Wetsvoorstel (16-10-2023) houdende de uitvoering van verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (Uitvoeringswet datagovernanceverordening)

—Dit wetsvoorstel (de Uitvoeringswet) strekt tot implementatie van de verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende de Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (Data-governanceverordening) (de verordening).

De verordening dient uiterlijk 24 september 2023 volledig geïmplementeerd te zijn in Nederlandse wet- en regelgeving of door middel van feitelijk handelen. De verordening is alleen van toepassing op het grondgebied van Nederland binnen de Europese Unie en heeft geen gevolgen voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Door toenemende digitalisering wordt het genereren, delen en gebruik van data (gegevens) steeds belangrijker voor onze maatschappij en economie. Data zijn een drijvende kracht in innovatie en onderzoek, denk bijvoorbeeld aan het trainen van AI, medisch onderzoek en slimme apparaten. Om de kansen die data brengen te verzilveren en de risico’s ervan te mitigeren, ontwikkelen de Europese Unie en Nederland beleid rondom het genereren, delen en gebruik van data.

Een belangrijk aspect hierbij is dat dit data-gerelateerde beleid betrekking kan hebben op persoonsgegevens en niet-persoonsgegevens. Het risico op privacyschendingen wanneer het gaat om persoonsgegevens heeft al lang de aandacht van de Europese Commissie en de lidstaten van de Europese Unie, en daarom is in 2016 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (verordening (EU) 2016/679) (hierna: AVG) in werking getreden om deze risico’s het hoofd te bieden. De AVG is een belangrijke pijler van het Nederlandse en Europese databeleid, en blijft dat ook in de toekomst.

De verordening heeft als inzet om de beschikbaarheid van data te vergroten door het vertrouwen in databemiddelingsdiensten, data-altruïstische organisaties en de mechanismen voor datadeling te versterken.

De verordening beoogt een kader te stellen voor onder andere de volgende vormen van datadelen:

  • het voor hergebruik beschikbaar stellen van overheidsgegevens, wanneer die gegevens onderworpen zijn aan rechten van anderen (hoofdstuk II);
  • het delen van gegevens door burgers of organisaties via een databemiddelingsdienst;
  • het delen van data op altruïstische gronden (hoofdstuk IV).

Om ervoor te zorgen dat vrijwillige gegevensdeling door de gehele unie mogelijk wordt gemaakt zonder al te grote belemmeringen voor de interne markt is er gekozen voor een verordening. De bepalingen uit de verordening zijn onverkort van toepassing in de Nederlandse rechtsorde. Ter uitvoering van de verordening wordt een aantal bevoegde autoriteiten aangewezen en wordt voorzien in toezicht en handhaving van de verordening. Het wetsvoorstel is voorzien van een aantal bijlagen met daarin adviezen van diverse maatschappelijke instituten. De Afdeling adviseert om in de toelichting nader in te gaan op de verhouding tot reeds bestaande Europese wetgeving. Hierbij wordt specifiek de verhouding tot de DMA (Digital Markets Act), DSA (Digital Services Act), DA (Data Act of dataverordening) en de AI-verordening benoemd. Dit advies van de Afdeling is overgenomen.

Kamerstukken