Artikelen van Nadine Groeneveld-Tijssens

Tijdschrift
NJB 7 (2026)
Leiderschap voor een gezonde rechtsstaat
De juridische sector staat voor belangrijke uitdagingen. Een nieuwe generatie leiders zal daar antwoorden op moeten vinden. Dat kan alleen samen, in de ruimte tussen de bestaande rollen. Met als ijkpunt de behoeften van burgers, bedrijven en overheden aan effectieve procedures, die iedereen bereiken tegen dragelijke kosten voor alle betrokkenen. Daarvoor zijn nieuwe vormen van sturing nodig, waarvan de contouren steeds duidelijker worden.
Een beoordelingskader voor het (turbo)spoedappel
Er bestaat een summiere regeling voor appelzaken in kort geding met (bijzondere) spoed in het procesreglement. Daarin is echter niet opgenomen wanneer een zaak spoed heeft of bijzondere spoed. In deze bijdrage wordt onderzocht of de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot behandeling van de zaak als (turbo)spoedappel rekening moet houden met bepaalde regels en/of beginselen en wat dat betekent voor de huidige regeling.
Vertegenwoordiging van ‘de natuur’ middels instrumentalisering van het huidige privaatrecht
Nu de ecologische crisis steeds urgenter wordt, zoeken organisaties naar manieren om natuurbelangen werkelijk mee te laten wegen in hun besluitvorming, maar telkens blijkt dat traditionele juridische instrumenten tekortschieten om ecologische waarden daadwerkelijk te beschermen. Door het innovatief instrumentaliseren van het huidige contracten- en ondernemingsrecht biedt het Zoöp-model een alternatief. Het model biedt een vernieuwende manier om ecologische belangen duurzaam te verankeren binnen bestaande organisaties. Geen nieuwe rechtsvorm, maar een contractueel samenspel waarin niet-menselijk leven voor het structureel een stem krijgt in besluitvorming. Dit artikel verkent de juridische basis, de theoretische achtergrond en de praktische werking van het Zoöp-model.
Mishandeling Vlaardings meisje
De zaak rond het Vlaardings meisje legt fundamentele tekortkomingen in de gezinsvoogdij bloot. Een effectief waarschuwingssysteem en directe ingrijpbevoegdheid van de kinderrechter zijn noodzakelijk.

Tijdschrift
NJB 26 (2024)
Appelprocesrecht op maat?
Al geruime tijd wordt onder andere vanuit de Rechtspraak gestreefd naar het bieden van maatwerk voor civiele zaken in hoger beroep. Appelprocesrechtelijke regels zouden daarvoor een beletsel kunnen vormen. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre daarvan sprake is. Van welke appelprocesrechtelijke regels kan worden afgeweken en op welke wijze?
Wat juristen moeten weten over gevaar in het strafrecht
Het Nederlandse strafrecht kent een toenemende nadruk op preventieve sancties. Vergeleken met het klassieke schuldstrafrecht is de normering van het risicostrafrecht – en daarmee de begrenzing van de macht van de overheid om preventief de vrijheid van justitiabelen te beperken – echter nauwelijks van de grond gekomen. Dat levert fundamentele en nieuwe vragen op over de toepassing van preventieve maatregelen op grond van recidivegevaar. Het gaat hierbij om vragen als: heeft de Staat verplichtingen ten opzichte van justitiabelen tegen wie preventieve maatregelen worden getroffen, wat houdt het vaststellen van gevaar in, hoe kan de gedragsdeskundige beoordeling van het gevaar beter worden ingebed in het strafprocesrecht en in hoeverre is het gebruik van nieuwe (neuro)technologieën in dit verband juridisch en ethisch aanvaardbaar?
Moeten persoonsgegevens in bewijsstukken zwart worden gemaakt?
Bewijsstukken die in een civiele procedure (al dan niet na bewijsbeslag) worden ingebracht kunnen persoonsgegevens bevatten. De memorie van toelichting van de volgend jaar van kracht wordende Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht gaat er kennelijk vanuit dat als er in het kader van een civiele procedure persoonsgegevens van derden aan de orde zijn, die altijd moeten worden zwart gemaakt in over te leggen stukken. Maar in veel gevallen is daar helemaal geen reden toe, omdat de AVG niet van toepassing is. En als die wel van toepassing is, is het onleesbaar maken van persoonsgegevens alleen nodig als er geen grondslag voor rechtmatige verwerking is of als de persoonsgegevens niet relevant zijn voor de beoordeling van de zaak.
EU-wet Milieucriminaliteit vraagt om herijking van milieustrafrecht
De Nederlandse wetgever zal de strengere vereisten uit de vernieuwde Richtlijn Milieucriminaliteit binnen twee jaar moeten omzetten naar het nationale strafrecht. Nu de effectiviteit van ons milieustrafrecht al vele jaren ter discussie staat en tegelijkertijd het belang van een effectief milieurecht toeneemt door de snelle teloorgang van onze leefomgeving lijkt de omzetting van de richtlijn een ideale gelegenheid om het rechtsgebied grondig te verbeteren.