problematiek en loopt er een juridische procedure tegen de staat voor onrechtmatig handelen.
Cable Wars
Recente incidenten in de Noordelijke wateren van Europa waarbij onderzees kabels en leidingen vernield werden spelen zich af in een context van geopolitieke spanningen tussen lidstaten van de NAVO en Rusland. Staten die maatregelen willen nemen tegen verdachte schepen stuiten daarbij op verschillende juridische uitdagingen. Want het zeerechtelijke stelsel is er op gericht dat de vlaggenstaat zelf de verantwoordelijkheid neemt om maatregelen te nemen tegen een verdacht schip wanneer sprake is van kabel- of pijpleidingbreuk. Het is er niet op gericht dat andere staten die rol op zich nemen.
De metamorfose van een opzegging
Een onduidelijke en dubbelzinnige reactie van de werkgever op een onduidelijke opzegging van een Poolse werknemer wordt door de rechtbank gelezen als een opzegging door de werkgever. Dat de Hoge Raad een opzegging van de werkgever voor zowel de werkgever als de werknemer over dezelfde kam scheert, is misschien ‘logisch’, maar schiet tekort als het gaat om de bescherming van de werknemer.
blog
Gedurfd is Amsterdamse uitspraak bepaald niet te noemen
Te hopen valt dat in het blijkbaar groeiende aantal Wht zaken de Afdeling te maken krijgt met gedurfde uitspraken en daar ook wat mee doet.


Tijdschrift
NJB 29 (2024)
Nederlands stakingsrecht getoetst
In 2021 besluiten de vakbonden een collective complaint in te dienen bij het Europees Comité van Sociale Rechten. De bonden waren van oordeel dat de ruime uitleg van de lagere rechtspraak, maar ook het ter zake gegeven kader van de Hoge Raad, van artikel G van het Europees Sociaal Handvest, dat mogelijkheden om beperkingen te stellen aan het collectieve actierecht weergeeft, in strijd is met het strikte kader dat daarvoor in dat artikel wordt gegeven. In het recent openbaar gemaakte oordeel van het Comité inzake deze klacht oordeelt het ECSR dat het raamwerk dat door de Hoge Raad is gegeven, als zodanig niet strijdig is met het recht op collectieve actie. Dat in de lagere rechtspraak dat raamwerk niet altijd uniform en consistent wordt toegepast wordt door het Comité evenmin als een systemische tekortkoming beoordeeld. Het Comité vindt het echter wel wenselijk het door de Hoge Raad gegeven kader te preciseren, zodat de lagere rechters daarin beter worden geleid. Dat zou de voorspelbaarheid van de uitleg en de toepassing van het stakingsrecht in Nederland verbeteren. Nu de mogelijkheden voor vakbonden om in procedures de Hoge Raad tot precisering van de Enerco/Amsta-arresten aan te moedigen beperkt zijn ligt het meest voor de hand dat de Hoge Raad deze handschoen zelf oppakt. Een gerede mogelijkheid daartoe is om cassatie in het belang der wet in te stellen.
Concurrentiebeding bij zzp’ers?
Het is bekend dat concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten op grote schaal oneigenlijk worden gebruikt. Dit oneigenlijke gebruik van concurrentiebedingen beknot onnodig de kansen van werknemers om een andere dienstbetrekking te vinden. Het concurrentiebeding werpt belemmeringen op voor de uitoefening van het grondrecht op vrije arbeidskeuze. Het is echter ook interessant te onderzoeken hoe we het gebruik van concurrentiebedingen in overeenkomsten met zzp’ers tegen deze achtergrond moeten zien, hoe dit zich verhoudt tot het belemmeringsverbod en de hervormingsplannen voor het concurrentiebeding. Gaat het om gerechtvaardigde bescherming van bedrijfsbelangen van de opdrachtgever en is het beperken van de opdrachtnemer in zijn mogelijkheden om opdrachtgevers te vinden noodzakelijk om die gerechtvaardigde belangen te beschermen? Bij echte zelfstandigen zal niet vaak een legitieme reden aanwezig zijn om een concurrentiebeding op te nemen. De aanwezigheid van een concurrentiebeding zou dus een aanwijzing kunnen zijn dat sprake is van schijnzelfstandigheid.
Mikael is geen vreemdeling!
De rechter zou in Nederland geboren tieners moeten aanspreken met hun voornaam en in begrijpelijke taal moeten uitleggen waarom zij niet in Nederland mogen blijven, in plaats van de afstandelijke term ‘vreemdeling’ jegens hen te gebruiken en in ambtelijke taal te spreken.
Gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding vergt uitzondering voor burka en nikab
De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding trad vijf jaar geleden in werking en is inmiddels geëvalueerd. Professionals kennen aan de Wgbk slechts een beperkte meerwaarde toe. De wetgeving blijkt daarentegen wel een sterk negatief effect te hebben op de relatief kleine groep vrouwen die een nikab draagt. Zij worden agressief benaderd, raken geïsoleerd, kunnen minder goed participeren en openbare voorzieningen worden minder toegankelijk voor hen.
blog
Ontslag ambtenaar op initiatief burger
De overheid dient bij het uitvoeren van haar publieke taak fatsoenlijk om te gaan met haar burgers. Dat weegt zwaarder dan het, soms tegen beter weten in, blijven staan achter de eigen mensen.
