Artikelen van Rowin Jansen

Tijdschrift NJB 17 (2026)
De Verenigde Staten onder Trump II: ‘bondgenoot’, ‘frenemy’ of ‘vijand’?
Rowin Jansen
Jarenlang gold het bondgenootschap met de Verenigde Staten als een vanzelfsprekend uitgangspunt van het Nederlandse buitenland en veiligheidsbeleid. Sinds de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis staat die vanzelfsprekendheid echter onder druk. Trumps openlijke minachting voor Europese partners, zijn bereidheid het internationale recht te schenden en zijn instrumentalisering van veiligheid, handel en technologie legt de vraag op tafel of Amerika nog wel als bondgenoot kan worden beschouwd. Die vraag is niet alleen moreel of politiek van aard, maar heeft ook juridische consequenties. Het begrip ‘bondgenoot’ speelt op meerdere plaatsen een rol in het Nederlandse recht, met name in het nationale veiligheidsdomein. Deze bijdrage onderzoekt hoe dit begrip moet worden uitgelegd in een tijd van tanend trans-Atlantisch vertrouwen, en wat de mogelijke gevolgen zijn wanneer een formele bondgenoot materieel steeds meer het karakter krijgt van een ‘frenemy’ of zelfs van een vijand.

[verder lezen in InView]

Spiegelglas
David Chavannes
Bestuursorganen zetten in toenemende mate algoritmes in voor toezicht en handhaving. Wanneer burgers, journalisten of onderzoekers via de Wet open overheid (Woo) of de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) informatie vragen over zulke systemen, beroepen bestuursorganen zich geregeld op het argument dat openbaarmaking calculerend gedrag mogelijk maakt (‘gaming the system’). Dit artikel laat, op basis van een analyse van 23 Woo-besluiten en relevante bestuursrechtelijke jurisprudentie, zien dat dit argument in de praktijk vaak algemeen wordt aangevoerd, zonder concrete, proportionele belangenafweging. Daardoor blijft de realiteit van betekenisvolle algoritmische transparantie achter op wettelijke vereisten en politieke beloftes.

[verder lezen in InView]

Is artikel 17 lid 2 Grondwet over het ‘ius de non evocando’ overbodig geworden?
Ulli d’Oliveira
Het is opmerkelijk dat er bij de parlementaire behandeling van de grondwetswijziging van 2022, waarbij in artikel 17 een nieuw eerste lid werd opgenomen waarin het recht op een eerlijk proces is neergelegd en het bestaande artikel over het ius de non evocando naar een tweede lid werd verwezen, eigenlijk geen aandacht is besteed aan de relatie tussen beide leden. In deze bijdrage wordt die relatie onderzocht. Met als conclusie dat het aloude ius de non evocando, het recht op toegang tot de rechter die de wet de burger toekent, nu kan worden geschrapt, omdat het opgenomen is in het algemene recht op een eerlijk proces van artikel 17 lid 1 Grondwet.

[verder lezen in InView]

Heeft artikel 5 lid 3 Statuut betrekking op de wijziging van artikel 120 Grondwet?
Gerhard van der Schyff
De discussie over de invoering van constitutionele toetsing heeft een fundamentele staatsrechtelijke vraag blootgelegd: langs welke constitutionele weg moet het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet worden gewijzigd? In recente bijdragen is ervan uitgegaan dat dit verbod alleen een landsaangelegenheid betreft. Deze bijdrage stelt die redenering ter discussie en richt de aandacht op een onderbelicht punt in het debat: de betekenis van artikel 5 lid 3 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Juist deze bepaling vormt, zo wordt betoogd, de noodzakelijke constitutionele grondslag voor een wijziging van artikel 120 Grondwet bij rijkswet, voor zover het toetsingsverbod ook betrekking heeft op rijksrecht.

