Artikelen van Adriaan Wierenga

TijdschriftNJB 18 (2020)
Het Nederlandse staatsnoodrecht
Jos Vink
Als tijdens een noodsituatie de EHBO-trommel niet op orde is, kan dat nare verrassingen opleveren. En zo is het ook met het staatsnoodrecht. Dit artikel bevat een verkenning van het Nederlandse staatsnoodrecht. Hoe is het ingericht en aan welke criteria moet zijn voldaan om het in te kunnen zetten? Verder wordt aan de hand van een aantal voorbeelden uit de huidige crisis onderstreept dat het staatsnoodrecht moet worden gemoderniseerd en op orde moet worden gebracht. Tot slot wordt stilgestaan bij welke maatregelen tijdens deze crisis kunnen worden genomen om met een gerust hart van het staatsnoodrecht gebruik te maken.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Aanpak coronacrisis niet houdbaar
Adriaan Wierenga, Jon Schilder en Jan Brouwer
Hoewel het coronavirus nog volop heerst, liggen de bestrijdings- en beheersingsmaatregelen zwaar onder vuur. Juridisch en maatschappelijk. In deze opinie stellen wij de keuze die in het begin van de dreigende pandemie is gemaakt aan de orde. Daarnaast geven wij hoe aan hoe het anders kan en moet.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Corona patent pool-pleidooi verdient steun
André den Exter
Internationale solidariteit en samenwerking in de ontwikkeling van een vaccin en een medicijn tegen Covid-19 is noodzakelijker dan ooit. In dat licht verdient de recente oproep vanuit Costa Rica aan de Wereldgezondheidsorganisatie om een ‘corona patent pool’ op te richten, alle steun.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Kritische beschouwing van N.D. en N.T./Spanje
Nanda Oudejans
In de zaak N.D. en N.T./Spanje heeft de Grote Kamer van Europees Hof van de Rechten van de Mens een opmerkelijke uitspraak gedaan over het weren van migranten die proberen illegaal de buitengrenzen van de Europese Unie over te steken. Waar de Grote Kamer de koers van het Hof verlegt, daar treedt de concurring opinion van rechter Pejchal buiten de oevers. Hij vraagt zich af over wiens mensenrechten het Hof eigenlijk te waken heeft om vervolgens, tegen de stroom in, het antwoord te geven: de rechten van het EVRM zijn eerst en vooral de rechten van Europeanen. N.D. en N.T. raakt aan een dieper probleem en roert de fundamentele vraag aan wat de betekenis is van de vreemdeling als we de Europese Unie als mensenrechtengemeenschap tot uitgangspunt nemen. Het arrest is een nieuwe ronde in het debat over de onvermijdelijke spanning tussen het recht van staten op zelfbeschikking en het daaruit voortvloeiende recht grenzen te controleren enerzijds en de bescherming van migranten en vluchtelingen die zich beroepen op mensenrechten anderzijds.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Hoezo dikastocratie?
Marijke Malsch
Deze bijdrage gaat niet over de discussie over de verhouding tussen wetgever/politiek en rechter zoals zij de laatste tijd is gevoerd. In plaats daarvan wordt ingegaan op een ándere tendens die al enkele decennia aan de gang is en die neerkomt op een verzwakking van de positie van de rechter. In de tegenwoordige discussie over de verhouding rechter-politiek/wetgever wordt deze tendens ten onrechte genegeerd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

6 mei 2020
Blog
Aanpak coronacrisis niet houdbaar
Hoewel het coronavirus nog volop heerst, liggen de bestrijdings- en beheersingsmaatregelen zwaar onder vuur. Juridisch en maatschappelijk.
6 mei 2020 Artikel Adriaan Wierenga Jon Schilder Jan Brouwer
TijdschriftNJB 7 (2016)
Strafbaarstelling van groepsbelediging en haatzaaien afschaffen?
Esther Janssen
Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over het initiatiefwetsvoorstel-Van Klaveren ter verruiming van de vrijheid van meningsuiting. Dit artikel beoogt een aanzet te geven voor de discussie en neemt de motivering van het wetsvoorstel kritisch onder de loep. Conclusie is dat het schrappen van de groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie uit het Wetboek van strafrecht in strijd is met internationaal en Europees recht. Maar de gedachte achter het wetsvoorstel om de grenzen van de uitingsvrijheid te verduidelijken is gerechtvaardigd, want de strafbaarstellingen van haatuitingen in de artikelen 137c-e Sr geven aanleiding tot significante interpretatieverschillen. Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is het daarom wenselijk dat de artikelen 137c-e Sr worden aangescherpt. Een mogelijkheid vormt een nadere precisering van artikel 137d.
Hoe grof kun je zijn?
