Artikelen van Stijn Franken

Tijdschrift
NJB 23 (2026)
Wat valt onder de AI-verordening?
Met de komst van de Europese AI-verordening (AI Act) is het belangrijk vast te stellen welke systemen onder deze regelgeving vallen. In het bijzonder roept de toepassing van algoritmes binnen domeinen zoals de strafrechtspleging discussie op wanneer gebruik wordt gemaakt van klassieke statistische modellen. In dit artikel verkennen de auteurs, aan de hand van het voorbeeld van risicotaxatie-instrumenten zoals OxRec, waar de grens ligt tussen traditionele statistiek en artificiële intelligentie, en welke gevolgen deze afbakening heeft voor de reikwijdte van de AI-verordening.
Bundesgerichtshof: CO2-reductie is een staatsplicht
Op 23 maart 2026 oordeelde het Bundesgerichtshof in een door Deutsche Umwelthilfe aangespannen klimaatzaak tegen Mercedes-Benz dat Mercedes-Benz niet verplicht kan worden om eerder te stoppen met het op de markt brengen van verbrandingsmotoren dan op grond van wetgeving verplicht is. Een vergelijkbare uitkomst als in de Nederlandse Milieudefensie/Shell-zaak maar de betekenis van beide zaken is verschillend. Het Hof Den Haag aanvaardt dat op Shell in beginsel een reductieverplichting rust, maar acht de omvang daarvan onvoldoende bepaalbaar wegens het ontbreken van objectieve aanknopingspunten. Het BGH ziet de reductie van CO2-uitstoot als een verdelingsvraagstuk van schaarse emissieruimte. Dat vraagstuk vergt politiek keuzes waarvoor de wetgever verantwoordelijk is.
Stakingsrecht internationaal beschermd
Of het stakingsrecht impliciet besloten ligt in ILO-Verdrag 87 werd door de werkgeverscomponent binnen de Internationale Arbeidsorganisatie betwist. Na jaren van verdeeldheid binnen de ILO gaf het Internationaal Gerechtshof onlangs duidelijkheid: het stakingsrecht is inderdaad beschermd door dit verdrag. Deze uitspraak heeft niet alleen betekenis voor de internationale rechtsorde, maar werkt ook door in nationale rechtsstelsels, waaronder dat van Nederland, waar het stakingsrecht grotendeels rechterlijk is vormgegeven.
Artikel 11 KNVB Standaardvoorwaarden
Uit recente jurisprudentie blijkt dat rechters stadionverboden steeds vaker matigen of vernietigen, met name vanwege een gebrek aan zorgvuldige belangenafweging door de KNVB. Tegelijkertijd roept de inrichting van de interne beroepsprocedure vragen op over transparantie, onafhankelijkheid en effectieve rechtsbescherming. Tegen deze achtergrond rijst de vraag of artikel 11 van de standaardvoorwaarden anno 2026 nog wel in stand kan blijven, of dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding voor supporters.

Tijdschrift
NJB 37 (2022)
Goed voorbeeld doet goed volgen!
De hoogste rechters besteden veel aandacht aan de coördinatie van bestuursrecht en privaatrecht. Dat levert mooie afstemmingsresultaten op. Gelet op de toenemende verwevenheid tussen bestuursrecht en privaatrecht is voor een goede toegankelijkheid van de rechter en een effectieve handhaving van regelgeving ook samenwerking tussen bestuursrechters en burgerlijke rechters op lager niveau nodig, met name in eerste aanleg. Het is de hoogste tijd daaraan vorm te geven!
Enige gedachten bij de Rosmalense zelfdoding
De zaak van de Rosmalense zelfdoding, totdat de gerechtelijke dwaling in deze zaak erkend werd bekend als de Rosmalense flatmoord, heeft het leven van Rob, die veertien jaar onterecht vastzat, volledig ontwricht. Het is een verhaal waarin fout op fout is gestapeld, waarin tal van machinaties gepleegd zijn waarin de psychisch kwetsbare Rob welbewust geframed is als een gewelddadig persoon en waarin tunnelvisie heerste bij politie en OM. Maar waarin de rechterlijke macht ook het een en ander te verwijten valt. De lange strijd die moest worden geleverd om uiteindelijk tot de vrijspraak te komen is er een van menselijkheid tegenover juristerij. Een weliswaar juridisch correct maar in kille, niet-empathische bewoordingen gesteld arrest en een excuusbriefje zetten dat niet recht, doen zelfs afbreuk aan hoe wordt gedacht over recht doen.
De distributieve bijdrageplichten rond klimaatverandering
Het vonnis van de Rechtbank Den Haag inzake Milieudefensie/Shell heeft vele kritische reacties opgeroepen. Zou er dan geen rol voor de civiele rechter weggelegd moeten of kunnen zijn als het gaat om klimaatverandering? Jawel, want aan rechters komt onvermijdelijk beslissingsruimte toe als politieke besluitvorming achterblijft en de maatschappelijke roep om meer duidelijkheid en een gelijker speelveld luider wordt. De aanvullende werking van het civiele recht is niet alleen gelegen in het vaststellen van normen die uiteindelijk door zelfregulering en/of regelgeving beter laat dan nooit geformuleerd zullen worden, maar evenzeer in het aanjagen van die normering. Hoe de (feiten)rechter dit kan bewerkstelligen wordt in dit stuk uiteengezet.
Wvggz en Wzd geëvalueerd: over kwaliteit van wetgeving
Onlangs verscheen het tweede rapport van de (eerste) evaluatie van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). De conclusies zijn hard: de wetgeving is mislukt wat betreft toegankelijkheid, werkbaarheid, aansluiting bij het terrein waarop zij van toepassing is en het gemak waarmee zij kan worden geïmplementeerd. Ook ontbreken er allerlei financiële en organisatorische randvoorwaarden en zijn er te weinig reality checks gedaan bij de totstandkoming. Er is een nieuw wetsvoorstel met verbeteringen aangekondigd en alles moet op alles worden gezet om deze vlot en goed door de parlementaire behandeling te laten gaan. Een nieuwe evaluatie laat beter niet nog vijf jaar op zich wachten.