[verder lezen in InView]

Reactie op J.W.H.G. Loyson, ‘Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters’
Michiel van Emmerik en Toni van Gennip
Al enige tijd ligt in de Eerste Kamer een voorstel voor in verband met enkele wetswijzigingen in het belang van integere, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, alsmede de regeling van enige andere onderwerpen. Jules Loyson heeft een interessante bijdrage geschreven over voornamelijk één aspect van dit wetsvoorstel: de meldplicht voor rechters van financiële belangen. Hij analyseert het voorstel voor een nieuw artikel 44c Wrra en signaleert daarbij enkele uitvoeringsproblemen.

[verder lezen in InView]

13 mei 2026
Tijdschrift NJB 13 (2025)
Kabelinterceptie door de AIVD en de MIVD
Rowin Jansen
Kabelinterceptie is een omstreden bevoegdheid van de AIVD en de MIVD. Het faciliteren daarvan was dé drijfveer achter de modernisering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. In de aanloop naar het raadgevend referendum over ‘de Sleepwet’ liepen de gemoederen hoog op. Ondanks een nipte overwinning van het ‘tegen’-kamp, kwam de bevoegdheid tot ongerichte kabelinterceptie er tóch. Pakweg zeven jaar later kunnen de diensten echter slechts in beperkte mate intercepteren op de kabel. Mede met het oog op de onlangs in werking getreden Tijdelijke wet en de aanstaande herziening van de Wet op de inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 zet deze bijdrage uiteen waarom deze bevoegdheid tot dusver moeilijk inzetbaar is.

[verder lezen in InView]

De strafbaarstelling van dwingende controle
Ellen Gijselaar, Ariane Hendriks en Mojan Samadi
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd met een wetsvoorstel te komen voor de zelfstandige strafbaarstelling van psychisch geweld. In de parlementaire debatten wordt deze nieuwe strafbaarstelling (terecht) in de sleutel geplaatst van de algehele aanpak van femicide. Dat roept de vraag op welke elementen de strafbaarstelling dient te hebben om ook daadwerkelijk bruikbaar te zijn hiervoor. In deze bijdrage geven wij enkele handvatten voor deze strafbaarstelling, aan de hand van verplichtingen uit het EVRM, inzichten uit andere jurisdicties waarin een dergelijke strafbaarstelling al bestaat en knelpunten aangaande dit type geweld bij conflictscheidingen. Betoogd wordt dat een adequate strafbaarstelling specifiek toegesneden moet zijn op de context van intiem partnergeweld en in ieder geval rekenschap moet geven van het patroonmatige karakter van dit type geweld.

[verder lezen in InView]

Adriaan van der Hoop
Willem van Tongeren
Anonimisering van rechterlijke uitspraken kan ook doorslaan. Beter zou zijn per geval te overwegen of anonimisering functioneel is of écht nodig.

[verder lezen in InView]

Reactie op ‘Cassatie wegens schending van niet toepasselijk recht!’
Joris Oudelaar en Richte van Ginneken
In cassatie kan niet met succes worden geklaagd over de onjuiste toepassing van een niet-toepasselijke rechtsregel. Gemakshalve noemen we dit hierna ‘de regel’. In NJB 2025/481, afl. 9, wordt gesteld dat de Hoge Raad deze regel in een arrest van 8 november 2024 in belangrijke mate zou hebben genuanceerd en voor zichzelf een ambtshalve antikiesregel in het leven zou hebben geroepen. Werk aan de winkel, aldus auteur d’Oliveira. Maar misschien wordt de soep niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.

[verder lezen in InView]

Naschrift
Ulli d’Oliveira
Kort wil ik ingaan op de gewaardeerde reactie van de heren Oudelaar en Van Ginniken op mijn bijdrage Cassatie wegens schending van niet-toepasselijk recht. Ik had niet gedacht dat die nog enig stof zou opwoelen. Naar mijn mening blazen zij de door mij naar voren gebrachte opvattingen boller op dan ze zijn. Ze spreken er bij herhaling van dat naar mijn mening de Hoge Raad zijn algemene regel dat niet gecasseerd kan worden wegens schending van niet toepasselijk recht ‘in belangrijke mate genuanceerd’ zou hebben. Ik had het over ‘een deukje’.

