Artikelen van Koen van Vught

Tijdschrift
NJB 1 (2026)
Interne partijdemocratie – hoe gaan we dat regelen?
Als van politieke partijen wordt geëist dat ze intern democratisch zijn, hoe moeten daarover te stellen regels eruitzien? Deze bijdrage verkent hoe een ‘democratie-eis’ in de aanstaande Wet op de politieke partijen kan worden vormgegeven. Partijdemocratie vergt niet alleen de invloed van leden op de vaststelling van de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma, maar tevens de toelating van nieuwe leden. Hier wacht de wetgever een lastige balanceeroefening. De aan partijen te stellen eisen moeten effectief zijn, maar mogen tegelijk niet te ver ingrijpen in de verenigingsvrijheid. Hetzelfde geldt voor het toezicht op die eisen.
Eerherstel voor hoor en wederhoor in de prejudiciële procedure
Het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad draagt bij aan rechtsontwikkeling en rechtseenheid, maar raakt tegelijkertijd direct aan het geschil tussen partijen. Daarom verplicht artikel 392 lid 2 Rv dat partijen voordat prejudiciële vragen worden gesteld, worden gehoord over zowel het voornemen om prejudiciële vragen te stellen als de formulering ervan. In de praktijk wordt dit voorschrift meestal nageleefd, maar niet altijd. De Amsterdamse constructie – eerst vragen stellen en achteraf beperkt horen – druist in tegen de wet. De Hoge Raad gedoogt deze inbreuk. Dit artikel pleit voor handhaving van artikel 392 lid 2 Rv, geïnspireerd door de praktijk in Frankrijk en Italië.
Nederland wil het Vluchtelingenverdrag weer eens schenden
De ‘Agenda’ die D66 en CDA als basis voor een regeerakkoord hebben opgesteld, bevat het voorstel om de naturalisatietermijn voor vluchtelingen te verlengen. Net als het even eerder ingediende conceptwetsvoorstel om de algemene termijn voor naturalisatie zelfs te verdubbelen, ook voor vluchtelingen, staat dit haaks op de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het Europees Nationaliteitsverdrag. Naast juridische bezwaren zijn er ook morele. Beide voorstellen getuigen van een xenofobe inslag.
Kwaliteit van deliberatie in de Tweede Kamer
Hoe goed er wordt gedelibereerd in de Tweede Kamer is onderzocht aan de hand van een casus: het klimaat- en energiedebat van 11 maart 2025. De meeste voorstellen waren goed onderbouwd en bijna de helft verwees naar algemeen belang. Voorstanders van ambitieus klimaatbeleid scoorden duidelijk beter dan tegenstanders. Sterke deliberatie blijft essentieel, ook zonder consensus, omdat goed onderbouwde voorstellen via media burgers bereiken en zo draagvlak voor beleid vergroten.

Tijdschrift
NJB 40 (2023)
Vijftig jaar euthanasie(beleid)
Een uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden uit 1973 bood een eerste opening voor legitiem levensbeëindigend handelen door een arts op verzoek van een patiënt. Inmiddels zijn we vijf decennia verder en is de huidige euthanasiewet dit jaar voor de vierde keer geëvalueerd. Waar staan we momenteel en welke (rechts)vragen zijn thans aan de orde?
‘Gezocht: een rechter die rechtspreekt vanuit karakter en geweten’
Hoewel rechters in beginsel geen politieke agenda behoren te hebben, krijgen zij de facto veel ruimte van de nationale en internationale wetgever om maatschappelijk gevoelige knopen door te hakken. Hoe moeten rechters met die rechterlijke ruimte omgaan in ‘gepolariseerde zaken’ waarover maatschappelijk sterk verdeeld wordt gedacht? Zouden rechterlijke kernwaarden zoals onafhankelijkheid of onpartijdigheid gerelativeerd kunnen worden ten faveure van (opvattingen over) rechtvaardigheid? Nu die opvattingen uiteenlopen is voorzichtigheid geboden.
Het doel heiligt de (cassatie)middelen
Onze hoogste civiele rechter is gebonden aan het cassatiemiddel. Niettemin worden de cassatiemiddelen niet gepubliceerd. De Hoge Raad geeft de klachten wel weer, maar doet dat kernachtig en toegespitst op het oordeel dat hij wenst te geven. Hierdoor geeft het lezen van de uitspraak meestal een beperkt zicht op het debat dat zich tussen partijen in cassatie heeft afgespeeld.
Migratiemaatregelen: voer voor de formatie
Tijdens de formatie wordt ongetwijfeld besproken welke mogelijkheden er zijn om migratie te reguleren. In deze bijdrage worden 53 ambtelijke stukken geanalyseerd die laten zien dat de mogelijkheid van regulering door het vorige kabinet serieus is genomen. De stukken laten echter ook zien hoe weinig marges Nederland heeft om een eigen nationaal migratiebeleid te voeren. Zowel reguliere migratie als asielmigratie worden vrijwel geheel door Europese regelgeving bepaald. Dat (de omvang van) migratie door een substantieel deel van de Nederlandse bevolking als probleem wordt ervaren, betekent wel dat de Nederlandse bevolking beter moet worden voorgelicht over de werkelijke omvang en invloed van migratie op de Nederlandse samenleving en zich ervan bewust wordt dat veel van de ervaren problemen juist niet primair met migratie te maken hebben. Auteurs benadrukken het belang van een kabinet dat de fundamentele rechten in acht neemt en de verleiding zal weten te weerstaan om ficties tot uitgangspunt van beleid te nemen.