Tijdschrift
NJB 29 (2021)
Ongehinderd ondernemen
Er is sprake van een tendens in Nederland waarin ZBO’s zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek, Staatsbosbeheer en de Kamer van Koophandel eigen inkomsten genereren uit commerciële initiatieven. De Wet Markt en Overheid (WM&O) heeft als doel een gelijk speelveld te bewaken wanneer publieke en private organisaties concurreren. Nu blijkt echter dat wanneer bedrijven handhavingsverzoeken indienen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vanwege vermeende marktverstoring door ZBO’s, zowel de ACM als de rechter in beroep de WM&O niet van toepassing verklaren op de activiteiten van de ZBO. Hierbij baseren ACM en rechter zich op jurisprudentie in het EU-mededingingsrecht. Dit artikel onderzoekt hoe deze situatie is ontstaan, wat de gevolgen hiervan zijn en in hoeverre maatregelen noodzakelijk zijn.
Collectieve acties, collectieve schikkingen en buitenlandse benadeelden
Onder de Wet afhandeling massaschade in collectieve actie (2019) en de Wet collectieve afwikkeling massaschade (2005) is het mogelijk buitenlandse benadeelden op een opt-out basis mee te nemen. In het verleden heeft het Hof Amsterdam bij collectieve schikkingen ruimhartig van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Met de komst van de nieuwe Europese Richtlijn 2020/1828 representatieve vorderingen van consumenten is het op een opt-out basis meenemen van buitenlandse benadeelden minder vanzelfsprekend. Aan de hand van welke criteria kan het wel of niet meenemen van buitenlandse benadeelden op een opt-out basis worden getoetst? Dit artikel inventariseert gevalstypen van collectieve procedures die voor de beantwoording van die vraag leidend kunnen zijn.
Online-conflictoplossing door de overheidsrechter
Online-rechtspraak, waarin voorlichting, bemiddeling en geschilbeslechting in één procedure zijn ondergebracht, geniet de laatste jaren grote belangstelling. Deze vorm van rechtspraak kan in de nabije toekomst potentieel een groot aantal zaken omvatten. Met dit artikel willen de auteurs bijdragen aan het debat over de mogelijkheden en wenselijkheid van online-rechtspraak door inzicht te geven in (de totstandkoming van) de procedure bij het Canadese Civil Resolution Tribunal en door een kritische beschouwing te geven over de positionering van de rechter in die procedure. Is deze slechts de knopendoorhakker die pas in beeld komt als partijen er niet zelf uitkomen of kan deze ook een rol spelen bij het begeleiden van partijen naar een minnelijke regeling? De auteurs menen dat voor die laatste rol sterke argumenten zijn. Bepleit wordt dat ook nadrukkelijk gekeken moet worden naar de conflictoplossende taken van de rechter binnen deze procedure.
Huis voor Klokkenluiders
Het Huis voor Klokkenluiders waardeert eerdere bijdragen in dit blad aan de discussie over de lopende wetgevingstrajecten en voorstellen voor het verbeteren van de ondersteuning van klokkenluiders. Op sommige onderdelen blijkt echter het beeld van de manier van werken van het Huis gedateerd of onjuist te zijn. Met deze bijdrage hoopt de auteur enig inzicht te geven in het functioneren van het Huis in de hedendaagse praktijk. Hopelijk is dat behulpzaam bij het debat dat in de Tweede Kamer en ook elders in de komende periode gevoerd zal moeten worden.