[verder lezen in InView]

10 april 2025
Tijdschrift NJB 9 (2024)
Less is more?
Rowin Jansen
De afgelopen jaren rezen meerdere rechtmatigheidsvragen over het optreden van de NCTV, in het bijzonder over internetmonitoring. Voor bepaalde activiteiten bleek een wettelijke basis te ontbreken. De regering heeft de ‘gaten’ in de rechtsgrondslagen willen dichten met wetgeving. De nu aan genomen NCTV-wet biedt grond slagen voor het verwerven, het verwerken en het verspreiden van persoonsgegevens. Deze bijdrage richt zich op de gekozen juridische verankering van zogeheten ‘trend- en fenomeenanalyses’ en de staatsrechtelijke positionering van de NCTV. De bespreking daarvan mondt uit in een betoog voor het onderbrengen van de NCTV, de AIVD en de MIVD in één overkoepelend wettelijk kader met een sluitend toezichtstelsel.

[verder lezen in InView]

Kennis en ervaring met het recht maakt burger realistischer
Marijke Malsch, Juliette de Wit en Boudewijn de Bruin
Kennis van het recht is van groot belang voor burgers. Het is belangrijk dat zij weten waar zij terecht kunnen als zij een juridisch probleem hebben dat zij niet zelf kunnen oplossen. Het helpt als zij weten wat zij wel of juist niet kunnen verwachten van het rechtssysteem. Wat weet de gemiddelde burger eigenlijk over het recht en de werking daarvan? En welke factoren hebben hier invloed op? Dat wordt in dit artikel onderzocht. Om kennisvergaring over het rechtssysteem beter mogelijk te maken, dient het rechtssysteem zich in ieder geval open en responsief op te stellen naar de ‘gewone’ burger, ook als die niet hoogopgeleid is.

[verder lezen in InView]

Getuigenbescherming
Karola van Nie
Er is een dringende behoefte bij het OM aan een wettelijke regeling die duidelijk maakt welke afspraken in het kader van getuigenbescherming kunnen worden gemaakt. Een wettelijk vastgelegde arbitragemogelijkheid zou daar onderdeel van uit moeten maken. Toetsing van getuigenbeschermingsovereenkomsten door de rechtercommissaris draagt echter niet bij aan een verbetering van het stelsel getuigenbescherming, integendeel.

[verder lezen in InView]

In Memoriam - Dries van Agt, Willibrord Davids, Willem van Schendel
Ybo Buruma en Dineke de Groot
Mr A.A.M. van Agt was jurist. Natuurlijk was hij tussen 1977 en 1982 ook minister-president van Nederland en daarvoor Minister van Justitie. Maar hij was geen politicus pur sang en bleef tot op het laatst met oud-collega’s van de Nijmeegse rechtenfaculteit contact houden. Onder zijn speelse schwung en ontregelende humor school een scherp denkend jurist die probeerde zijn inzichten te laten doorwerken in zijn politieke handelen.

[verder lezen in InView]

Uit de Rechtbank Assen kwam hij in 1986 naar de Hoge Raad, waar hij in 1998 vicepresident werd en in 2004 president. Begonnen als kandidaat-notaris, een poosje werkzaam op Curaçao, tussen 1975 en 1980 verbonden aan de vakgroep notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen en sindsdien tot aan zijn pensionering in 2008 lid van de rechterlijke macht. Willibrord Davids verenigde niet alleen zijn kennis en ervaring in de wetenschap, het notariaat en de rechterlijke macht, maar ook in het civiele recht en het strafrecht.