Ybo Buruma
Beledigende, bedreigende of zelfs haat zaaiende grofheden bereiken tegenwoordig snel een groot publiek nu deze via internet en sociale media wel heel gemakkelijk (anoniem) kunnen worden gespuid. Het lijdt geen twijfel dat in een democratische rechtsstaat een emotioneel geladen debat in alle vrijheid gevoerd moet kunnen worden. Aan de andere kant bedreigt het Wetboek van Strafrecht degene die zich beledigend, bedreigend of discriminerend uitlaat met straf. Hoe verhouden die twee uitgangspunten zich tot elkaar? De vraag of strafrechtelijk moet worden opgetreden is moeilijk en delicaat. Moeilijk omdat weliswaar door de bank genomen van strafbaarheid in een bepaalde context vrij snel sprake is, maar dat niet betekent dat elke onrustbarende uitspraak strafbaar is. Delicaat omdat vervolging van grove taal gekleurd wordt door de emotionele aanscherping van tegengestelde maatschappelijke opvattingen. In deze bijdrage gaat het niet om de strikt juridische vraag wanneer uitlatingen strafbaar zijn, maar om de maatschappelijke vraag hoe in geval van emotionele uitingen gedacht moet worden over de rol van het strafrecht. Dat is een vraagstuk dat niet eenvoudigweg door de wet wordt opgelost.
Discutabele noodmaatregelen bij een verhit debat
Adriaan Wierenga en Che Post
Anders dan de tekst van de artikelen 175 en 176 Gemeentewet doet vermoeden, kan de burgemeester soms grondrechten beperken wanneer hij zijn noodbevoegdheden aanwendt. Deze beperkingen zijn echter slechts mogelijk als aan strikte voorwaarden is voldaan. Met het journalisten bij noodbevel de mogelijkheid ontnemen hun werk te doen in de nabijheid van een informatieavond waar een vluchtelingendebat zal worden gehouden, hebben burgemeesters juridische grenzen overschreden. Dat geldt eveneens voor het preventieve fouilleren op basis van een noodverordening in een gemeente waar de vluchtelingenproblematiek op de agenda staat.
17 februari 2016
TijdschriftNJB 16 (2014)
Pre-packing in the Netherlands
Frank Verstijlen
Er staat een nieuwe ster in de coulissen van het insolventierecht: de ‘stille bewindvoerder’ of (zoals deze figuur volgens het voorontwerp voor een Wet Continuïteit Ondernemingen I zal heten) de ‘beoogd curator’. Deze beoogd curator in een pre-pack vervult zijn functie in moeilijke omstandigheden. Er is nog generlei insolventieprocedure geopend, waaraan hij bevoegdheden kan ontlenen, maar insolventie zal al wel aanwezig of toch ten minste imminent zijn. Toch werpen zijn handelingen hun schaduw vooruit op het aanstaande faillissement; sterker nog, in de regel zullen die handelingen bepalend zijn voor dat faillissement. Dat is een fundamenteel andere positie dan die van de curator. Het voorontwerp knoopt in dat licht wat al te gemakkelijk aan bij de curator. De figuur van de beoogd curator verdient een verder doordachte uitwerking en bevoegdheden die toegesneden zijn op de gevaren waarmee de betrokkenen bij de pre-pack (waaronder degenen die in deze periode met de schuldenaar contracteren) worden geconfronteerd.
Preventieve hechtenis in Veen
Adriaan Wierenga en Jan Brouwer
Maakte Justitie misbruik van haar strafvorderlijke bevoegdheden door op 30 december vorig jaar álle bezoekers van een café in Veen aan te houden nadat een groep relschoppers het café was binnengevlucht? Het antwoord luidt bevestigend. Wat we missen in Nederland is een goed uitgedachte regeling tot preventieve bestuurlijke detentie. Die kan niet alleen bijdragen aan het voorkomen van openlijke geweldpleging, maar ook aan het oneigenlijk inzetten van strafvorderlijke middelen. Hiervoor is heus ruimte binnen de grenzen van het EVRM.
Het bewaren van DNA-profielen van ‘onschuldige en andere’ vrijgesprokenen
Marius Duker
Ten behoeve van de toepassing van de Wet herziening ten nadele zouden reeds beschikbare DNA-profielen van vrijgesprokenen aan nieuw onderzoek kunnen worden onderworpen. Dat zou bij uitstek de manier zijn om een eventueel novum aan het licht te brengen. Op basis van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken worden DNA-profielen na een vrijspraak echter vernietigd. En dus ligt er nu een ontwerpbesluit ter aanpassing van het DNA-besluit waarin wordt geregeld dat geen vernietiging plaatsvindt van in een strafzaak verkregen DNA-profielen van al diegenen, inclusief minderjarigen, die onherroepelijk zijn vrijgesproken ter zake van een misdrijf waarmee opzettelijk de dood van een ander is veroorzaakt. Deze bijdrage onderzoekt of de bewaarregeling verenigbaar is met het recht op privacy en met de onschuldpresumptie.
Reactie
Hans Storm
Reactie op ‘De onzichtbare cassatieschriftuur’
24 april 2014