[verder lezen in InView]

Zijn verschijning was flamboyant. Afgekleed naar de laatste Italiaanse mode, doorgaans met pochet en hoed. Het was een feest om door hem aangesproken te worden. Hij deed velen dat plezier. Het verhaal gaat dat hij zelfs toeristen die zaten uit te rusten voor zijn huis in Amsterdam met belangstellende vragen bestookte terwijl hij ze koffie met een koekje aanbood. Met koekjes deed hij dagelijks ook zijn ronde in de Hoge Raad. ‘Management by cookie’ – om van iedereen ongeacht rang of stand te horen hoe het ging, een ideetje te opperen, te vertellen over de laatste opera die hij had gezien. Nieuwsgierig en gulzig naar mensen en voor velen een steun en toeverlaat. Zo was de geliefde vicepresident in de Hoge Raad der Nederlanden, Willem van Schendel.

[verder lezen in InView]

7 maart 2024
Tijdschrift NJB 39 (2023)
Voorwoord
Ronald Tinnevelt, Rowin Jansen en Michiel van Emmerik
De democratische rechtsstaat is kwetsbaar. Ontwikkelingen in binnen- en buitenland tonen dat aan. Er is dan ook alle reden om aandacht te besteden aan de weerbaarheid van de democratische rechtsorde in Nederland. De concrete aanleiding voor dit themanummer is de instelling van de Staatscommissie rechtsstaat en haar opdracht om ‘nadrukkelijk aandacht [te] hebben voor bescherming van burgers tegen onvoorziene en ongewenste gevolgen van overheidsmaatregelen’.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De democratische rechtsstaat in Nederland
Ronald Tinnevelt, Rowin Jansen en Michiel van Emmerik
De laatste jaren worden ‘weerbaarheid’ en ‘democratische rechtsorde’ steeds vaker met elkaar verbonden. Wat ‘weerbaarheid’ omvat of vereist, blijft echter onduidelijk. Het begrip wordt even breed opgevat als de gevaren waarvoor de oproep om de weerbaarheid van de democratische rechtsorde te versterken een oplossing wil bieden. Deze bijdrage schetst een beeld van het huidige debat over de weerbare democratische rechtsstaat. De noties ‘weerbare democratie’ en ‘weerbare rechtsstaat’ worden duidelijk onderscheiden om vervolgens kanttekeningen te plaatsen bij twee belangrijke voorwaarden voor de weerbaarheid van de Nederlandse democratische rechtsorde: de waarborgfunctie van de Nederlandse wet in formele zin en onze huidige rechtsstatelijke cultuur.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Rutte en de rechtsstaat
Ingrid Leijten
Hoe is door de kabinetten-Rutte omgegaan met de rechtsstaat? Deze bijdrage maakt een korte reconstructie op basis van de literatuur, met als doel iets te kunnen zeggen over waar we het in de toekomst (meer) over moeten hebben, als we het hebben over rechtsstatelijkheid. Daarbij staat de verwevenheid van (sociale) grondrechten met de andere aspecten van de rechtsstaat centraal, evenals het besef dat in een weerbare rechtsstaat naast formele ook voldoende stevige materiële kaders moeten bestaan, of kunnen worden gecreëerd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Leren van enquêtes
Dirk Jan Wolffram
De elf parlementaire enquêtes tussen 1983 en 2019 hebben slechts deels geleid tot effectieve maatregelen. Waar concrete beleidsmatige uitdagingen of politieke verantwoordelijkheid centraal stonden, droegen enquêtes bij aan het versterken van de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat en het gevoel van weerbaarheid van de burger. Maar juist onderzoek naar beleid dat de rechtmatigheid van overheidshandelen of de persoonlijke levenssfeer van de burger raakte, laat zich niet gemakkelijk vertalen in eenduidige beleidsmaatregelen of weten regelgeving die de weerbaarheid van de burger én van de democratische rechtsstaat versterken.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Slingerbewegingen in de rechtsstaat
Janneke Gerards
Maatwerk en recht doen aan ‘de menselijke maat’ zijn dé bestuursrechtelijke modewoorden van deze tijd. Ongekend onrecht en de nasleep daarvan hebben ons geleerd dat er ruimte moet zijn voor uitzonderingen, voor toepassing van hardheidsclausules, voor verzachtende maatregelen. Tegelijkertijd blijft algemene, duidelijke normstelling noodzakelijk. Recht moet worden gedaan aan de eisen van voorzienbaarheid, rechtseenheid en rechtsgelijkheid. Deze bijdrage toont dat er tussen beide uitersten slingerbewegingen plaatsvinden en stelt de vraag naar het juiste midden. Mede aan de hand van de Straatsburgse jurisprudentie over de verhouding tussen algemene normstelling en individuele gevalsbeslissingen wordt gezocht naar objectieve aanknopingspunten om uit te kunnen komen bij een stabiel evenwicht dat past bij de gedachte van een weerbare rechtsstaat.

[verder lezen in NAVIGATOR]

6 december 2023
Tijdschrift NJB 30 (2022)
Van accentverschuiving naar stelselwijziging
Rowin Jansen
Het kabinet wil binnenkort het voorstel Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma aanhangig maken bij de Tweede Kamer. Deze ‘Cyberwet’ is nogal complex. Dit artikel gaat in op de mogelijke gevolgen van de Cyberwet voor het stelsel van toezicht op de AIVD en de MIVD. Daarbij worden ook de hoofdlijnen van de voornaamste wijzigingen in de bevoegdhedennormering uiteengezet. De beoogde wijzigingen zijn ingrijpend en faciliteren het gewenste dynamisch toezicht, maar leiden ook tot een zeer ingewikkelde toezichtconstellatie. Onder de streep ontstaan er méér toezichtarrangementen en méér mogelijkheden voor de toezichthouders om direct te interveniëren in operaties van de diensten. Dit alles behelst een substantiële stelselwijziging waarbij het maar de vraag is of het kabinet met dit wetsvoorstel gaat bereiken wat het voor ogen heeft.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Online verkiezingscampagnes, transparantie en de EU
Leon Trapman
De Europese Commissie wil met de Transparantieverordening (micro)targeting in politieke campagnes tegengaan. De voorgestelde maatregelen vormen echter een sterke beperking op de vrijheid van meningsuiting. Het stellen van regels voor nationale politieke partijen is verder een nationale bevoegdheid. Het waarborgen van de interne markt rechtvaardigt een dergelijke vergaande inmenging met het nationale verkiezingsverloop niet. Door partijen te verplichten al hun advertenties op een centraal platform te publiceren, kan het debat worden gestimuleerd en versplintering van campagnes worden tegengegaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Intrekking van de Nederlandse nationaliteit
Ulli d’Oliveira
Niet alleen bij de belastingdienst of andere uitvoerende instanties of de rechterlijke macht is sprake van institutioneel racisme, maar ook bij de wetgever. De Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) bepaalt dat de minister de Nederlandse nationaliteit kan intrekken van personen die zich schuldig maken aan met terrorisme samenhangende misdrijven. Door die intrekking mag echter geen staatloosheid ontstaan. Mensen die hetzelfde schadelijke gedrag vertonen worden dus verschillend behandeld al naar gelang ze enkelvoudig Nederlanderschap bezitten of een dubbele nationaliteit dragen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kansen voor de weerbare rechtsstaat in het constitutionele landschap post-Brexit
Jorieke Manenschijn
Ook in het Verenigd Koninkrijk lijkt een proces van democratic backsliding gaande te zijn. Door de soevereiniteit van het Britse Parlement en het ontbreken van een geschreven grondwet, lijkt het alsof alleen de politiek zelf dit proces nog kan stopzetten, maar ook binnen het constitutionele landschap van het VK zijn er remedies. Zo kunnen rechters zich weerbaar opstellen via rechterlijke interpretatie en de common law.

[verder lezen in NAVIGATOR]

28 september 2022
Tijdschrift NJB 28 (2021)
Wachten tot de tijd rijp is
Rowin Jansen
Honderd jaar geleden gaf de Hoge Raad, op verzoek van de regering, antwoord op de vraag of vrouwen benoembaar waren in de rechterlijke macht. Na ampel beraad moesten de raadsheren toegeven dat de wet daartegen geen beletsel opleverde, al bestonden er wel andere bezwaren. Desondanks wisten christelijke regeringscoalities nog jarenlang de openstelling van rechterlijke functies voor vrouwen te traineren. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de ommezwaai en trad in Nederland de eerste vrouw op als rechter.

[verder lezen in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

Portret van Johanna C. Hudig
Esther de Boer
Het loopt tegen het eind van de ochtend als ik aanbel bij mijn vroegere Utrechtse hoogleraar professor Constantijn Kelk, met emeritaat sinds 2008. De komende twee uren zal ik met hem spreken over Johanna ‘Han’ Hudig die in 1947 als eerste vrouw in Nederland rechter werd. Professor Kelk heeft haar goed gekend.

[verder lezen in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

Tableau de la troupe
Leny de Groot-van Leeuwen
Ongerustheid over de aanwezigheid van vrouwen binnen de rechterlijke macht lijkt een constante. Werd een eeuw geleden de toon gezet door voor- en tegenstanders van deelname van vrouwen aan de rechterlijke macht, inmiddels laten degenen die zich ongerust maken over de oververtegenwoordiging van vrouwen in de rechterlijke macht zich horen.

[verder lezen in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

De Nederlandse rechters in de Europese Hoven
Rowin Jansen en Ashley Terlouw
Sinds enige jaren zetelt er in beide Europese Hoven een Nederlandse vrouwelijke rechter. In dit special issue vestigen wij graag de aandacht op dit unicum in onze rechtspraakgeschiedenis. Sacha Prechal is rechter in het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). Zij studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, doceerde aan de Maastrichtse rechtenfaculteit, promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, werd hoogleraar Europees recht in Tilburg en, vanaf 2003, in Utrecht. In 2010 volgde haar benoeming in het Luxemburgse Hof.
Jolien Schukking is nu ruim vier jaar werkzaam als rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Voorheen was de in Leiden opgeleide juriste onder meer adviseur bij de Directie Juridische Zaken, Afdeling Internationaal Recht, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, advocaat bij Bird & Bird, rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland en raadsheer bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Wij spraken met hen – vanwege de coronamaatregelen digitaal – over hun loopbaan, hun rechterswerkzaamheden, de uitdagingen voor de Europese Hoven en de rol van vrouwen in de rechtspraak.

[verder lezen in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

Hebben vrouwelijke rechters de rechtspraak veranderd?
Ashley Terlouw
De vraag die de titel vormt van dit stuk, is lastig te beantwoorden. Er zijn naast de emancipatiegolf zo veel ontwikkelingen geweest die ongetwijfeld van invloed zijn geweest op de taakopvatting van de rechter, dat vrijwel onontwarbaar is welke invloed de toename van het aantal vrouwelijke rechters heeft gehad. Desalniettemin is het interessant de beroepsgroep zelf te laten reflecteren op dit onderwerp. De rechtspraak kan wel worden aangemerkt als hét voorbeeld van een Nederlandse organisatie die erin is geslaagd genderdiversiteit te bereiken en het glazen plafond voor vrouwen te doorbreken. Is de rechtspraak volgens rechters m/v veranderd door de komst van vrouwelijke rechters? Om die vraag te beantwoorden zijn 24 Nederlandse rechters geïnterviewd. In dit artikel wordt een beeld gegeven van de (strekking van de) interviews. Geëindigd wordt met een bespreking van een aantal schijnbare tegenstrijdigheden die uit de interviews naar voren kwamen.

[verder lezen in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

[lees het artikel Beste reizigers in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

[lees het artikel Koffie voor de rechter in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

[lees het artikel Vierentwintig jaar vrouwelijke rechters in Suriname in NAVIGATOR]
[of download hier de pdf]

14 juli 2021